Uitspraak
[verzoeker] ,
[adres 1] ,
Kamer van Koophandel-nummer [nummer] ,
Rechtbank Den Haag
De kantonrechter te Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de grondslag van een beschermingsbewind ingesteld op 6 april 2018 wegens verkwisting of problematische schulden. Inmiddels zijn de schulden van betrokkene volledig afgelost, maar de bewindvoerder verzocht het bewind voort te zetten op uitsluitend de grond van verkwisting.
Ter zitting werd erkend dat betrokkene aanvankelijk goed met een beheerrekening kon omgaan, maar later steeds meer geld opmaakte, onder meer aan impulsaankopen gerelateerd aan zijn ADHD. Dit leidde zelfs tot nieuwe schulden bij een energiemaatschappij. De kantonrechter oordeelde dat verkwisting een zelfstandige grond is voor bewindvoering en dat deze grond na sanering van schulden kan blijven gelden.
Omdat voldoende is gebleken dat betrokkene nog steeds verkwisting pleegt en daardoor niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, wees de rechtbank het verzoek tot wijziging van de grond af en bepaalde dat het bewind wordt voortgezet op de grond van verkwisting.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de grondslag van het beschermingsbewind wordt afgewezen en het bewind wordt voortgezet op de grond van verkwisting.