ECLI:NL:RBDHA:2025:22656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag en geschil over geboortedatum van Eritrese vreemdeling
In deze zaak heeft eiser, een Eritrese vreemdeling, op 3 april 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 18 maart 2024 ingewilligd, maar eiser is het niet eens met de geregistreerde geboortedatum die door de minister is vastgesteld. Eiser stelt dat hij geboren is op [geboortedatum 1] 2005, terwijl de minister de geboortedatum heeft vastgesteld op [geboortedatum 2] 1998. Eiser heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing, waarbij hij aanvoert dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn verklaring en de documenten die hij heeft overgelegd ter ondersteuning van zijn geboortedatum.
De rechtbank heeft de zaak op 30 oktober 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister de geboortedatum van eiser op [geboortedatum 2] 1998 mocht vaststellen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de door eiser overgelegde doopakte vals is bevonden en dat eiser geen plausibele verklaring heeft gegeven voor de afwijkende geboortedatum. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de minister heeft voldaan aan zijn samenwerkingsplicht door contact op te nemen met de Italiaanse autoriteiten en de doopakte te laten onderzoeken.
De rechtbank heeft het verzoek van eiser om schadevergoeding afgewezen, omdat eiser eerst een verzoek om schadevergoeding bij de minister moet indienen voordat hij dit bij de rechtbank kan doen. Ook het verzoek om verlenging van de driemaandentermijn voor gezinshereniging is afgewezen, omdat dit buiten de omvang van het geding valt. Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.