ECLI:NL:RBDHA:2025:22666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over compensatie kinderopvangtoeslag 2014
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Dienst Toeslagen om compensatie toe te kennen voor de jaren 2013-2015, 2017 en 2018 in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. De primaire besluiten en het bestreden besluit van 2024 wezen het verzoek af, met als argument dat niet was gebleken van institutionele vooringenomenheid of bijzondere hardheid.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiseres betrekking heeft op de jaren 2013-2015, 2017 en 2018, waarbij het jaar 2014 centraal staat. Uit het dossier blijkt dat de neerwaartse correctie van 22 januari 2014 het gevolg was van een wijziging door eiseres, maar de correctie van 29 april 2016 wel duidt op vooringenomenheid van verweerder. De rechtbank stelt dat verweerder ten onrechte een beoordeling achteraf toepaste en dat de compensatieregeling daarom van toepassing is voor 2014.
Verder is vastgesteld dat eiseres geen opzet of grove schuld heeft en geen recht heeft op een O/GS-tegemoetkoming. De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn van zeven maanden, waarvoor verweerder wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000. De proceskosten en griffierecht worden eveneens aan eiseres toegekend. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op 2014 en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over 2014 vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen en schadevergoeding en proceskosten betalen.