ECLI:NL:RBDHA:2025:22618

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
30 november 2025
Zaaknummer
C/09/683508 / JE RK 25-663
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige met geplande plaatsing bij vader

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 oktober 2025 het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds juni 2025 onder toezicht staat en in netwerkpleegzorg verblijft.

De gecertificeerde instelling informeerde dat de vader is aangemeld voor hulpverlening ter versterking van zijn opvoedvaardigheden, welke vanwege een wachtlijst nog niet is gestart maar in november 2025 zal aanvangen. De omgang tussen vader en minderjarige is recent uitgebreid tot drie dagen en nachten per week, en er is brede steun voor plaatsing bij de vader, waarbij contact met de tante/pleegmoeder als veilige basis wordt gehandhaafd.

De kinderrechter constateert dat de minderjarige een gezonde ontwikkeling doormaakt en een liefdevolle relatie met de vader heeft. Gezien de omstandigheden wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 12 januari 2026 om een soepele overgang naar definitieve plaatsing bij de vader mogelijk te maken. Het verzoek tot verdere verlenging wordt afgewezen.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 12 januari 2026 met het oog op de geplande plaatsing bij de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zaaknummer: C/09/683508 / JE RK 25-663
Datum uitspraak: 30 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging machtiging uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 10 april 2025 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Pool te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:

[de pleegmoeder] ,

hierna te noemen: de tante vaderszijde,
hierna ook te noemen: de pleegmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Bij beschikking van 3 juni 2025 van de kinderrechter in deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 6 juni 2026 en is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg verlengd tot
6 november 2025. Het verzoek is voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum gelegen vóór 6 november 2025.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- voornoemde beschikking van 3 juni 2025;
- de brief van 13 oktober 2025 van de zijde van de gecertificeerde instelling.
Op 30 oktober 2025 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet in de vorm van een
gecombineerde behandelingvan zowel het onderhavige verzoek als het verzoek van de vader om hem te belasten met het eenhoofdig gezag (C/09/683508, JE RK 25-663). Op laatstgenoemd verzoek zal bij afzonderlijke beschikking worden beslist.
Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
- de vader, bijgestaan door mr. A.L. Witteveen (waarnemend voor mr. F. Pool) en
mr. A. Fakiri (advocaat van vader in de zaak met betrekking tot het gezag);
- een stagiaire van mr. A. Fakiri;
- de tante vaderszijde.
De moeder is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.

Beoordeling

Aan de orde is nu nog het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot
6 juni 2026.
Bij voormelde brief van 13 oktober 2025 is namens de gecertificeerde instelling een schriftelijke update gegeven. Hierin is – kort samengevat – het volgende weergegeven. De vader is aangemeld voor hulpverlening. Doel van deze hulpverlening is om de vader te begeleiden bij het versterken van zijn opvoedvaardigheden, hem te ondersteunen bij een soepele overgang naar zelfstandig ouderschap en de vader en oma te ondersteunen bij opvoedvragen wanneer [minderjarige] thuis zal gaan verblijven. Vanwege een wachtlijst is de hulpverlening nog niet gestart. Naar verwachting zal de hulpverlening in november 2025 kunnen starten. De vader en oma staan open voor deze hulp. Recent is de omgang tussen de vader en [minderjarige] uitgebreid naar drie dagen en nachten per week. Iedereen staat nog steeds achter een plaatsing van [minderjarige] bij de vader. Daarbij geldt wel dat het van belang wordt geacht dat [minderjarige] na de plaatsing bij de vader structureel contact blijft houden met zijn tante/pleegmoeder.
Hoewel het sterk de voorkeur had gehad dat er in de afgelopen periode hulpverlening was ingezet ter ondersteuning van de vader, zijn er naar de mening van de gecertificeerde instelling op dit moment geen redenen om [minderjarige] niet bij zijn vader te plaatsen. Sterker nog, er zijn meerdere redenen om hem wel bij zijn vader te laten wonen. [minderjarige] maakt een gezonde ontwikkeling door. De relatie met zijn tante/pleegmoeder vormt een veilige haven en basis waarop hij in zijn ontwikkeling kan voortbouwen. Daarnaast is zichtbaar dat vader en zoon een liefdevolle relatie hebben en dat [minderjarige] gewend is om bij zijn vader te verblijven. Het feit dat de vader niet alleen staat in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] , maar hierin samen met oma optrekt, is een beschermende factor.
Op de zitting is namens de gecertificeerde instelling aangegeven dat er begin december 2025 een afspraak staat gepland om te bespreken wanneer [minderjarige] definitief bij de vader kan gaan wonen (deze afspraak is enkele weken uitgesteld vanwege de vakantie van oma). Verzocht is de machtiging tot uithuisplaatsing nog te verlengen tot begin januari 2026 zodat alles goed kan worden geregeld.
De vader kan zich er in vinden dat de machtiging tot uithuisplaatsing nog wordt verlengd tot begin januari 2026.
De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen tot 12 januari 2026 en het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor het overige afwijzen. Zij gaat ervan uit dat [minderjarige] in ieder geval vóór 12 januari 2026 volledig bij de vader zal wonen. Een machtiging tot uithuisplaatsing is dan niet langer nodig.

Beslissing

De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] , in een voorziening voor netwerkpleegzorg tot 12 januari 2026;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier.