ECLI:NL:RBDHA:2025:22365
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens besluit op Woo-verzoek
Verzoeker heeft op 30 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek van 9 april 2025. Verweerder heeft op 12 augustus 2025 alsnog een besluit genomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken.
De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van verzoeker beoordeeld om verweerder te veroordelen tot betaling van de proceskosten. Gezien het feit dat verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen door alsnog te beslissen, acht de rechtbank het verzoek gegrond.
De proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 453,50, gebaseerd op een standaardtarief voor een beroepschrift van € 907,- met een wegingsfactor van 0,5 wegens het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het betaalde griffierecht van € 194,- aan verzoeker te vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 28 november 2025 door rechter C.W. Griffioen, in aanwezigheid van griffier S. Kedar. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.