ECLI:NL:RBDHA:2025:22313
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- N. Meesters - van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 15 mei 2025 is afgewezen als ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Op 7 november 2025 vond de zitting plaats waarbij zowel de gemachtigde van verzoeker als die van de minister aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld in samenhang met het beroep tegen het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Meesters - van Luijk en openbaar gemaakt op 26 november 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.