Eiser, van Soedanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie. Eiser stelde dat verweerder het bewijs onvolledig en zonder culturele context had beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bewijsstukken niet in onderlinge samenhang had bekeken en onvoldoende rekening had gehouden met de culturele context en de aard van de relatie, waaronder telefonische contacten, spraakberichten, foto’s en verklaringen. De relatie werd daardoor ten onrechte als vriendschappelijk beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat eiser aannemelijk had gemaakt dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank bepaalde tevens dat verweerder het griffierecht aan eiser moet betalen. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.