ECLI:NL:RBDHA:2025:22693
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning kennismigrant
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als kennismigrant. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het beroep loopt. De enkelvoudige kamer heeft de zaak vanwege de complexiteit doorverwezen naar de meervoudige kamer, wat impliceert dat het besluit niet zonder meer in stand zal blijven.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot vier weken na de beslissing op het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep toe.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot vier weken na beslissing op het beroep.