Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
zonderhun nieuwe woon- of verblijfplaats door te geven.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen beschikkingen van de minister die hun asielaanvragen niet in behandeling nam omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De beschikkingen zijn op 25 juni 2025 genomen, en eisers hadden uiterlijk 1 juli 2025 beroep moeten instellen. De beroepen zijn echter pas op 24 oktober 2025 ingediend.
De rechtbank beoordeelde of de beschikkingen op juiste wijze bekend zijn gemaakt. Eisers hadden geen gemachtigde, en de minister heeft de beschikkingen aangetekend naar het laatst bekende adres, het AZC, gestuurd. Eisers waren in april 2025 vertrokken zonder hun nieuwe verblijfplaats door te geven, waardoor de minister niet persoonlijk kon betekenen. De aangetekende brieven zijn retour gekomen, maar de minister heeft voldoende handelingen verricht om de beschikkingen kenbaar te maken.
Eisers voerden verschoonbare redenen aan voor de termijnoverschrijding, waaronder ziekte van eiser 1 en verblijf bij een kennis. De rechtbank vond de stellingen niet consistent en onvoldoende onderbouwd, en concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke uitspraak over de beroepen.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-in behandeling name van de asielaanvragen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.