6.2Nu de interacties van eiseres met mogelijk kritische sociale media berichten zich beperken tot het bekijken, opslaan, doorsturen en ‘liken’ daarvan, maar niet het creëren van eigen content, posts of het formuleren van expliciete meningen betreft, heeft verweerder, mede gelet op de wisselende posities in stellingname van eiseres, op goede gronden geconcludeerd dat met dit gedrag en deze uitingen op sociale media geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade aannemelijk is gemaakt. De beroepsgronden slagen niet.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat eiseres ook niet anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat zij gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade heeft bij terugkeer naar Rusland vanwege haar politieke overtuiging. In dit kader mocht verweerder aan eiseres tegenwerpen dat zij zelf verklaard heeft dat zij nooit eerder publiekelijk uiting heeft gegeven aan haar politieke overtuiging, zowel in Rusland als in Nederland. Eiseres heeft daarbij niet eerder deelgenomen aan demonstraties, (online) politieke bijeenkomsten of anderszins publieke uitingen van haar politieke overtuiging, noch in Rusland, noch in Nederland. In dergelijke omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder terughoudendheid van eiseres verwacht bij terugkeer, nu het uitgangspunt is dat eiseres zich niet anders zal uiten bij terugkeer dan zij tot op heden gedaan heeft. Nu eiseres niet eerder problemen heeft gehad vanwege haar politieke overtuiging en bovendien zelf verklaard heeft dat zij er niet van uit gaat dat de Russische autoriteiten op de hoogte zijn van haar uitingen, mocht verweerder concluderen dat niet aannemelijk is dat er negatieve belangstelling van de Russische autoriteiten voor eiser bestaat bij terugkeer. Verhoogd risico op ondervraging door de FSB bij terugkeer wordt dan ook niet aannemelijk geacht, nu eiseres haar uitingen en het feit dat zij asiel heeft aangevraagd in Nederland geen openbare informatie betreft. De beroepsgronden slagen niet.
Vrees vanwege strafzaak van haar partner
8. In de reactie op het verweerschrift heeft eiseres aangevoerd dat zij bij terugkeer ook vreest vanwege de strafzaak die tegen haar partner aanhangig is vanwege het ontduiken van de dienstplicht. In de beroepszaak van haar partner is hiertoe een document overgelegd waarvan Bureau Documenten heeft vastgesteld dat dit niet op authenticiteit kan worden onderzocht vanwege het ontbreken van referentiemateriaal. In de uitspraak op het beroep van haar partner met zaaknummer NL25.18595 heeft de rechtbank gemotiveerd geoordeeld waarom dit document de vrees van de partner van eiseres bij terugkeer niet onderbouwt. Voor de beoordeling van de vrees van eiseres verwijst de rechtbank hier naar rechtsoverweging 5.1 en 5.2 van de uitspraak in voornoemd beroep.
9. Tot slot heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om een reguliere verblijfsvergunning op grond van het recht op familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM aan eiseres te verlenen. Familieleven met bijkomende elementen van afhankelijkheid, bijvoorbeeld door een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiseres en haar partner en diens moeder en zus is niet aannemelijk gemaakt. De enkele niet onderbouwde stelling dat de band tussen eiseres en haar naasten in Nederland hecht is vanwege de nare ervaringen van haar partner in Rusland is daartoe onvoldoende.