ECLI:NL:RBDHA:2025:22530
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verordening
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank besloot op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek ter zitting achterwege te laten.
Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.49872), waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.