De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 28 oktober 2025 een beschikking gegeven waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige wordt verlengd tot 3 mei 2026, gelijktijdig met de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarige verblijft momenteel bij een jeugdhulpaanbieder en ontvangt professionele begeleiding, waaronder een voortraject voor traumatherapie.
De vader, die het ouderlijk gezag heeft, is niet in staat om de complexe problematiek van de minderjarige thuis te begeleiden, hoewel er sprake is van een liefdevolle relatie tussen vader en kind. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de minderjarige op een stabiele en professionele plek blijft wonen om haar behandeling voort te zetten.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek tot verlenging gemotiveerd met het belang van continuïteit in de hulpverlening en het behoud van intensief contact tussen vader en kind. De kinderrechter heeft het verzoek ingewilligd en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct van kracht is, ook bij hoger beroep.
Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na verzending of kennisneming, waarbij een advocaat vereist is.