ECLI:NL:RBDHA:2025:22554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen brief over beëindiging bevriezingsmaatregel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een brief van de minister van Asiel en Migratie waarin werd meegedeeld dat de bevriezingsmaatregel per 4 september 2025 zou eindigen en dat eiser Nederland binnen vier weken moest verlaten. De voorzieningenrechter wees een verzoek om een voorlopige voorziening af.
De rechtbank stelde vast dat eiser eerder een terugkeerbesluit had gekregen op 21 februari 2024 en dat de asielaanvraag van eiser buiten behandeling was gesteld. Tegen deze besluiten was geen beroep ingesteld, waardoor deze onherroepelijk waren geworden.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 16 juli 2025 geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De brief informeerde slechts over de gevolgen van de beëindiging van de bevriezingsmaatregel, maar bracht geen nieuwe rechtsgevolgen tot stand. De rechtsgevolgen volgden uit het eerdere terugkeerbesluit en de beëindiging van de facultatieve tijdelijke bescherming.
Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en beoordeelde zij het beroep niet inhoudelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Sibma op 27 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de brief over de beëindiging van de bevriezingsmaatregel.