ECLI:NL:RBDHA:2025:22589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Deze maatregel was reeds meerdere malen getoetst en verlengd, en het beroep richtte zich op de periode van 5 tot 18 september 2025.
Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting naar Gambia ontbreekt vanwege technische problemen met het Gambiaanse vingerafdrukkensysteem en het gebrek aan rappel bij de autoriteiten. De rechtbank oordeelde echter dat er nog steeds zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat eiser zelf weigert mee te werken aan het lp-traject en de presentatie bij de Gambiaanse autoriteiten.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, maar de rechtbank vond dat de vertrekgesprekken wel degelijk uitzettingshandelingen zijn en dat verweerder voldoende inspanningen verricht. Ook de belangenafweging viel niet in het voordeel van eiser uit, mede door zijn eigen medewerkingstekort en het aanhoudende risico op onttrekking.
Ten slotte wees de rechtbank het beroep af op de beperking van internettoegang in het detentiecentrum en voerde zij ambtshalve toetsingen uit, waaronder aan het non-refoulementbeginsel en het belang van het kind, zonder dat daartegen bezwaren waren. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.