ECLI:NL:RBDHA:2025:22336
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening geschorst verblijfsrecht verzoekster tot uitspraak beroep
Verzoekster verblijft sinds circa 1987 in Nederland, deels rechtmatig en deels onrechtmatig. Haar verblijfsrecht als familielid van een EU-burger verviel per 23 augustus 2019, waarna haar aanvraag voor vernieuwing van het verblijfsdocument werd afgewezen. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om procedureel rechtmatig verblijf te verkrijgen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster een voldoende spoedeisend belang heeft, mede vanwege haar nijpende financiële situatie door opschorting van haar Anw-uitkering. De voorzieningenrechter maakt een belangenafweging waarbij de belangen van verzoekster, waaronder het voorkomen van dakloosheid en het kunnen uitoefenen van familie- en privéleven, zwaarder wegen dan de belangen van verweerder bij handhaving van het besluit.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit wordt geschorst tot uitspraak op het beroep. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.A. Bouter - Rijksen en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst tot uitspraak op het beroep en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.