ECLI:NL:RBDHA:2025:22558
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een soortgelijke zaak op 11 november 2025 inhoudelijk behandeld.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.50048), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier S.N. Lekatompessij op 28 november 2025 en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.