ECLI:NL:RBDHA:2025:22406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minister in proceskosten wegens niet tijdig besluit asielaanvraag
Belanghebbende diende op 17 september 2024 een herhaalde asielaanvraag in, die door verweerder op 27 september 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende stelde beroep in, dat op 14 november 2024 gegrond werd verklaard, waarbij verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Na het verstrijken van deze termijn stelde belanghebbende op 13 januari 2025 een nieuw beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder nam uiteindelijk op 14 augustus 2025 alsnog een besluit en wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond. Hierop trok belanghebbende zijn beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met het nemen van het besluit tegemoet was gekomen aan het beroep van belanghebbende. Omdat het besluit pas na het instellen van het beroep werd genomen, was het beroep terecht ingesteld. Daarom veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten van €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag.