ECLI:NL:RBDHA:2025:22587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Rusland
Eiseres, een Russische nationaliteit houdende vrouw, diende een asielaanvraag in Nederland in oktober 2022. Zij vreesde vervolging door de Russische autoriteiten vanwege het liken en delen van sociale mediaberichten en haar politieke overtuiging tegen het Russische regime. De minister van Asiel en Migratie wees haar aanvraag in maart 2025 af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een gegronde vrees voor vervolging.
De rechtbank behandelde het beroep in september 2025 en concludeerde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat haar sociale media-activiteiten haar in negatieve aandacht van de Russische autoriteiten zouden brengen. Ook haar politieke overtuiging werd niet aannemelijk geacht als grond voor vervolging, mede omdat zij deze nooit publiekelijk had geuit. Daarnaast was het risico op vervolging vanwege een strafzaak tegen haar partner wegens dienstplichtontduiking onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de minister het besluit zorgvuldig en gemotiveerd had genomen en dat de emotionele afhankelijkheid binnen het gezin onvoldoende was aangetoond om op grond van artikel 8 EVRM Pro een verblijfsvergunning te verlenen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.