ECLI:NL:RBDHA:2025:22365
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke zaak
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 28 november 2025, zaaknummer SGR 25/3903, wordt het verzoek van de verzoeker om veroordeling van de minister van Asiel en Migratie in de proceskosten beoordeeld. Verzoeker had eerder een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek van 9 april 2025. Dit beroep werd ingetrokken nadat verweerder op 12 augustus 2025 had beslist op het verzoek. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, wat verweerder ook heeft gedaan. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om proceskostenveroordeling kennelijk gegrond is. Volgens de wet kan een bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. In dit geval heeft verweerder op 12 augustus 2025 beslist op de aanvraag van verzoeker, wat betekent dat verweerder tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker. De rechtbank kent een vergoeding van € 453,50 toe aan verzoeker voor de gemaakte proceskosten, waarbij een wegingsfactor van 0,5 is toegepast omdat de zaak als lichtgewicht wordt beschouwd. Daarnaast is verweerder verplicht om het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. De rechtbank heeft de uitspraak openbaar uitgesproken en een afschrift verzonden aan de betrokken partijen.