ECLI:NL:RBDHA:2025:22532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht naar Zweden wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat hij wordt overgedragen aan Zweden in afwachting van de beslissing op zijn beroepsprocedure tegen de niet-inhoudelijke behandeling van zijn asielaanvraag.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de aangekondigde vlucht op 19 november 2025 uitsluitend een vrijwillig vertrek faciliteert en dat er geen sprake is van een gedwongen overdracht op dat moment. Verzoeker kan op die datum weigeren te vertrekken zonder dat dan gedwongen vertrek volgt.
De rechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat de mogelijkheid van een toekomstige gedwongen overdracht onzeker is en niet direct dreigt. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de kans van slagen van het beroep.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter F.A. Groeneveld en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht naar Zweden wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.