ECLI:NL:RBDHA:2025:22423
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen faillissementsvonnis ongegrond verklaard door rechtbank Den Haag
Op 21 oktober 2025 werd [bedrijf 1] B.V. failliet verklaard. Tegen dit vonnis stelde [bedrijf 1] verzet in op 4 november 2025. De rechtbank Den Haag behandelde het verzet op 27 november 2025.
[bedrijf 1] betwistte de omvang van de vorderingen van de twee aanvraagsters, [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] B.V., en stelde dat de vorderingen verweven zijn en dat zij binnen korte tijd zou kunnen betalen. De aanvraagsters stelden dat hun vorderingen bestaan, opeisbaar zijn en dat zij geen vertrouwen hebben in betaling. De curator adviseerde negatief over het verzet.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen bestaan en opeisbaar zijn, dat er geen verwevenheid is tussen de vorderingen en dat [bedrijf 1] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij kan betalen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en het faillissement blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen het faillissementsvonnis wordt ongegrond verklaard en het faillissement blijft in stand.