ECLI:NL:RBDHA:2025:22354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens motiveringsgebrek en schending artikel 8 EVRM
De minister van Asiel en Migratie vaardigde op 12 juli 2024 een terugkeerbesluit uit met een vertrektermijn van 28 dagen en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen eiser. Eiser stelde beroep in tegen het inreisverbod. De rechtbank behandelde het beroep op 23 juli 2025, waarna het onderzoek werd geschorst wegens een onvolledig dossier. Na aanvullende stukken en schriftelijke reacties sloot de rechtbank het onderzoek zonder nadere zitting.
De rechtbank oordeelt dat het inreisverbod niet deugdelijk is gemotiveerd. De minister heeft nagelaten de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder het wonen en werken met zijn vrouw en minderjarige dochter in Kroatië en de medische situatie van zijn dochter, mee te wegen in de belangenafweging. Dit leidt tot een onevenredig en onzorgvuldig besluit in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
Het beroep wordt gegrond verklaard en het inreisverbod vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 2.267,50. Het terugkeerbesluit zelf blijft onbestreden.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en onvoldoende belangenafweging, en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.