ECLI:NL:RBDHA:2025:22492

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
C/09/691707 / JE RK 25-1610
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 28 oktober 2025, wordt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verlengd voor de duur van drie maanden. De kinderrechter heeft de zaak behandeld in een zitting met gesloten deuren, waarbij de gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland, het verzoek heeft ingediend om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen. De minderjarige verblijft momenteel deels bij een instelling en deels bij de moeder, waarbij er positieve ontwikkelingen zijn waargenomen in de zelfstandigheid van de minderjarige. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd tot 2 februari 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing eveneens tot die datum. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 7 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/691707 / JE RK 25-1610
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlage, ontvangen op 18 september 2025;
  • het e-mailbericht van de moeder van 27 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij was aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De moeder heeft zich bij e-mailbericht van 27 oktober 2025 afgemeld voor de zitting.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [instelling] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 april 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 november 2025, en voor dezelfde duur de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van drie maanden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft momenteel vier dagen per week op een woongroep van [instelling] en drie dagen per week in de thuissituatie bij de moeder. Er zijn geen zorgen over [minderjarige] op de woongroep, maar wel in de thuissituatie bij de moeder. De moeder en de vader van het halfbroertje hebben conflicten die fysiek kunnen worden. Er is behandeling vanuit [instantie] ingezet in de thuissituatie bij de moeder. De afgelopen zes maanden zijn er geen escalaties geweest waar [minderjarige] bij was. De gecertificeerde instelling is van mening dat een overdracht kan plaatsvinden naar het vrijwillig kader. Zodra de ondertoezichtstelling goed kan worden overgedragen aan voor ieder 1, zal de betrokkenheid van de jeugdbeschermer stoppen. Tot die tijd is regie nodig om ervoor te zorgen dat de hulp voor [minderjarige] die er nu is door blijft lopen en dat [minderjarige] haar plek bij [instelling] kan behouden. Het is daarom noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft totdat er een warme overdracht naar het vrijwillig kader plaats kan vinden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
4.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Uit de stukken en de toelichting ter zitting blijkt zonder meer van positieve ontwikkelingen. Het gaat goed met [minderjarige] en zij is gegroeid in haar zelfstandigheid. [minderjarige] verblijft momenteel deels bij [instelling] en deels bij de moeder. Het gaat goed tussen [minderjarige] en de moeder en er lijkt een passende balans te zijn gevonden tussen thuiswonen en begeleiding op de groep. De vader en de moeder werken mee met de hulpverlening en willen het beste voor hun dochter. Het einde van de maatregel is daarmee in zicht. Wel is onderbouwd aangedragen dat het van belang is dat er een goede overdracht plaats kan vinden naar het vrijwillig kader om te voorkomen dat de hulpverlening stagneert of de plaatsing bij [instelling] in het geding komt. De kinderrechter vertrouwt erop dat de overdracht naar het vrijwillig kader zo spoedig mogelijk zal plaatsvinden, zoals door de jeugdbeschermer ter zitting is toegezegd.
4.3.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van drie maanden.
4.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 februari 2026;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 februari 2026;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.