ECLI:NL:RBDHA:2025:22689
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens ontbreken bijzondere kwetsbaarheid
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende persoon, had eerder asielvergunningen verkregen in Duitsland, Frankrijk en Italië en diende in Nederland een asielaanvraag in. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië en daar zorg beschikbaar is.
Eiser voerde aan dat hij vanwege depressieve klachten en een alcoholverslaving bijzonder kwetsbaar is, waardoor terugkeer naar Italië zou leiden tot zeer verregaande materiële deprivatie. De rechtbank beoordeelde deze stelling aan de hand van het arrest [naam 3] en het informatiebericht IB 2021/56.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie zal verkeren bij terugkeer, mede omdat hij in Italië toegang heeft tot medische en geestelijke gezondheidszorg. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn zelfredzaamheid in overwegende mate is aangetast.
Daarom is een Bureau Medische Advisering (BMA)-onderzoek niet noodzakelijk en is het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.