ECLI:NL:RBDHA:2025:22453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging en ernstige schade in Turkije
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische afkomst en agnost, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging door Hizbullah en discriminatie in Turkije.
Verweerder oordeelde dat hoewel de asielmotieven geloofwaardig zijn, eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank bevestigt dit oordeel na beoordeling van de feiten en de actuele landeninformatie.
De rechtbank stelt dat de problemen van eiser met Hizbullah en Turkse autoriteiten in het verleden liggen en dat er sinds 2018 geen concrete bedreigingen zijn geweest. Ook is de discriminatie in Istanbul niet van dien aard dat terugkeer onmogelijk is. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het terugkeerbesluit blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft gehandhaafd.