ECLI:NL:RBDHA:2025:22556
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen weigering asielaanvraag
De verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag op 25 mei 2025 niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met verwante zaken op 11 november 2025 behandeld. Verzoeker verscheen namens zijn gezin, bijgestaan door een waarnemer en tolk.
De rechtbank heeft bij uitspraak op de hoofdzaak geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier S.N. Lekatompessij op 28 november 2025.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen weigering asielaanvraag wordt afgewezen.