ECLI:NL:RBDHA:2025:22649

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
C?09/692822 / KG ZA 25-999
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inbreuk op het merk PASSA SPORTS door gebruik van het teken PASSIESPORT in kort geding

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 28 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen PASSA SPORTS B.V. en PASSIESPORT B.V. De eiseres, PASSA SPORTS, vorderde een inbreukverbod op haar merk PASSA SPORTS, omdat de gedaagde, PASSIESPORT, gebruik maakte van het teken PASSIESPORT, wat volgens eiseres inbreuk maakte op haar merkrechten. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een aanzienlijke visuele en auditieve overeenstemming tussen de merken, en dat er verwarringsgevaar bestaat bij het relevante publiek, dat bestaat uit recreatiesporters en sportliefhebbers. De voorzieningenrechter oordeelde dat PASSIESPORT merkinbreuk maakt door het gebruik van het teken PASSIESPORT voor haar sportcentrum en de aangeboden diensten. De voorzieningenrechter heeft PASSIESPORT bevolen om binnen zes weken na betekening van het vonnis iedere inbreuk in Nederland op het merk PASSA SPORTS te staken en gestaakt te houden, en heeft een dwangsom opgelegd voor elke overtreding. Daarnaast is PASSIESPORT veroordeeld in de proceskosten van PASSA SPORTS, die zijn vastgesteld op € 16.011,40. De uitspraak benadrukt de bescherming van merkrechten en de noodzaak om verwarring bij consumenten te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/692822 / KG ZA 25-999
Vonnis in kort geding van 28 november 2025
in de zaak van
PASSA SPORTS B.V.te Waalwijk,
eiseres,
hierna te noemen: Passa Sports,
advocaten: mr. H.W. van der Kaaij en mr. S. Tigu,
tegen
PASSIESPORT B.V.te Breukelen,
gedaagde,
hierna te noemen: Passiesport,
advocaat: mr. G.G.A.J.M. van Poppel.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 september 2025, met producties en aanvullende producties;
- de producties van Passiesport.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2025. De advocaten van partijen hebben ter zitting het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities. Deze pleitnotities maken deel uit van het dossier, met uitzondering van de afbeeldingen in de pleitnotities van de advocaat van Passiesport, voor zover deze niet verwijzen naar eerder door hem ingediende producties.
1.3.
Aan het begin van de mondelinge behandeling heeft de advocaat van Passa Sports bezwaar gemaakt het proceskostenoverzicht van Passiesport, omdat deze niet binnen de in het dagbepalingsbericht vermelde termijn van 24 uur voor de zitting is ingediend en het bovendien geen aanvullend proceskostenoverzicht betreft maar een algeheel proceskostenoverzicht. De advocaat van Passa Sports heeft zich op het standpunt gesteld dat – indien Passiesport in het gelijk wordt gesteld – het niet tijdig overleggen van de specificatie moet leiden tot toepassing van het liquidatietarief. Hiertegenover heeft de advocaat van Passiesport aangevoerd dat hij het dagbepalingsbericht over het hoofd heeft gezien en dat Passa Sports door de late indiening niet in haar belang is geschaad. De voorzieningenrechter heeft vervolgens meegedeeld dat over de toelaatbaarheid van het proceskostenoverzicht zo nodig in het vonnis wordt beslist.

2.De feiten

2.1.
Passa Sports is een Nederlands bedrijf, opgericht in 2019. Passa Sports houdt zich
bezig met de detailhandel in sportartikelen, onder meer voor padel, tennis en hockey. Zij verkoopt onder meer sportkleding, sportschoenen, rackets en ballen in de Benelux. Passa Sports heeft vier fysieke winkels en 25 verschillende webshops, waarvoor zij gebruikmaakt van onder meer de volgende domeinnamen: , , en . Passa Sports werkt daarnaast samen met 200 tennis- en padelverenigingen, waar zij sportartikelen verkoopt.
2.2.
Passa Sports is houdster van onder meer de volgende merkinschrijvingen (hierna ook wel: het merk PASSA SPORTS) voor de klassen 28 (o.a. sporttoestellen), 25 (o.a. kleding en sportartikelen) en 35 (o.a. detailhandelsdiensten voor (sport)kleding):
2.3.
Passa Sports gebruikt het merk in het handelsverkeer onder meer in rood en zwart met een rood logo, zoals hieronder weergegeven.
2.4.
Passa Sports drijft haar onderneming ook onder handelsnamen als PassaPadel, PassaTennis en PassaHockey.
2.5.
Passiesport is opgericht op 19 augustus 2025. De (indirect) bestuurder van Passiesport is de heer [naam] (hierna: [naam] ). Passiesport heeft begin augustus 2025 via LinkedIn aangekondigd dat zij in Breukelen een sportcentrum gaat openen met banen voor padel, pickleball en voetpadel. Zij gebruikt daarbij het volgende logo:
2.6.
Passiesport maakt gebruik van de domeinnamen en . Een schermafbeelding van de website is hieronder weergegeven.
2.7.
Op 29 augustus 2025 heeft (de CFO van) Passa Sports via LinkedIn contact gezocht met Passiesport en haar verzocht om in overleg te treden over wijziging van haar naam en over een eventuele samenwerking. Hierbij heeft Passa Sports zich op het standpunt gesteld dat de naam Passiesport inbreuk maakt op de merkrechten van Passa Sports. In dat kader heeft Passa Sports gewezen op gelijkenis tussen de beide namen en het mogelijke verwarringsgevaar.
2.8.
Op 30 augustus 2025 heeft [naam] namens Passiesport via LinkedIn aan Passa Sports meegedeeld dat zij geen reden ziet om van naam te veranderen. Hierbij heeft Passiesport zich op het standpunt gesteld dat zij van mening is dat de namen helemaal niet zo gelijk zijn. Verder heeft [naam] meegedeeld dat hij veel waarde hecht aan de naam, omdat hij [naam] heet en een passie voor sport heeft.
2.9.
Na een verdere correspondentie via LinkedIn heeft de advocaat van Passa Sports Passiesport bij brief van 16 september 2025 gesommeerd om de inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten van Passa Sports te staken en gestaakt te houden. In deze brief heeft de advocaat van Passa Sports Passiesport verzocht een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Passiesport heeft hieraan geen gevolg gegeven.
2.10.
De “soft opening” van het sportcentrum van Passiesport is voorzien voor december 2025. De officiële opening zal naar verwachting plaatsvinden in februari 2026.

3.Het geschil

3.1.
Passa Sports vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
Passiesport te bevelen iedere inbreuk op het merk PASSA SPORTS en iedere inbreuk op de handelsnaam PASSA SPORTS te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder ieder gebruik van het teken ‘Passiesport’, ter onderscheiding van de door Passiesport aan te bieden diensten en als handelsnaam te staken en gestaakt te houden;
Passiesport te bevelen de domeinnamen en , alsmede elke andere domeinnaam waarin zij het Passiesport-teken heeft opgenomen, over te dragen aan Passa Sports door middel van verschaffing van de tokens van de domeinnamen aan de advocaten van Passa Sports;
een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv.
3.2.
Passa Sports legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Door gebruik te maken van de naam en het teken PASSIESPORT maakt Passiesport inbreuk op de merk- en handelsnaamrechten van Passa Sports. Hoewel Passa Sports steeds bereid is geweest om met Passa Sports in onderhandeling te treden, heeft Passiesport haar inbreukmakende handelen niet gestaakt en heeft zij aangekondigd haar sportcentrum eind november/begin december 2025 te openen. Passa Sports heeft daarom recht op en een spoedeisend belang bij de toewijzing van het door haar gevorderde inbreukverbod.
3.3.
Passiesport voert verweer. Passiesport concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Passa Sports, met veroordeling van Passa Sports in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv.
3.4.
Passiesport voert het volgende aan. Er is geen relevante overeenstemming tussen het teken PASSIESPORT en de merken en/of de handelsnamen van Passa Sports. Voor zover die overeenstemming er wel is, wordt die beperkte overeenstemming volledig geneutraliseerd door de duidelijke betekenis van Passiesport. Verder ontbreekt het verwarringsgevaar, onder meer omdat het feitelijk gebruik van Passa Sports afwijkt van dat van Passiesport. Voor de vordering tot overdracht van de domeinnamen ontbreekt het spoedeisend belang.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid en spoedeisend belang
4.1.
Ambtshalve stelt de voorzieningenrechter vast dat hij bevoegd is tot kennisname van dit geschil. Voor zover de vorderingen van Passa Sports zijn gebaseerd op haar internationale merkregistraties met werking in de Europese Unie, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd om daarvan kennis te nemen, omdat Passiesport in Nederland gevestigd is (artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 van de UMVo [1] in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk). Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie. Voor zover de vorderingen van zijn gebaseerd op haar Beneluxmerken is de voorzieningenrechter (internationaal en relatief) bevoegd op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE [2] , aangezien de gestelde merkinbreuken plaatsvinden via websites/sociale media die op Nederland zijn gericht en dus ook op het arrondissement Den Haag. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de Benelux. Voor zover Passa Sports haar vordering heeft gebaseerd op haar handelsnaamrechten is de voorzieningenrechter bevoegd, alleen al omdat Passiesport de bevoegdheid van de voorzieningenrechter niet heeft bestreden.
4.2.
Aangezien de zaak betrekking heeft op een gestelde inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Passa Sports, volgt het spoedeisend belang uit de aard van de zaak.
Beoordelingskader
4.3.
Van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef sub b UMVo en artikel 2.20 lid 2 aanhef sub b BVIE, is sprake als het betrokken teken (hier: PASSIESPORT) gelijk is aan of overeenstemt met het merk (hier: PASSA SPORTS) en wordt gebruikt met betrekking tot waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren of diensten (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van verwarringsgevaar moet in aanmerking worden genomen dat dit globaal dient te worden beoordeeld volgens de indruk die merk en teken bij de gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name (de onderlinge samenhang tussen) de overeenstemming van het merk en het teken en de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient, wat de visuele, de auditieve en de begripsmatige vergelijking tussen het merk en teken betreft, te berusten op de totaalindruk die het merk en het teken wekken bij het relevante publiek, dat bestaat uit de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Voorts dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het merk. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren of diensten. Een zekere mate van overeenstemming en een zekere mate van (soort)gelijkheid zijn daarbij cumulatieve voorwaarden. Het onderzoek moet in twee fases plaatsvinden. In de eerste fase moet een vergelijking plaatsvinden van het merk zoals het is ingeschreven en het teken zoals het is gebruikt om vast te stellen of het merk en het teken visueel, fonetisch en/of begripsmatig een bepaalde mate van overeenstemming vertonen en of sprake is van (soort)gelijke waren. Hoewel deze vergelijking gebaseerd moet zijn op de totaalindruk die deze tekens in het geheugen van het relevante publiek achterlaten, moet deze toch worden gemaakt in het licht van de intrinsieke kwaliteiten van de tekens. Daarbij mogen de omstandigheden waaronder de waren in de handel worden gebracht, niet worden betrokken. Deze omstandigheden mogen alleen in aanmerking worden genomen in de tweede fase, de fase van de globale beoordeling van het verwarringsgevaar. [3]
Overeenstemming tussen merk en teken
4.4.
Anders dan Passiesport ter zitting heeft betoogd, dient bij de beoordeling van het bestaan van overeenstemming tussen merk en teken uitgegaan te worden van het merk zoals gedeponeerd en het teken zoals gebruikt. Dit betekent dat een vergelijking moet worden gemaakt tussen het (woord)merk PASSA SPORTS zoals het is ingeschreven en het teken PASSIESPORT zoals het is gebruikt. In deze eerste fase is de wijze van gebruik door Passa Sports dus niet van belang. Dat Passa Sports haar merk onder meer gebruikt in rood en zwart en met een rood logo en daarnaast ook gebruik maakt van de handelsnamen PassaPadel, PassaTennis en PassaHockey is daarom voor deze beoordeling ook niet relevant.
4.5.
Passasport gebruikt het teken zowel volledig in hoofdletters (te weten ‘PASSIESPORT’, zoals in het logo weergegeven in 2.5 hiervoor) als in kleine letters met hoofdletter P (te weten ‘Passiesport’, zoals op haar website weergegeven in 2.6 hiervoor). Voor de vergelijking met het merk zal de voorzieningenrechter steeds naar het teken in hoofdletters verwijzen.
4.6.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is sprake van aanzienlijke mate van visuele overeenstemming tussen het merk PASSA SPORTS en het teken PASSIESPORT. Merk en teken bestaan allebei uit elf letters. Het merk bestaat uit twee woorden en het teken uit één aaneengesloten woord. Dat neemt echter niet weg dat zowel het merk als het teken bestaat uit twee (relatief korte) delen, te weten PASSA/PASSIE en SPORTS/-SPORT. Omdat de elementen PASSA/PASSIE in merk en teken vooraan zijn geplaatst en de elementen SPORTS/-SPORT voor zowel merk als teken beschrijvend moeten worden geacht voor de waren en diensten (sportartikelen respectievelijk een sportcentrum), zijn de elementen PASSA en PASSIE in zowel merk als teken dominant. De elementen PASSA en PASSIE verschillen slechts in de letters -a, en -ie en de elementen SPORTS en -SPORT verschillen slechts één letter, de -s. Van de elf letters in merk en teken zijn dus negen letters dezelfde (de letters P-A-S-S en S-P-O-R-T). Een en ander levert een gering visueel onderscheid op.
4.7.
Ook in auditief (fonetisch) opzicht is sprake van een grote gelijkenis tussen merk en teken. Merk en teken beginnen met dezelfde klankcombinatie PASS- en bevatten hetzelfde tweede woord(deel) met daarin het element SPORT. Het verschil tussen de slotklanken van het eerste woord(deel), -a tegenover -ie, is gering en zal door de gemiddelde consument auditief nauwelijks worden opgemerkt, omdat de klemtoon in beide gevallen op de eerste lettergreep ligt. Het onderscheid tussen de elementen SPORTS en -SPORT heeft in de uitspraak slechts een beperkte impact. Merk en teken worden in een vergelijkbaar ritme uitgesproken, waarbij de nadruk ligt op PASS-.
4.8.
Aangezien het element PASSA geen vaststaande betekenis heeft in een van de relevante talen van Europese Unie, is een begripsmatige vergelijking tussen merk en teken niet mogelijk. Partijen zijn het er ook over eens dat er geen begripsmatige overeenstemming is tussen merk en teken. Het beroep van Passiesport op de neutralisatieleer slaagt niet. Toepassing daarvan dient beperkt te blijven tot die uitzonderlijke gevallen waarin ten minste één van de conflicterende tekens in de ogen van het relevante publiek een duidelijke en vaste betekenis heeft, die het publiek onmiddellijk kan begrijpen. In zo’n uitzonderlijk geval kunnen de begripsmatige verschillen opwegen tegen de visuele en/of auditieve gelijkenissen. [4] Hiervan is in dit geval geen sprake. Voor zover op basis van de door Passiesport aangehaalde voorbeelden al kan worden aangenomen dat “passiesport” voor sommige gebruikers de betekenis van favoriete sport heeft, is niet aannemelijk dat dat in de ogen van het relevante publiek de duidelijke, vaste en onmiddellijk begrijpbare betekenis is van het woord “passiesport”.
4.9.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat naar voorlopig oordeel sprake is van een aanzienlijke mate van visuele en auditieve overeenstemming en dat deze overeenstemming niet wordt weggenomen door een begripsmatig verschil.
Overeenstemming tussen waren en diensten
4.10.
Passiesport kan niet worden gevolgd in haar betoog dat geen sprake is van soortgelijke waren of diensten. Beide partijen richten zich op dezelfde doelgroep van recreatiesporters en sportliefhebbers met onder meer interesse in padel. De op sport gerichte detailhandel van Passa Sports heeft daarmee duidelijke raakvlakken met de sportieve diensten van Passiesport. Daarbij komt dat Passiesport heeft verklaard dat zij voornemens is binnen haar sportcomplex een bar te openen waar sportartikelen, waaronder ballen en mogelijk gripjes, worden verkocht of verhuurd en waar mogelijk een vendingmachine zal worden geplaatst voor diezelfde producten. Hiermee begeeft zij zich op het terrein van de verkoop van sportartikelen waarvoor het merk Passa Sports is ingeschreven. De betrokken waren en diensten zijn aldus in belangrijke mate complementair, en daarmee in merkenrechtelijke zin soortgelijk, en voor zover het de verkoop van sportartikelen betreft, zelfs identiek.
Het relevante publiek
4.11.
Het relevante publiek bestaat zoals hiervoor overwogen uit recreatiesporters en sportliefhebbers. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betreft dit consumenten met een gemiddeld aandachtsniveau. Recreatiesporters kiezen hun sportfaciliteiten en sportartikelen immers doorgaans bewust, maar zonder diepgaand onderzoek.
Onderscheidend vermogen
4.12.
Tussen partijen is niet in geschil dat het merk PASSA SPORTS onderscheidend vermogen heeft. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het onderscheidend vermogen van het merk gemiddeld, met name vanwege het dominante element PASSA. Dat heeft immers geen betekenis en is dus fantasievol. De toevoeging van het beschrijvende element SPORTS neemt dat onderscheidend vermogen niet weg.
Verwarringsgevaar
4.13.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan er bij het relevante publiek verwarring ontstaan tussen het merk PASSA SPORTS en het teken PASSIESPORT. Hiertoe wordt als volgt overwogen.
4.14.
Gelet op het gemiddeld onderscheidend vermogen van het merk PASSA SPORTS, de aanzienlijke mate van overeenstemming tussen merk en teken, het feit dat het merk en teken gebruikt wordt voor soortgelijke en identieke waren en diensten en het gemiddelde aandachtsniveau van het relevante publiek, is naar voorlopig oordeel bij het relevante publiek direct en indirect verwarringsgevaar te verwachten. In het spraakgebruik is het onderscheid tussen PASSA SPORTS en PASSIESPORT moeilijk hoorbaar, zowel merk als teken zijn gelieerd aan recreatieve sport, waaronder padel. Hierbij is verder relevant dat Passa Sports samenwerkingsverbanden heeft met diverse sportcentra. Het relevante publiek kan daarom in verwarring raken door het gebruik van het teken PASSIESPORT. De kans bestaat dat bij het relevante publiek de indruk ontstaat dat sprake is van een dienst van Passa Sports, dan wel dat sprake is van een aan haar verwante onderneming. De gemiddelde consument heeft immers slechts zelden de mogelijkheid om merken en tekens rechtstreeks met elkaar te vergelijken en moet vertrouwen op het onvolmaakte beeld dat bij hem of haar is achtergebleven. [5]
4.15.
De door Passiesport aangehaalde omstandigheden kunnen dit verwarringsgevaar niet wegnemen. Dat Passa Sports het merk onder meer gebruikt in rood en zwart met een rood logo (zie 2.3), terwijl Passiesport een groen logo hanteert (2.5), maakt niet dat geen sprake kan zijn van gevaar voor verwarring. Zoals hiervoor al is overwogen moet in beginsel worden uitgegaan van het merk zoals het is ingeschreven, in dit geval het (woord)merk PASSA SPORTS. Weliswaar moet in de tweede fase bij de beoordeling van het verwarringsgevaar rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder ook de wijze waarop de merkhouder het merk in de praktijk gebruikt, maar een bepaald feitelijk gebruik van het merk door de merkhouder kan alleen leiden tot een toename van verwarringsgevaar tussen merk en teken, niet een afname. [6] Dat Passa Sports zich – naast het gebruik van het merk PASSA SPORTS – ook bedient van handelsnamen als PassaPadel, PassaTennis of PassaHockey, acht de voorzieningenrechter niet relevant voor de beoordeling of sprake is van verwarringsgevaar tussen het merk PASSA SPORTS en het teken PASSIESPORT. Dit betreft immers geen gebruik door Passa Sports van het merk PASSA SPORTS, maar gebruik van de handelsnamen PassaPadel, PassaTennis of PassaHockey. Ten slotte doet ook het feit dat de activiteiten van Passiesport zich richten op de regio rond Breukelen niet af aan het verwarringsgevaar. Het bereik van de online uitingen van Passiesport is immers niet tot die regio beperkt en bij haar klanten zou de indruk kunnen ontstaan dat Passiesport gelieerd is aan Passa Sports.
4.16.
De conclusie is dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat Passiesport merkinbreuk ‘sub b’ maakt door het teken PASSIESPORT te gebruiken voor haar sportcentrum en de in dat verband aangeboden waren en diensten.
4.17.
Voor zover Passiesport het teken PASSIESPORT gebruikt in haar handelsnaam levert dit naar voorlopig oordeel tevens merkinbreuk ‘sub b’ op, op grond van artikel 9 lid 3 sub d UMVo en artikel 2.20 lid 3 sub d BVIE. Er is immers een verband te leggen tussen de handelsnaam ‘Passiesport’ en door Passiesport aangeboden waren en diensten (een sportcentrum). [7] Om dezelfde redenen leidt het gebruik van de domeinnamen en tot merkinbreuk op de ‘b-grond’.
Tussenconclusie
4.18.
Op grond van het voorgaande acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure tot het oordeel wordt gekomen dat sprake is van een reëel direct of indirect verwarringsgevaar bij een aanmerkelijk deel van het relevante publiek. Op grond hiervan acht de voorzieningenrechter oplegging van het hierna te bespreken merkenrechtelijk inbreukverbod aangewezen. Aangezien Passiesport haar sportcentrum nog niet heeft geopend, valt ook de te maken belangenafweging uit in het voordeel van Passa Sports. Het nadeel dat Passiesport lijdt doordat zij de door haar gekozen naam niet voor haar bedrijfsactiviteiten kan gebruiken, weegt niet op tegen het belang van Passiesport om haar merkrechten te beschermen.
4.19.
Anders dan Passiesport nog heeft betoogd, betekent het voorgaande niet dat Passa Sports het woord “passie” monopoliseert. Het oordeel in dit kort geding strekt zich alleen uit tot het teken PASSIESPORT en niet tot andere tekens met daarin het element “passie”.
4.20.
Oplegging van een inbreukverbod op basis van een merkenrechtelijke grondslag brengt mee dat het Passiesport niet is toegestaan om het teken PASSIESPORT te gebruiken voor het aanbieden van waren of diensten of in haar handelsnaam en domeinnamen. Passa Sports heeft niet gesteld dat zij daarnaast nog een belang heeft bij oplegging van een verbod op basis van haar handelsnaamrechten. Dit verbod wordt daarom afgewezen.
Vorderingen
4.21.
Aangezien Passiesport niet heeft toegezegd het gebruik van haar teken te staken,
acht de voorzieningenrechter oplegging van een merkenrechtelijk inbreukverbod aangewezen. Aangezien niet is gesteld of gebleken dat Passiesport haar diensten buiten Nederland aanbiedt, wordt het op te leggen verbod beperkt tot Nederland.
4.22.
De termijn waarbinnen Passiesport de inbreuken dient te staken wordt bepaald op zes weken na betekening van dit vonnis. Binnen deze termijn moet Passiesport in staat worden geacht de oude naam uit te faseren en een nieuwe naam te bedenken en te implementeren.
4.23.
Het op te leggen inbreukverbod impliceert dat het Passiesport niet is toegestaan om gebruik te maken van domeinnamen met daarin het element PASSIESPORT. Passa Sports heeft daarom geen spoedeisend belang bij de door haar gevorderde overdracht van de domeinnamen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Passa Sports in dit verband ook verklaard dat het voor haar voldoende is als het gebruik van de betreffende domeinnamen wordt gestaakt.
4.24.
Het inbreukverbod wordt versterkt met een dwangsom. Deze dwangsom wordt gematigd en gemaximeerd zoals vermeld in de beslissing. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de maximaal te verbeuren dwangsom te beperken tot € 15.000,00, zoals door Passiesport aangevoerd. Indien Passiesport zich houdt aan de veroordeling, heeft zij van het hogere maximum ook geen last.
Slotsom en proceskosten
4.25.
De vorderingen van Passa Sports worden op de hierna te vermelden wijze toegewezen. Passiesport is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Passa Sports maakt aanspraak op vergoeding van haar volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv en heeft specificaties van haar advocaatkosten ingediend voor een totaalbedrag van € 16.692,00. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter haalt deze zaak, mede in verband met het door Passiesport gevoerde verweer, de drempel van een normaal kort geding. Voor deze categorie zaken is in de Indicatietarieven in IE-zaken [8] een bedrag van € 15.000,- (exclusief BTW) aan advocaatkosten is opgenomen. Aangezien uit niets blijkt dat overschrijding van dit (maximum)tarief gerechtvaardigd is, zal de voorzieningenrechter dat bedrag aan salaris advocaat toewijzen. De proceskosten van Passa Sports worden daarom begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
15.000,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
16.011,40
4.26.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.27.
De termijn als bedoeld in 1019i Rv wordt bepaald op zes maanden.
4.28.
In verband met de uitkomst van deze procedure komt de voorzieningenrechter niet meer toe aan de beoordeling van de toelaatbaarheid van het door Passiesport ingediende proceskostenoverzicht.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
beveelt Passiesport binnen zes weken na betekening van dit vonnis iedere inbreuk in Nederland op het merk PASSA SPORTS door gebruik van het teken PASSIESPORT te staken en gestaakt te houden;
5.2.
veroordeelt Passiesport om aan Passa Sports een dwangsom te betalen van € 5.000,00 per overtreding van het onder 5.1 opgenomen bevel, te vermeerderen met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de niet-nakoming voortduurt, een en ander tot een maximum van € 10.000,00 per dag en tot in het totaal een maximum van € 200.000,- is bereikt;
5.3.
veroordeelt Passiesport in de proceskosten van € 16.011,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Passiesport niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
veroordeelt Passiesport tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in 1019i Rv op zes maanden na vandaag;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
FK/WJ

Voetnoten

1.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
2.Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).
3.HvJ 4 maart 2020, ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO / Equivalenza Manufactory) en de daarin genoemde oudere rechtspraak van het HvJ.
4.HvJ 12 januari 2006, ECLI:EU:C:2006:04 (Picasso/Picaro), HvJ 4 maart 2020, ECLI:EU:C:2020:156 (EUIPO / Equivalenza Manufactory).
5.HvJ 22 juni 1999, ECLI:EU:C:1999:323 (https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak/?ecli=ECLI:EU:C:1999:323) (Lloyd Schuhfabrik Meyer & Co. GmbH / Klijsen Handel B.V.).
6.Vgl. HvJ 18 juli 2013, ECLI:EU:C:2013:497 (Specsavers).
7.HvJ 11 september 2007, C-17/06, ECLI:EU:C:2007:497 (Céline), r.o. 23
8.https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/indicatietarieven-in-ie-zaken-rechtbanken-04-2017.pdf.