ECLI:NL:RBDHA:2025:22515

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
NL25.30588
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 4 juli 2025 waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 27 november 2025, maar eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De rechtbank stelde vast dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Uit vaste rechtspraak volgt dat een vreemdeling die zonder bericht vertrekt, in beginsel geen prijs meer stelt op de bescherming waarvoor hij aanvankelijk een beroep deed. Omdat eiser niet is verschenen en geen contact heeft gezocht, concludeert de rechtbank dat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang doordat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30588
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Gemachtigde van eiser, met voorafgaand bericht, en eiser zelf zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Bij brief van 18 november 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op 18 november 2025 de gemachtigde van eiser verzocht kenbaar te maken of en wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft op 24 november 2025 meegedeeld dat hij naar aanleiding van het bericht van verweerder van 18 november 2025 geprobeerd heeft contact op te nemen met eiser, maar dat hij hier geen reactie op heeft ontvangen.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt. De rechtbank concludeert dat uit de informatie van gemachtigde van eiser niet blijkt dat er recent contact is geweest. Daarnaast is eiser, zonder voorafgaand bericht, niet verschenen ter zitting noch heeft hij anderszins van zich laten horen, terwijl hij wel van de zitting op de hoogte was.
4. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt doormiddel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.