ECLI:NL:RBDHA:2025:22591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel over de periode van 12 augustus tot 18 september 2025, aansluitend op een eerdere uitspraak waarin de maatregel tot 12 augustus als rechtmatig werd beoordeeld.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting, onder meer door het niet meesturen van relevante documenten en het nalaten van een nieuw rappel aan de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld door vertrekgesprekken te voeren en rappellen te sturen, en dat eiser onvoldoende meewerkte aan het lp-traject. De rechtbank benadrukte dat het aan eiser is om relevante documenten te verstrekken.
Daarnaast voerde de rechtbank een ambtshalve toetsing uit aan de hand van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarbij geen onrechtmatigheid werd vastgesteld. Ook werd geen bezwaar gezien tegen verwijdering op grond van non-refoulement of het belang van het kind en familie- en gezinsleven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.