Eiseres, een nagelstylist uit Colombia, diende op 10 juni 2024 een asielaanvraag in nadat zij meerdere malen met een wapen was bedreigd door een bende in Bogota. Zij stelde dat zij vanwege bendegeweld en samenwerking met guerrilla’s en dissidenten niet veilig was en vreest voor haar leven bij terugkeer. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van haar verhaal en het niet onverwijld indienen van de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet tijdig haar asielaanvraag heeft ingediend en dat haar verklaring over het late indienen niet overtuigend is. De minister mocht aannemen dat eiseres eerst door pamfletten van haar dochter besefte dat zij niet kon terugkeren, terwijl eerdere bedreigingen en een poging tot moord al reden hadden moeten zijn om eerder asiel aan te vragen.
Voorts acht de rechtbank het verhaal van eiseres over haar problemen met de bende ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden, onvoldoende onderbouwing en het feit dat zij ondanks waarschuwingen opnieuw onzichtbare grenzen overstak. De minister hoefde niet nader te onderbouwen dat eiseres niet meer gezocht wordt door de bende.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.