ECLI:NL:RBDHA:2025:22406

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL25.1710
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten wegens niet tijdig besluit asielaanvraag

Belanghebbende diende op 17 september 2024 een herhaalde asielaanvraag in, die door verweerder op 27 september 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende stelde beroep in, dat op 14 november 2024 gegrond werd verklaard, waarbij verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

Na het verstrijken van deze termijn stelde belanghebbende op 13 januari 2025 een nieuw beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder nam uiteindelijk op 14 augustus 2025 alsnog een besluit en wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond. Hierop trok belanghebbende zijn beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat verweerder met het nemen van het besluit tegemoet was gekomen aan het beroep van belanghebbende. Omdat het besluit pas na het instellen van het beroep werd genomen, was het beroep terecht ingesteld. Daarom veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten van €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.1710
[V-Nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. [1]
1.1
Verweerder heeft gereageerd op het verzoek.
1.2
De asielaanvraag is op 14 augustus 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Vervolgens heeft belanghebbende zijn beroep ingetrokken en verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten.
1.3
De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank moet beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen. [3]
3. Belanghebbende heeft op 17 september 2024 een herhaalde asielaanvraag ingediend bij verweerder. Verweerder heeft deze aanvraag op 27 september 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft op 4 oktober 2024 beroep ingesteld tegen dit besluit. Dit beroep is door deze rechtbank en zittingsplaats op 14 november 2024 gegrond verklaard, waarbij verweerder is opgedragen om uiterlijk binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Belanghebbende heeft na het verstrijken van de termijn van zes weken op 13 januari 2025 onderhavig beroep ingesteld. Verweerder op 14 augustus 2025 (alsnog) een nieuw besluit genomen en de asielaanvraag van belanghebbende kennelijk ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft hierop zijn beroep ingetrokken op 29 augustus 2025.
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het nemen van het besluit op de asielaanvraag is tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende. Belanghebbende heeft terecht beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De aanvraag is namelijk pas na het instellen van beroep afgewezen. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Özçelik, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:57 van Pro de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb.