De rechtbank Den Haag heeft op 28 oktober 2025 een beschikking gegeven waarin de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige worden verlengd tot 28 december 2025. De minderjarige verblijft bij een jeugdhulpinstantie en volgt therapie en een VEVA-opleiding. De moeder is belast met het ouderlijk gezag en stemt in met de verlenging.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek ingediend om de maatregelen te verlengen, omdat de minderjarige en haar moeder bezig zijn met therapie en systeemtherapie gepland staat zodra de EMDR-therapie van de minderjarige is afgerond. Er is een woonplek gevonden, maar de financiering hiervan is nog onzeker, waardoor verlenging noodzakelijk is.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat het belang van de minderjarige bij voortzetting van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zwaarder weegt. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.