ECLI:NL:RBDHA:2025:22700

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
C/09/620782/ HA ZA 21-1000
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inbreuk op Europees octrooi EP 2 878 579 door Kazan c.s. en de geldigheid van het octrooi

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen Solvay S.A. en Kazan c.s. over de inbreuk op Europees octrooi EP 2 878 579. Solvay, een Belgisch bedrijf, heeft de rechtszaak aangespannen tegen Kazan c.s., een groep Turkse bedrijven, omdat zij zouden inbreken op het octrooi dat een verbeterde werkwijze voor de productie van natronloog beschrijft. De rechtbank heeft vastgesteld dat Kazan c.s. inbreuk maakt op het octrooi door natronloog te produceren uit een spoelstroom van een natriumcarbonaat kristallisator. De rechtbank heeft Kazan c.s. bevolen om met onmiddellijke ingang te stoppen met deze inbreuk en hen te veroordelen tot betaling van een dwangsom voor elke dag dat zij inbreuk maken. Daarnaast heeft de rechtbank de vorderingen van Kazan c.s. tot vernietiging van het octrooi afgewezen, omdat het octrooi geldig is bevonden. De rechtbank heeft ook de proceskosten aan de zijde van Solvay S.A. toegewezen, die zijn vastgesteld op € 200.000. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor bedrijven om zorgvuldig om te gaan met intellectuele eigendomsrechten en de gevolgen van inbreuk daarop.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/620782/ HA ZA 21-1000
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
1) de vennootschap naar vreemd recht
SOLVAY S.A.,
gevestigd te Brussel, België,
2) de vennootschap naar vreemd recht
SOLVAY CHEMICALS INTERNATIONAL S.A.,
gevestigd te Brussel, België,
3) SOLVAY OPÉRATIONS FRANCE S.A.S.,
gevestigd te Parijs, Frankrijk,
eiseressen in conventie,
verweersters in reconventie,
advocaat: mr. R.M. van der Velden te Amsterdam,
tegen
1) de vennootschap naar vreemd recht
KAZAN SODA ELEKTRIK ÜRETIM A.Ş.,
gevestigd te Ankara, Turkije,
2) de vennootschap naar vreemd recht
CINER IÇ VE DIŞ TICARET A.Ş.,
gevestigd te Istanbul, Turkije,
3) de vennootschap naar vreemd recht
WE SODA KIMYA YATIRIMLARI A.Ş,
gevestigd te Istanbul, Turkije,
4) de vennootschap naar vreemd recht
WE SODA LTD,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
5) de vennootschap naar vreemd recht
KEW SODA LTD,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
6) de vennootschap naar vreemd recht
TRAXYS EUROPE S.A.,
gevestigd te Strassen, Luxemburg,
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
advocaat: mr. P. van Schijndel te Amsterdam.
Partijen zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Solvay c.s. en Kazan c.s. Afzonderlijk zullen de eisende partijen Solvay SA, Solvay Chemicals en Solvay Opérations genoemd worden. Gedaagden zullen afzonderlijk Kazan, Ciner IVDT, We Soda TR, We Soda UK, Kew Soda en Traxys genoemd worden. De zaak is aan de zijde van Solvay c.s. inhoudelijk behandeld door de advocaat voornoemd en door mr. ing. H.J. Ridderinkhof en mr. S.L.A. Dusault, beiden advocaat te Amsterdam, alsmede door dr. F.E. Zilly, octrooigemachtigde. Voor Kazan c.s. is de zaak inhoudelijk behandeld door de advocaat voornoemd en door mr. B.J. van den Broek en mr. R. van Kleeff, advocaten te Amsterdam, met bijstand van de heer C. Pierce, octrooigemachtigde.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering tot inzage d.d. 11 augustus 2021, waarbij de dagvaarding van 2 augustus 2021 is ingetrokken en buiten effect gesteld, met producties EP01 t/m EP13;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van antwoord in het incident, tevens conclusie van eis in reconventie d.d. 9 februari 2022 met producties GP01 t/m GP10;
- de conclusie van antwoord in reconventie d.d. 4 mei 2022 met producties EP14 t/m EP20;
- de akte houdende vermeerdering van eis, tevens akte houdende overlegging producties zijdens Kazan c.s. d.d. 24 mei 2023 met producties GP11 en GP12;
- de akte houdende bezwaar eisvermeerdering ex art. 130 lid 1 Rv zijdens Solvay c.s. d.d. 7 juni 2023;
- de akte houdende reactie op bezwaar vermeerdering van eis zijdens Kazan c.s. d.d. 28 juni 2023;
- de akte houdende antwoord op reactie bezwaar eisvermeerdering ex art. 130 lid 1 Rv zijdens Solvay c.s. d.d. 12 juli 2023;
- de beslissing van de rechtbank d.d. 14 juli 2023 waarbij het bezwaar van Solvay c.s. tegen de vermeerdering van eis zijdens Kazan c.s. is afgewezen;
- de akte houdende antwoord op eisvermeerdering zijdens Solvay c.s. d.d. 27 september 2023;
- de akte houdende aanvullende productie zijdens Solvay c.s. d.d. 21 februari 2024 met productie EP21;
- de akte houdende overlegging nadere producties zijdens Kazan c.s. d.d. 21 februari 2024 met producties GP13 t/m GP15;
- de akte houdende reactieve producties zijdens Solvay c.s. d.d. 20 maart 2024 met producties EP22 t/m EP24;
- de akte houdende overlegging reactieve productie zijdens Kazan c.s. d.d. 20 maart 2024 met productie GP16;
- de e-mail van mr. Van Schijndel aan mr. Van der Velden en de rechtbank d.d. 28 maart 2024 waarin gereageerd wordt op voetnoot 1 in de akte zijdens Solvay c.s. d.d. 20 maart 2024;
- de e-mail van mr. Van Kleeff aan de rechtbank van 3 april 2024 waarin hij namens partijen bericht dat een proceskostenafspraak is gemaakt;
- de brief van mr. Van der Velden d.d. 4 april 2024 met een reactie op de e-mail van mr. Van Schijndel d.d. 28 maart 2024;
- de brief van mr. Van Schijndel d.d. 8 april 2024 met een reactie op de brief van mr. Van der Velden d.d. 4 april 2024;
- de brief van mr. Van der Velden d.d. 9 april 2024 met een reactie op de brief van mr. Van Schijndel d.d. 8 april 2024;
- de brief van mr. Van Schijndel d.d. 9 april 2024 met een reactie op de brief van mr. Van der Velden van dezelfde datum;
- de pleitnotities zijdens Solvay c.s. d.d. 15 april 2024;
- de pleitnotities zijdens Kazan c.s. d.d. 15 april 2024;
- de reactie op de pleitnotities van Solvay c.s. zijdens Kazan c.s. d.d. 17 april 2024;
- de mondelinge behandeling van 19 april 2024 waarbij door Solvay c.s. nog een schriftelijke repliek is overgelegd, waarin zijn doorgehaald de in de e-mail van de rechtbank aan partijen van 24 april 2024 genoemde randnummers omdat die niet zijn gepleit;
- de akte houdende vermindering van eis zijdens Kazan c.s. d.d. 24 september 2025 waarbij (in verband met het daags voor de mondelinge behandeling in de oppositieprocedure bij het Europees Octrooibureau door Solvay S.A. intrekken van EP 3 196 165) de eis in reconventie ex art. 129 Rv is verminderd in die zin dat de gevorderde vernietiging en de subsidiair gevorderde verklaring voor recht niet langer zien op EP 3 196 165);
- de akte houdende reactie op eiswijziging in reconventie zijdens Solvay c.s. d.d. 22 oktober 2025 waarbij Solvay c.s. te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen de eisvermindering.
1.2.
Vonnis is vervolgens nader bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Solvay SA staat aan het hoofd van de Solvay-groep en is houdster van Europees octrooi 2 878 579 B1 (hierna: EP 579 of het octrooi) voor een
‘Process for treating a sodium carbonate purge’, verleend op 15 februari 2017 op een aanvrage daartoe van 12 november 2014, daarbij de prioriteit inroepend van 12 november 2013 op basis van EP 13192428. EP 579 is van kracht tot en met 11 november 2034. Er is geen oppositie ingesteld tegen de verlening van EP 579.
2.2.
Solvay Chemicals en Solvay Opérations behoren eveneens tot de Solvay-groep en zijn licentienemers onder het octrooi. Solvay Chemicals maakt haar bedrijf van het op de markt brengen van natriumcarbonaat- en natriumwaterstofcarbonaat-producten die onder de beschermingsomvang van het octrooi vallen. Solvay Opérations is de entiteit die zich bezig houdt met het produceren van natriumcarbonaat- en natriumwaterstofcarbonaat.
2.3.
Kazan is een onderneming die behoort tot de Ciner-groep uit Turkije. Kazan is actief op het gebied van mijnbouw, energie en media in Turkije. Kazan beschikt in Turkije over een productiefaciliteit, gelegen ten noordwesten van Ankara. We Soda TR, We Soda UK en Kew Soda behoren eveneens tot de Ciner-groep. Kew Soda is de enig aandeelhouder van We Soda UK, die op haar beurt de enig aandeelhouder van We Soda TR is. Op 5 februari 2018 heeft Kew Soda via dochtermaatschappij We Soda TR alle aandelen in Kazan verkregen. Ciner IVDT behoort eveneens tot de Ciner-groep en is betrokken bij de distributie van het door Kazan vervaardigde gezuiverde natriumcarbonaat en natriumwaterstofcarbonaat. Traxys is aangewezen als de distributeur van gezuiverd natriumcarbonaat en natriumwaterstofcarbonaat in Nederland dat wordt geproduceerd in de productiefaciliteit van Kazan in Turkije.
2.4.
De conclusies van EP 579 luiden als volgt:
1. A method for treating a purge stream derived from an anhydrous sodium carbonate crystallizer, or a sodium carbonate monohydrate crystallizer, or a sodium carbonate decahydrate crystallizer, or a sodium sesquicarbonate crystallizer, or a wegsheiderite crystallizer, or a sodium bicarbonate crystallizer, said purge stream comprising sodium carbonate (Na2CO3) and/or sodium bicarbonate (NaHCO3) in a quantity of at least 7% total alkalinity expressed as equivalent weight Na2CO3, and at least 1 % by weight of a sodium salt selected among sodium chloride, sodium sulfate and mixtures thereof,
the method comprising the following steps,
- f) causticizing at least 50 mol. % of the sodium from sodium carbonate and/or sodium bicarbonate, into an aqueous sodium hydroxide solution and
into a calcium carbonate mud
by reaction of the purge stream by adding lime, in presence of water;
- g) separating the calcium carbonate mud from the aqueous sodium hydroxide solution;
- h) concentrating the aqueous sodium hydroxide solution by removing part of the water in order to obtain:
a concentrated aqueous sodium hydroxide solution comprising at least 25 % NaOH, and
a crystallized solid comprising sodium carbonate and comprising sodium chloride and/or sulfate,
wherein lime added at step f) and water removed at step h) are controlled so that the weight ratio of sodium carbonate to the sum of the sodium chloride and/or sodium sulfate in crystallized solid is at most 2,
- i) separating the crystallized solid comprising sodium carbonate and sodium chloride and/or sulfate from the concentrated aqueous sodium hydroxide solution, said crystallized solid to be disposed of or to be further valorized,
- j) preferably recycling at least one part of the concentrated aqueous sodium hydroxide solution to the anhydrous sodium carbonate crystallizer, or to the sodium carbonate monohydrate crystallizer, or to the sodium carbonate decahydrate crystallizer, or to the sodium sesquicarbonate crystallizer, or to the bicarbonate crystallizer, or to processes upstream of the anhydrous sodium carbonate crystallizer, or of the sodium carbonate monohydrate crystallizer, or of the sodium carbonate decahydrate crystallizer, or of the sodium sesquicarbonate crystallizer, or of the bicarbonate crystallizer.
2. The method of claim 1, wherein the purge stream comprises at most 33 % Na2CO3 or at most 16 % NaHCO3.
3. The method of anyone of claims 1 to 2, wherein the purge stream comprises at most 15 % NaCl or at most 10 % Na2SO4.
4. The method of anyone of claims 1 to 3, wherein the purge stream comprises at least one impurity of a soluble salt or at least one soluble impurity from ore deposits selected from : trona, nahcolite, or wegscheiderite ore, said soluble salt or soluble impurity comprising at least one element from : As, Ba, Be, Bi, B, Ca, Co, Cu, F, K, Li, Mg, Mo, P, Pb, Se, Si, Sn, Sr, Te, Tl, Ti, V, W, and wherein said soluble salt or soluble impurity is at least partially removed at step f) to i) from the purge stream.
5. The method of anyone of claims 1 to 4, wherein the quantity of lime and of water present on step f) is controlled so that the aqueous sodium hydroxide solution comprises at least 6, preferably at least 8, more preferably at least 10 % NaOH.
6. The method of anyone of claims 1 to 5, wherein the quantity of lime and of water present on step f) is controlled so that the aqueous sodium hydroxide solution comprises at most 14, preferably at most 13, more preferably at most 11 % NaOH.
7. The method of anyone of claims 1 to 6, wherein the amount of water removed at step h) is adapted so that the concentrated aqueous sodium hydroxide solution comprises at most 7 % NaCl and/or at most 2.5 % Na2SO4.
8. The method of anyone of claims 1 to 7, wherein the purge stream is a purge derived from a decahydrate sodium carbonate crystallizer, or from a sodium sesquicarbonate crystallizer.
9. The method of claim 8, wherein the decahydrate sodium carbonate crystallizer, or the sodium sesquicarbonate crystallizer are crystallizers wherein a purge from a sodium carbonate monohydrate crystallizer is treated in order to control the sodium chloride and/or the sodium sulfate of the sodium monohydrate crystallizer.
10. The method of anyone of claims 1 to 9, wherein the purge stream comprises sodium chloride and/or sodium sulfate, and lime added at step f) and water removed at step h) are controlled so that the weight ratio of sodium carbonate to the sum of the sodium chloride and/or sodium sulfate in crystallized solid at step h) is at most 1.5, or at most 1, or at most 0.6, or at most 0.4.
11. A method for producing a sodium carbonate salt or a sodium bicarbonate salt from a sodium carbonate/bicarbonate solution derived from a sodium carbonate/bicarbonate ore such as trona, nahcolite, and wegsheiderite ores, or from a sodium carbonate/bicarbonate lake water, or from a reclaimed solid, or from a mine water, said ores, waters or solid comprising sodium carbonate/bicarbonate,
comprising the following steps :
- a) optionally pre-treating the sodium carbonate/bicarbonate solution in removing part of organics and/ or changing the carbonate/bicarbonate molar ratio in order to obtain an optional pre-treated sodium carbonate/bicarbonate solution;
- b) crystallizing from the sodium carbonate/bicarbonate solution, or from the optionally pre-treated sodium carbonate/bicarbonate solution,
a sodium carbonate salt or a sodium bicarbonate salt with one of the mean selected from the list of : evaporation crystallization, cooling evaporation, carbonation crystallization and combinations thereof,
said crystallization step of the sodium carbonate salt or the sodium bicarbonate salt generating a mother liquor, said mother liquor comprising sodium carbonate or bicarbonate, sodium chloride or sodium sulfate, and water;
- c) separating the sodium carbonate salt or the sodium bicarbonate salt from the mother liquor;
- d) recycling part of the mother liquor back into one of the step a), or step b) and removing part of the mother liquor in order to generate a purge stream to control the sodium chloride and/or the sodium sulfate concentration in the mother liquor of the crystallization step b),
- e) treating the purge stream according to the method of Claims 1 to 10.
12. The method of Claim 11, wherein the sodium carbonate salt is sodium carbonate monohydrate,
and wherein the carbonate/bicarbonate solution is a trona ore solution mining solution and/or a trona ore mine water and /or a reclaimed solid comprising sodium carbonate,
said carbonate/bicarbonate solution comprising at least 10, preferably at least 12 % total alkalinity expressed as sodium carbonate and comprising sodium chloride and/or sodium sulfate,
wherein:
- step a) comprises:
- a wet calcination in one or several steps for partly decarbonating the carbonate/ bicarbonate solution to a sodium bicarbonate content of less than 5, preferably less than 4, more preferably less than 2.5 w % NaHCO3, and
- a water evaporation operation to increase the total alkalinity of the carbonate/ bicarbonate solution exiting step a) to at least 20, preferably at least 25 % expressed as sodium carbonate, and
- a caustic calcination for further partly decarbonating the carbonate/ bicarbonate solution to a sodium bicarbonate content of the carbonate/ bicarbonate solution exiting step a) to less than 4, more preferably less than 2.5 w % NaHCO3, using at least partly the sodium hydroxide from the concentrated aqueous sodium hydroxide solution;
- step b) comprises crystallizing from the carbonate/bicarbonate solution exiting step a), a carbonite salt in the form of sodium carbonate monohydrate salt or a sodium carbonate anhydrous salt with one of the mean selected from the list of : evaporation crystallization, cooling evaporation;
- step c) comprises separating the sodium carbonate (monohydrate or anhydrous) salt from the mother liquor of step b), and drying/ calcining the sodium carbonate (monohydrate or anhydrous) salt into dried anhydrous sodium carbonate.
13. The method of Claim 12, wherein :
- step e) comprises treating the purge stream to control the sodium chloride and/or the sodium sulfate concentration in the mother liquor of the crystallization step b), in three steps :
- first, optionally, lowering sodium bicarbonate concentration of the purge stream by adding sodium hydroxide, to obtain at most 2, preferably at most 1, more preferably at most 0.4, most preferred at most 0.1 w % of sodium bicarbonate,
- second, cooling and/or evaporating water from the purge stream and crystallizing at least 20, preferably at least 30, more preferably at least 50 % of the sodium carbonate from the purge stream into sodium carbonate decahydrate crystals, separating the sodium carbonate decahydrate crystals from second mother liquor, and recovering said sodium carbonate decahydrate crystals to be further processed to recover the corresponding sodium carbonate, such as recycling it at step a) or step b),
- third, treating the second mother liquor as a new purge stream with the method of claims 1 to 8.
14. The method of Claim 12, wherein :
- step e) comprises treating the purge stream to control the sodium chloride or the sodium sulfate concentration in the mother liquor of the crystallization step b), in three steps :
- first, optionally, partly carbonating the purge stream with carbon dioxide to obtain 0.5 to 1.5 mole of sodium bicarbonate by mole of sodium carbonate,
- second, crystallizing by cooling or by water evaporation, or by carbonating, at least 20, preferably at least 30, more preferably at least 35 % of the sodium carbonate from the purge stream into sodium sesquicarbonate, separating the sodium sesquicarbonate crystals from second mother liquor, and recovering the sodium sesquicarbonate crystals to be further processed to recover the corresponding value of the sodium carbonate and sodium bicarbonate,
- third, treating the second mother liquor as a new purge stream with the method of claims 1 to 8.
2.5.
In de onbestreden Nederlandse vertaling luiden deze conclusies als volgt:
1. Werkwijze voor het behandelen van een spoelstroom die afkomstig is van een kristallisator voor watervrij natriumcarbonaat of een kristallisator voor natriumcarbonaat-monohydraat of een kristallisator voor natriumcarbonaat-decahydraat of een kristallisator voor natriumsesquicarbonaat of een kristallisator voor wegsheideriet of een kristallisator voor natriumwaterstofcarbonaat, waarbij de spoelstroom natriumcarbonaat (Na2CO3) en/of natriumwaterstofcarbonaat (NaHCO3) in een hoeveelheid van ten minste 7 % totale alkaliniteit, uitgedrukt als equivalentgewicht Na2CO3 en ten minste 1 gew.% van een natriumzout gekozen uit natriumchloride, natriumsulfaat en mengsels daarvan omvat,
waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat:
- f) het caustisch behandelen van ten minste 50 mol% van het natrium van natriumcarbonaat en/of natriumwaterstofcarbonaat onder vorming van een waterige natriumhydroxideoplossing en een calciumcarbonaatslib
door reactie van de spoelstroom door toevoeging van kalk, bij aanwezigheid van water;
- g) het afscheiden van het calciumcarbonaatslib uit de waterige natriumhydroxideoplossing;
- h) het concentreren van de waterige natriumhydroxideoplossing door verwijdering van een deel van het water om het volgende te verkrijgen:
een geconcentreerde waterige natriumhydroxideoplossing die ten minste 25 % NaOH omvat, en een gekristalliseerde vaste stof die natriumcarbonaat omvat en natriumchloride en/of -sulfaat omvat,
waarbij in stap f) toegevoegd kalk en in stap h) verwijderd water zo geregeld worden dat de gewichtsverhouding van natriumcarbonaat tot de som van het natriumchloride en/of natriumsulfaat in de gekristalliseerde vaste stof ten hoogste 2 bedraagt,
- i) het afscheiden van de gekristalliseerde vaste stof die natriumcarbonaat en natriumchloride en/of -sulfaat omvat, uit de geconcentreerde waterige natriumhydroxideoplossing, waarbij de gekristalliseerde vaste stof afgehandeld wordt of verder benut wordt,
j) bij voorkeur het recirculeren van ten minste één deel van de geconcentreerde waterige natriumhydroxideoplossing naar de kristallisator voor watervrij natriumcarbonaat of naar de kristallisator voor natriumcarbonaat-monohydraat of naar de kristallisator voor natriumcarbonaat-decahydraat of naar de kristallisator voor natriumsesquicarbonaat of naar de kristallisator voor waterstofcarbonaat of naar processen stroomopwaarts van de kristallisator voor watervrij natriumcarbonaat of van de kristallisator voor natriumcarbonaat-monohydraat of van de kristallisator voor natriumcarbonaat-decahydraat of van de kristallisator voor natriumsesquicarbonaat of van de kristallisator voor waterstofcarbonaat.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de spoelstroom ten hoogste 33 % Na2CO3 of ten hoogste 16 % NaHCO3 omvat.
3. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 2, waarbij de spoelstroom ten hoogste 15 % NaCl of ten hoogste 10 % Na2SO4 omvat.
4. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 3, waarbij de spoelstroom ten minste één onzuiverheid van een oplosbaar zout of ten minste één oplosbare onzuiverheid van ertsafzettingen gekozen uit trona-, nahcoliet- of wegscheideriet-erts omvat, waarbij het oplosbare zout of de oplosbare onzuiverheid ten minste één element van As, Ba, Be, Bi, B, Ca, Co, Cu, F, K, Li, Mg, Mo, P, Pb, Se, Si, Sn, Sr, Te, Tl, Ti, V, W omvat, en waarbij het oplosbare zout of de oplosbare onzuiverheid in stap f) tot i) ten minste gedeeltelijk uit de spoelstroom verwijderd wordt.
5. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 4, waarbij de hoeveelheid kalk en water die in stap f) aanwezig is, zo geregeld wordt, dat de waterige natriumhydroxideoplossing ten minste 6, bij voorkeur ten minste 8, met meer voorkeur ten minste 10 % NaOH omvat.
6. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 5, waarbij de hoeveelheid kalk en water die in stap f) aanwezig is, zo geregeld wordt, dat de waterige natriumhydroxideoplossing ten hoogste 14, bij voorkeur ten hoogste 13, met meer voorkeur ten hoogste 11 % NaOH omvat.
7. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 6, waarbij de in stap h) verwijderde hoeveelheid water zo aangepast is, dat de geconcentreerd waterige natriumhydroxideoplossing ten hoogste 7 % NaCl en/of ten hoogste 2,5 % Na2SO4 omvat.
8. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 7, waarbij de spoelstroom een spoeling is, die afkomstig is van een kristallisator voor natriumcarbonaat-decahydraat of van een kristallisator voor natriumsesquicarbonaat.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, waarbij de kristallisator voor natriumcarbonaat-decahydraat of de kristallisator voor natriumsesquicarbonaat kristallisators zijn waarbij een spoeling uit een kristallisator voor natriumcarbonaat-monohydraat behandeld wordt teneinde het natriumchloride en/of het natriumsulfaat van de kristallisator voor natrium-monohydraat te regelen.
10. Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot 9, waarbij de spoelstroom natriumchloride en/of natriumsulfaat omvat en de in stap f) toegevoegde kalk en het in stap h) verwijderde water zo geregeld worden, dat de gewichtsverhouding van natriumcarbonaat tot de som van het natriumchloride en/of natriumsulfaat in gekristalliseerde vaste stof in stap h) ten hoogste 1,5 of ten hoogste 1 of ten hoogste 0,6 of ten hoogste 0,4 bedraagt.
11. Werkwijze voor het produceren van een natriumcarbonaatzout of een natriumwaterstofcarbonaatzout uit een natriumcarbonaat/waterstofcarbonaatoplossing die afkomstig is van een natriumcarbonaat/waterstofcarbonaat-erts, zoals trona-, nahcoliet- en wegsheideriet-erts of van een natriumcarbonaat/waterstofcarbonaat-bekkenwater of van een teruggewonnen vaste stof of van een mijnwater, waarbij de ertsen waters of vaste stoffen natriumcarbonaat/waterstofcarbonaat omvatten,
welke de volgende stappen omvat:
- a) eventueel het voorbehandelen van de natriumcarbonaat/waterstofcarbonaatoplossing door het verwijderen van een deel van de organische materialen en/of het veranderen van de molaire carbonaat/waterstofcarbonaatverhouding teneinde een eventueel voorbehandelde natriumcarbonaat/waterstofcarbonaatoplossing te verkrijgen;
- b) het kristalliseren uit de natriumcarbonaat/waterstofcarbonaatoplossing of uit de eventueel voorbehandelde natriumcarbonaat/waterstofcarbonaatoplossing van een natriumcarbonaatzout of een natriumwaterstofcarbonaatzout op een wijze gekozen uit de groep van kristallisatie door indamping, kristallisatie door afkoeling, kristallisatie door carbonering, en combinaties daarvan,
waarbij de kristallisatiestap van het natriumcarbonaatzout of het natriumwaterstofcarbonaatzout een moedervloeistof doet ontstaan, waarbij de moedervloeistof natriumcarbonaat of -waterstofcarbonaat, natriumchloride of natriumsulfaat, en water omvat;
- c) het afscheiden van het natriumcarbonaatzout of het natriumwaterstofcarbonaatzout uit de moedervloeistof;
- d) het recirculeren van een deel van de moedervloeistof terug naar stap a) of stap b) en het verwijderen van een deel van de moedervloeistof teneinde een spoelstroom te doen ontstaan om de natriumchloride- en/of natriumsulfaatconcentratie in de moedervloeistof van de kristallisatiestap b) te regelen,
- e) het behandelen van de spoelstroom volgens de werkwijze volgens conclusies 1 tot 10.
12. Werkwijze volgens conclusie 11, waarbij het natriumcarbonaatzout natriumcarbonaat-monohydraat is en waarbij de carbonaat/waterstofcarbonaatoplossing een trona-ertsoplossing, een mijnoplossing en/of een trona-ertsmijnwater en/of een natriumcarbonaat omvattende teruggewonnen vaste stof is, waarbij de carbonaat/waterstofcarbonaatoplossing ten minste 10, bij voorkeur ten minste 12 % totale alkaliniteit, uitgedrukt als natriumcarbonaat, omvat en natriumchloride en/of natriumsulfaat omvat,
waarbij:
- stap a) het volgende omvat:
- een natte calcinering in een of meerdere stappen voor het gedeeltelijk decarboneren van de carbonaat/waterstofcarbonaatoplossing tot een natriumwaterstofcarbonaatgehalte van minder dan 5, bij voorkeur minder dan 4, met meer voorkeur minder dan 2,5 gew.% NaHCO3, en
- een waterafdamping om de totale alkaliniteit van de carbonaat/waterstofcarbonaatoplossing die stap a) verlaat tot ten minste 20, bij voorkeur ten minste 25 %, uitgedrukt als natriumcarbonaat, te verhogen, en
- een caustische calcinering voor het verder gedeeltelijk decarboneren van de carbonaat/waterstofcarbonaatoplossing tot een natriumwaterstofcarbonaatgehalte van de carbonaat/waterstofcarbonaatoplossing die stap a) verlaat tot minder dan 4, met meer voorkeur minder dan 2,5 gew.% NaHCO3, ten minste gedeeltelijk met gebruikmaking van het natriumhydroxide uit de geconcentreerde waterige natriumhydroxideoplossing;
- stap b) het volgende omvat: het kristalliseren uit de carbonaat/waterstofcarbonaatoplossing die stap a) verlaat, van een carbonaatzout in de vorm van natriumcarbonaat-monohydraatzout of een watervrij natriumcarbonaatzout op een wijze gekozen uit de groep van kristallisatie door afdamping, kristallisatie door afkoeling;
- stap c) het volgende omvat: het afscheiden van het natriumcarbonaatzout (monohydraat of watervrij) uit de moedervloeistof van stap b) en het drogen/calcineren van het natriumcarbonaatzout (monohydraat of watervrij) tot gedroogd watervrij natriumcarbonaat.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij:
- stap e) het volgende omvat: het behandelen van de spoelstroom om de natriumchloride- en/of natriumsulfaatconcentratie in de moedervloeistof van de kristallisatiestap b) te regelen, in drie stappen:
- in een eerste stap eventueel het verlagen van de natriumwaterstofcarbonaatconcentratie van de spoelstroom door het toevoegen van natriumhydroxide, zodat ten hoogste 2, bij voorkeur ten hoogste 1, met meer voorkeur ten hoogste 0,4, met de meeste voorkeur ten hoogste 0,1 gew.% natriumwaterstofcarbonaat verkregen wordt,
- in een tweede stap het afkoelen en/of afdampen van water uit de spoelstroom en het kristalliseren van ten minste 20, bij voorkeur ten minste 30, met meer voorkeur ten minste 50 % van het natriumcarbonaat uit de spoelstroom tot natriumcarbonaat-decahydraatkristallen, het afscheiden van de natriumcarbonaat-decahydraatkristallen uit de tweede moedervloeistof en het winnen van de natriumcarbonaat-decahydraatkristallen om deze verder te verwerken om het overeenkomstige natriumcarbonaat te winnen, zoals het recirculeren daarvan naar stap a) of stap b),
- in een derde stap het behandelen van de tweede moedervloeistof als een nieuwe spoelstroom met de werkwijze volgens conclusies 1 tot 8.
14. Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij:
- stap e) het volgende omvat: het behandelen van de spoelstroom om de natriumchloride- of natriumsulfaatconcentratie in de moedervloeistof van de kristallisatiestap b) te regelen, in drie stappen:
- in een eerste stap eventueel het gedeeltelijk carboneren van de spoelstroom met kooldioxide zodat 0,5 tot 1,5 mol natriumwaterstofcarbonaat per mol natriumcarbonaat verkregen wordt,
- in een tweede stap het kristalliseren door afkoelen of door afdampen van water of door carboneren van ten minste 20, bij voorkeur ten minste 30, met meer voorkeur ten minste 35 % van het natriumcarbonaat uit de spoelstroom tot natriumsesquicarbonaat, het afscheiden van de natriumsesquicarbonaatkristallen uit de tweede moedervloeistof en het winnen van de natriumsesquicarbonaatkristallen om deze verder te verwerken om de overeenkomstige waarde van het natriumcarbonaat en natriumwaterstofcarbonaat te winnen,
- in een derde stap het behandelen van de tweede moedervloeistof als een nieuwe spoelstroom met de werkwijze volgens conclusies 1 tot 8.
2.6.
Conclusie 1 van EP 579 is onder te verdelen in de volgende (deel)kenmerken:
1.1
A method for treating a purge stream
1.2
derived from an anhydrous sodium carbonate crystallizer, or a sodium carbonate monohydrate crystallizer, or a sodium carbonate decahydrate crystallizer, or a sodium sesquicarbonate crystallizer, or a wegsheiderite crystallizer, or a sodium bicarbonate crystallizer,
1.3
said purge stream comprising comprising sodium carbonate (Na2CO3) bicarbonate (NaHCO3)
1.3.1
in a quantity of at least 7 % total alkalinity expressed as equivalent weight Na2CO3
1.3.2
and at least 1 % by weight of a sodium salt selected among sodium chloride, sodium sulfate and mixtures thereof, the method comprising the following steps:
1.4
f) causticizing at least 50 mol. % of the sodium from sodium carbonate and/or sodium bicarbonate, into an aqueous sodium hydroxide solution and into a calcium carbonate mud by reaction of the purge stream by adding lime, in presence of water;
1.5
g) separating the calcium carbonate mud from the aqueous sodium hydroxide solution;
1.6
h) concentrating the aqueous sodium hydroxide solution by removing part of the water in order to obtain: a concentrated aqueous sodium hydroxide solution comprising at least 25 % NaOH, and a crystallized solid comprising sodium carbonate and comprising sodium chloride and/or sulfate,
1.7
wherein lime added at step f) and water removed at step h) are controlled so that
1.7.1
the weight ratio of sodium carbonate to the sum of the sodium chloride and/or sodium sulfate in crystallized solid is at most 2,
1.8
i) separating the crystallized solid comprising sodium carbonate and sodium chloride and/or sulfate from the concentrated aqueous sodium hydroxide solution,
1.8.1
said crystallized solid to be disposed of or to be further valorized,
1.9
j) preferably recycling at least one part of the concentrated aqueous sodium hydroxide solution to the anhydrous sodium carbonate crystallizer, or to the sodium carbonate monohydrate crystallizer, or to the sodium carbonate decahydrate crystallizer, or to the sodium sesquicarbonate crystallizer, or to the bicarbonate crystallizer, or to processes upstream of the anhydrous sodium carbonate crystallizer, or of the sodium carbonate monohydrate crystallizer, or of the sodium carbonate decahydrate crystallizer, or of the sodium sesquicarbonate crystallizer, or of the bicarbonate crystallizer.
2.7.
De beschrijving van EP 579 bevat onder meer de volgende paragrafen:
FIELD OF THE INVENTION
[0001]The invention relates more particularly to a method for treating and purifying a purge stream from a sodium carbonate crystallizer or from a sodium bicarbonate compound crystallizer, such method addressing the issue of impurities removal, while tightening purge flow. The invention enables to reduce sodium alkaline loss, reduce water loss, and improves up-stream and down-stream purge treatments.
[0002]The invention relates also to a process for producing a sodium carbonate salt or a sodium bicarbonate salt using such improved method.
BACKGROUND OF THE INVENTION
[0003]Sodium carbonate (Na2CO3), or soda ash, is one of the largest volume alkali commodities made worldwide with a total production in 2011 of 53 million tons. Sodium carbonate finds major use in the glass, chemicals, detergents industries, and also in the sodium bicarbonate production industry. The main processes for sodium carbonate production are the Solvay ammonia synthetic process, the ammonium chloride process, and sodium carbonate or bicarbonate ore-based processes.
[0004]Main exploited sodium carbonate or bicarbonate ores are mainly trona ore (Na2CO3.NaHCO3.2H2O), nahcolite ore (NaHCO3) or natron ore (sodium carbonate decahydrate : Na2CO3.10H2O). Most of those ore deposits may comprise also some Wegsheiderite (Na2CO3.3NaHCO3).
[0005]Trona ore is a mineral that contains up to 99 % sodium sesquicarbonate (Na2CO3.NaHCO3.2H2O). Trona-based soda ash is obtained from trona ore deposits in Green River (Wyoming), Turkey, China, and Kenya either by underground mechanical mining, or by solution mining, or by lake waters processing. The trona-based sodium carbonate from Wyoming comprised about 90 % of the total U.S. soda ash production
(…)
[0012]Among the several ways in which sodium carbonate can be recovered from sodium carbonate or bicarbonate ores that contains other salts and impurities, the most widely practiced is the so called "monohydrate process". In that process a mined ore, such as trona ore, is crushed, then calcined into crude sodium carbonate, then leached with water, the resulting water solution is purified and fed to a crystallizer where pure sodium carbonate monohydrate crystals are crystallized. The monohydrate crystals are separated from the mother liquor and then dried into anhydrous sodium carbonate. Most of the mother liquor is recycled into the crystallizer. However, the soluble impurities contained in the ore, tend to accumulate in the mother liquor in the crystallizer. To avoid build up of soluble impurities, the mother liquor must be purged. The purge liquor, which represents important quantities for industrial monohydrate plants, is commonly sent to an evaporative pond, also called tailings pond. The significant quantity of alkali which is contained in the purge liquor is consequently lost. Moreover, the stocking of large quantities of purge liquors in evaporative ponds raise environmental
problems, because of the scarce availability of new areas for stocking, and induces also water loss that is
detrimental in arid regions.
[0013]Variants to produce sodium carbonate from a solution generated with sodium carbonate or bicarbonate ores, in particular from solution mining, are :
  • decomposing thermally (with steam) or calcine chemically (with caustic soda) the dissolved sodium bicarbonate of the solution to transform it into dissolved sodium carbonate, then evaporating the water in order to crystallize pure sodium carbonate monohydrate,
  • or crystallizing refined sodium sesquicarbonate (sesqui) after adjusting sodium bicarbonate to sodium carbonate molar ratio of the solution, evaporating part of water, then calcining the refined sesqui into soda ash,
  • or crystallizing refined sodium bicarbonate after adjusting sodium bicarbonate to sodium carbonate molar ratio of the solution using carbon dioxide, then calcining the refined sodium bicarbonate into soda ash.
[0014]In those variants, the soluble impurities contained in the sodium carbonate or bicarbonate ore, tend to accumulate also into the monohydrate, or the sesqui or the sodium bicarbonate crystallizers. To avoid the build up of impurities, the mother liquors must also be purged, raising the same environmental problems in evaporative ponds as the monohydrate process.
[0015]Sodium bicarbonate (NaHCO3), aside sodium carbonate, is another important alkali product with a wide range of applications including human food, animal feed, flue gas treatment, and chemical industries. The production of sodium bicarbonate is currently almost entirely made by the carbonation of solid or aqueous solutions of sodium carbonate with gaseous CO2 either produced in situ in the soda ash plants or purchased independently.
[0016]Several technical alternatives have been proposed to reduce the purge volume from soda ash plants.
[0017]US3184287 discloses a method for producing soda ash from trona, preventing the formation of an insoluble dissolution barrier on the face of underground trona deposit subjected to in situ solution mining, wherein a portion of a stream liquor from a sodium carbonate monohydrate crystallizer is mixed with slaked lime in a causticizer to produce an aqueous sodium hydroxide comprising 3 to 10 % of NaOH which is recycled back to the in-situ dissolution of trona deposit to produce a sodium carbonate solution.
produce a sodium carbonate solution.
(…)
SUMMARY OF THE INVENTION
[0023]In the natural soda ash processes, a high NaCl content, and/ or a high Na2SO4 content, in the crystallization section require substantial amounts of purge that represent losses in product (carbonate or bicarbonate) as well as storage space problems. In the past it was difficult to eliminate the chlorides or sulfates as they are soluble species present in the solutions that were handled.
[0024]Moreover when artisan in the art wanted to reduce the volumes of impurities purge, most often the soluble impurities concentrations rise to higher levels in the process loops, inducing less pure manufactured product as soda ash or its derivatives.
[0025]In the present invention, the purge stream from the process is causticized with lime (CaO) or hydrated lime (Ca(OH)2) to form a dilute solution of caustic soda, for instance 10 % NaOH solution, which still may contains 4.5 % Na2CO3 and the NaCl, and Na2SO4. This caustic solution is subsequently evaporated to about 30 % (up to 50 %) NaOH in which case, because of the effect of common sodium ion concentration rise, about 90 % of remaining Na2CO3, about 80 % NaCl and most of Na2SO4 precipitates as solids and can be removed easily from the sodium hydroxide solution, reducing then the purge volume in chlorides and sulfates. This eliminates about 80 % (up to 90 % at 50 % NaOH concentration) of the NaCl and part of the Na2SO4 as a solid with a substantially reduced amount of Na2CO3 (loss) down to a factor of about 2 to 10 in comparison to known prior art. In addition to the reduced amount of sodium carbonate losses, the buildup of several detrimental impurities which concentration would unavoidably increase when reducing the aqueous purge volumes in known processes in the art, is in present process reduced and even improved by synergy of the causticization, the concentration of the NaOH solution, and the separation of the crystallized solid formed during the concentration of the NaOH solution. This process limits therefore the rise of impurities concentration in manufactured sodium carbonate or bicarbonate. The NaOH solution can be recycled in the process (in particular in case of a solution mining based process) to calcine chemically the NaHCO3 into sodium carbonate, or can also be sold (in this case
concentrating up to 50 % NaOH as a commercial grade) with decreased content of impurities comprising at least one of the following chemical elements : As, B, Ba, Be, Bi, Ca, CI, Co, Cu, F, K, Li, Mg, Mo, P, Pb, S, Se, Si, Sn, Sr, Te, TI, Ti, V, W.
[0026]Accordingly, the invention relates to a method for treating a purge stream derived from an anhydrous sodium carbonate crystallizer, or a sodium carbonate monohydrate crystallizer, or a sodium carbonate decahydrate crystallizer, or a sodium sesquicarbonate crystallizer, or a wegsheiderite crystallizer, or a sodium bicarbonate crystallizer, said purge stream comprising sodium carbonate and/or sodium bicarbonate in a quantity of at least 7 % total alkalinity expressed as equivalent weight Na2CO3, and at least 1 % by weight of a sodium salt selected among sodium chloride, sodium sulfate and mixtures thereof, the method comprising :
- - - causticizing at least 50, preferably at least 70; more preferably at least 85, and even more preferably at least 90 mol. % of the sodium from sodium carbonate and/or sodium bicarbonate,
into an aqueous sodium hydroxide solution and
into a calcium carbonate mud
by reaction of the purge stream with lime, in presence of water;
  • separating the calcium carbonate mud from the aqueous sodium hydroxide solution;
  • concentrating the aqueous sodium hydroxide solution by removing part of the water in order to obtain :
a concentrated aqueous sodium hydroxide solution comprising at least 25 % NaOH, preferably at least
30 % NaOH, more preferably at least 35 % NaOH, even more preferably at least 40 % NaOH, and
most preferred at least 50 % NaOH, and
a crystallized solid comprising sodium carbonate and comprising sodium chloride and/or sulfate, wherein the weight ratio of sodium carbonate to the sum of the sodium chloride and/or sodium sulphate in the crystallized solid is at most 2, preferably at most 1.5, more preferably at most 1, even more preferably at most 0.6, and most preferred at most 0.4,
  • separating the crystallized solid comprising sodium carbonate and sodium chloride and/or sulfate from the concentrated aqueous sodium hydroxide solution, said crystallized solid to be disposed of or to be further valorized,
  • preferably recycling at least one part of the concentrated aqueous sodium hydroxide solution to the anhydrous sodium carbonate crystallizer, or to the sodium carbonate monohydrate crystallizer, or to the sodium carbonate decahydrate crystallizer, or to the sodium sesquicarbonate crystallizer, or to the bicarbonate crystallizer, or to processes upstream of the anhydrous sodium carbonate crystallizer, or of the sodium carbonate monohydrate crystallizer, or of the sodium carbonate decahydrate
crystallizer, or of the sodium sesquicarbonate crystallizer, or of the bicarbonate crystallizer.
[0027]A first advantage of the present invention is that it reduces considerably the amount of alkali loss to be stored in evaporative (or tailings) ponds.
[0028]A second advantage of present invention is that it is efficient in reducing sodium carbonate loss in purge treatments of both main sodium impurities of sodium carbonate ores or sodium bicarbonate ores which are sodium sulfate and/or sodium chloride.
[0029]A third advantage of the present invention is that it is also efficient to reduce a large spectrum of soluble impurities such as at least one of the following impurities : chlorides, fluorides, silicates, sulfates, phosphates, vanadates, titanates, and also potassium, in the purge or from mother liquors in at least one from : anhydrous sodium carbonate crystallizer, or a sodium carbonate monohydrate crystallizer, or a sodium carbonate decahydrate crystallizer, or a sodium sesquicarbonate crystallizer, or a wegsheiderite crystallizer, or a sodium bicarbonate crystallizer.
[0030]A fourth advantage of the present invention linked to the second and third advantage is that it enables to exploit one or several sodium carbonate ores deposits such as trona deposit or sodium bicarbonate ores deposit such as nahcolite with different levels of soluble impurities while being able to treat the varying levels of the purges of a soda ash or a sodium bicarbonate plant with the same process described in the present invention.
[0031]A fifth advantage of the present invention is that it enables to minimize the purge flow preparing the process for either dry-cooking the purge or for very small evaporative ponds or for reinjecting the purge into mined out cavities.
[0032]A sixth advantage of the present invention is that it enables to reduce water consumption for soda ash production and/ or sodium bicarbonate production in recovering it as condensates from evaporators for either recycle it to a calcined carbonate or bicarbonate ore leaching or to a carbonate or bicarbonate ore solution mining, in particular to a calcined trona leaching or to a trona solution mining.
[0033]A seventh advantage of the present invention is that it enables to improve the operation of a sodium carbonate decahydrate crystallizer treating in a first step the purge of a sodium monohydrate crystallizer as high levels of sodium chloride or sodium sulfate is detrimental to the good crystallization of sodium carbonate decahydrate.
[0034]An eighth advantage of the present invention, is that it enables to improve also the operation of a sodium sesquicarbonate/ decahydrate crystallizer treating in a first step the purge of a sodium monohydrate crystallizer, optionally operated before a causticization treatment of the purge, as high levels of sodium chloride or sodium sulfate is also detrimental to the good crystallization of sodium carbonate decahydrate.
[0035]A ninth advantage of the present invention, is that it enables to produce a technical caustic soda (NaOH) solution of constant low chloride and sulfate content from a sodium carbonate or bicarbonate ore deposit comprising variable content of chloride or sulfate salts such as halite (NaCI) or thenardite (Na2SO4), or soluble salts or soluble impurities from ore deposits comprising at least one element from : As, Ba, Be, Bi, B, Ca, Co, Cu, F, K, Li, Mg, Mo, P, Pb, Se, Si, Sn, Sr, Te, TI, Ti, V, W. In this, the synergy is of particular interest, rendering possible a smooth operation of a sodium carbonate monohydrate crystallizer, or a sodium carbonate decahydrate crystallizer, or a sodium sesquicarbonate crystallizer, or a wegsheiderite crystallizer, or a sodium bicarbonate crystallizer, using sodium carbonate or bicarbonate ore deposits comprising variable content of chloride or sulfate salts, or salts of at least one above listed element, along with the production of a technical caustic soda solution of constant chloride and sulfate content.
BRIEF DESCRIPTION OF THE DRAWINGS
[0036]
Figure 1 is a flow diagram which schematically illustrates the method of the present invention.
Figure 2 is a flow diagram which schematically illustrates one embodiment of the present invention applied to the purge treatment of a sodium carbonate monohydrate crystallizer.
(…)
DEFINITIONS
(…)
[0039]The term "purge" refers to a stream withdrawn from a part of a process to limit impurity concentration in this process.
(…)
DETAILED DESCRIPTION
(…)
[0054]The method of present invention is efficient in treating variable concentrations of sodium chloride and/or sodium sulfate in the purge stream, such as high concentrations values encountered in pre-concentration of impurities in a decahydrate or a sesquicarbonate crystallizer pre-concentrating the purge from a sodium carbonate monohydrate crystallizer. Though too high concentrations of sodium chloride increase the density of suspension of the crystallized solid comprising sodium chloride and/or sulfate in the concentrated caustic soda solution. Therefore, preferably the purge stream comprises at most 15 % NaCl or at most 10 % Na2SO4.
[0055]In the present invention the lime is quick lime or hydrated lime. The causticizing of the sodium carbonate and/or sodium bicarbonate with quick lime (Calcium oxide CaO) or hydrated lime (Calcium hydroxide Ca(OH)2) relates in presence of water mainly to the same overall chemical reaction. Indeed quick lime reacts rapidly with water to form hydrated lime (Ca(OH)2). Causticization of carbonate ions or bicarbonate ions with lime in presence of water generates an hydroxide ions solution, according to the following reactions :
[1] Na2CO3 + Ca(OH)2 —> CaCO3 + 2 NaOH
[2] NaHCO3 + Ca(OH)2 —> CaCO3 + NaOH + H2O
[0056]Therefore during causticization reaction, sodium carbonate and bicarbonate concentrations decrease and the sodium hydroxide concentration increase.
(…)
[0064]The removal of water from the aqueous sodium hydroxide solution consumes energy. Therefore there is little economic interest to produce a too diluted solution of aqueous sodium hydroxide solution, in using for instance a diluted milk of lime or a purge stream with high content of water.
[0065]Therefore it is advantageous in present invention that the water and lime amount be controlled at step f) so that the aqueous sodium hydroxide solution comprises at least 6, preferably at least 8, more preferably at least 10 % NaOH.
[0066]Also the causticizing (or caustifying) rate expressed as the molar ratio of equivalent hydroxide ion reported to the sum of: equivalent carbonate (2 mole equivalents per mole of carbonate) plus the equivalent of bicarbonate ion (1 mole equivalent per mole of bicarbonate ion) plus the equivalent of sodium hydroxide ion (1 mole equivalent per mole of hydroxide ion), is dependant from the sodium hydroxide concentration, because of the low solubility of calcium hydroxide. In present invention it is advantageous that the water and lime amount be controlled at step f) so that the aqueous sodium hydroxide solution comprises at most 14, preferably at most 13, more preferably at most 11 % NaOH.
[0067]Preferably in present invention, the purge stream is an aqueous solution. The total alkalinity (TA) of the purge stream is preferably around 16-17 %. This enables to achieve caustification yields of about 85 % and obtain a NaOH solution of about 10-11%. A higher total alkalinity results in higher final NaOH concentration, and therefore in lower energy consumption for water removal if done in an evaporation section, but lowers the caustification yield resulting in higher Na2CO3 losses in the crystallized solid during the concentration of the aqueous sodium hydroxide solution. A decrease in concentration (TA) of the purge stream will have the exact opposite effects. The economic optimum can be determined easily on each operating plant based on the respective costs of energy and feedstock (sodium carbonate/bicarbonate ore and lime).
[0068]The causticization temperature should be kept preferably above 95°C in order to increase the velocity of the reaction but most of all, in order to precipitate the CaCO3 in the form of calcite which is much easier to filtrate. A lower temperature will also favor the formation of pirsonite (CaCO3.Na2CO3.2 H2O) leading to increased sodium losses with the caustification mud.
[0069]The calcium carbonate mud (hereafter 'the mud') is separated from the aqueous sodium hydroxide solution through settlers, or other means, then eventually a filtration step if needed for disposal or handling of the mud. The mud, comprising mostly CaCO3, some unreacted CaO or Ca(OH)2, precipitated impurities from the purge stream, and impregnating aqueous sodium hydroxide solution, can be disposed of in different ways.
(…)
[0077]Along with the treatment of the purge stream comprising chlorides and sulfates ions, the present method has shown a surprising efficient synergy of causticization steps f) and g) combined with steps h) and i) to remove along with NaCl and Na2SO4 from the purge stream other soluble compounds such as:
- phosphates, silicates compounds removed with the calcium carbonate mud, and
- metallic ions either removed with the calcium carbonate mud or with the crystallized solid comprising sodium carbonate and sodium chloride and/or sulfate.
(…)
EXAMPLES
Examples 1 and 2
[0089]The purge from a natural soda ash crystallizer, a monohydrate crystallizer operating at 101ºC, comprising 27.3-30.3 % Na2CO3, 2-5% NaCl, 0.5 % Na2SO4 and minor impurities such as silicates (1500 ppm Si), phosphates (165 ppm P), aluminates (79 ppm Al), and organics (2300 ppm COD), is treated in a first step in a sodium carbonate decahydrate crystallizer operated at about 15-20ºC in order to recover part of sodium carbonate of the purge (the ‘monohydrate purge’) as sodium carbonate decahydrate and a purge stream (a ‘decahydrate purge’) comprising 17% Na2CO3, 8 % NaCl, and 1.1 % Na2SO4.
[0090]To this purge stream, lime comprising 95 % CaO is added in a ratio of 9 t to 100 t of purge stream, with the addition also of 24 t of water, in a mixed reactor with a residence time of 1.5 hour and operated at 95ºC, resulting into a suspension comprising an aqueous sodium hydroxide solution and a calcium carbonate mud.
[0091]Analyses of the resulting suspension show that: 85% of sodium carbonate is causticized in the aqueous sodium hydroxide solution (the caustic solution) and the caustic solution comprises : 10 % NaOH, 2.3 % Na2CO3, 7.2 % NaCl, and 0.2 % Na2SO4.
[0092]Analyses of the calcium carbonate mud and aqueous sodium hydroxide solution indicate that impurities such as silicates, and phosphates from the purge are extracted with the calcium carbonate mud and are sensitively decreased from a factor 1.5 to 10 in the caustic solution.
[0093]The caustic solution is then concentrated in an multiple effect evaporator to reach :
  • a concentrated aqueous sodium hydroxide solution (the concentrated caustic solution) of 30 % NaOH for example 1, or 50 % NaOH for example 2, and
  • a crystallized solid comprising sodium carbonate, sodium chloride and sodium sulfate.
[0094]The corresponding flow and mass balance are given for :
- example 1 with a concentrated caustic solution of 30 % NaOH at table 3
- example 2 with a concentrated caustic solution of 50 % NaOH at table 4.
[0095]On can see in each example that the sodium carbonate in crystallized solid is reduced down to respectively:
- for example 1: 0.64 t Na2CO3 / t NaCl
- for example 2 and 0.57 t Na2CO3 / t NaCl
[0096]Those figures illustrate that the method of present invention:
- eliminates 80 % (example 1) and up to 90 % (example 2) of the NaCl (Na2SO4 is similarly eliminated as NaCl with an even more important yield as sodium sulfate is partly precipitated at step f) plus at step h)) as a solid with a substantially reduced amount of Na2CO3 (loss) in the final purge constituted by the crystallizer solid.
[0097]Moreover a comparison to previous known methods of purge treatment wherein the purge of monohydrate crystallizer is treated :
  • more than 80 % to more than 90 % of alkaline sodium (from sodium carbonate and bicarbonate of the purge) is recovered and may be recycled into the monohydrate crystallizer (or be valorized as caustic as salable liquor),
  • comparatively the alkaline sodium recovery of purge treatment associating a sodium carbonate decahydrate crystallizer alone as described by US20050274678 is about 67 %,
  • comparatively the alkaline sodium recovery of purge treatment associating a sodium carbonate decahydrate crystallizer and a bicarbonate crystallizer as described by US2004057892 is about 70 %,
  • the loss of water is also sensitively decreased to less than 0.5 to 1
2.8.
Bij het octrooi behoren de volgende twee figuren:
2.9.
Solvay S.A. is voorts houdster van EP 3 971 138 B1 [1] (hierna: EP 138 en tezamen met EP 579: de octrooien) voor een
‘Process for treating a sodium carbonate purge’, verleend op 29 mei 2024. EP 138 is (indirect) afgesplitst van EP 579. De aanvraagdatum en ingeroepen prioriteit van deze divisional zijn derhalve dezelfde als die van de moederaanvrage (zie 2.1). Er is geen oppositie ingesteld tegen de verlening van EP 138. Op 26 juni 2024 is een verzoek ingediend tot het verkrijgen van unitair effect, welk verzoek op 3 juli 2024 is toegewezen.
2.10.
In het kader van de vergunningaanvraagprocedure voorafgaande aan de bouw van haar productiefaciliteit voor ‘soda ash’ (natriumcarbonaat) in Kazan, Turkije, heeft Kazan c.s. bij de Turkse overheid de volgende drie Environmental Impact Assessment
(‘EIA’)-rapportages (tezamen de EIA-rapporten) ingediend:
Het januari 2012 Soda Ash Production EIA-rapportopenbaart plannen om een
‘Natural Gas Cogeneration Plant Project’en een
‘Soda Ash, Sodium Bicarbonate Production Facility and Solution Mining Project’te realiseren. Het ziet in essentie op de geologische omstandigheden van de potentiële productielocatie en de potentiële maatschappelijke gevolgen van het project en gevolgen voor het milieu. Het beschrijft de productie van natriumcarbonaat (Na2CO3, “soda ash” in de octrooischriften) en natriumwaterstofcarbonaat (Na2CO3, “baking soda” in de octrooischriften).
De januari 2013 Caustic Soda vergunningsaanvraagen
het juli 2013 Caustic Soda EIA-rapportzien beide op de beoordeling van de impact op het milieu van een
‘Caustic Soda Production Unit Project’. Zij openbaren een werkwijze waarbij natronloog met een sterkte van 10% resp. 28-30% natriumhydroxide (NaOH, “caustic soda” in de octrooischriften, in het Nederlands natronloog) wordt geproduceerd.
De documenten ii) en iii) hebben betrekking op de behandeling van de spoelstroom (“purge (stream)”) van de fabriek voor de productie van soda ash/natriumcarbonaat uit het januari 2012 Soda Ash Production EIA-rapport.
De door Kazan c.s. overgelegde in het Engels vertaalde selectie van naar haar mening relevante pagina’s van het juli 2013 Caustic Soda EIA-rapport [2] bevat in paragraaf 1.3.2 de volgende passage:
In caustic soda production, it is envisaged to use an average of 0.3 tons of lime for the production of 1 ton of caustic soda with 30% concentration. The amount of lime consumption to be used annually is approximately 200,000 tons/year. Lime purity was accepted as 85% and process efficiency as 90%.
Diezelfde paragraaf bevat in figuur 1-4 ook onderstaand stroomschema voor de productie van natronloog:
Tevens is een tabel (tabel 1.3-1) opgenomen:
Het juli 2013 Caustic Soda EIA-rapport openbaart in figuur 1-5 dat de ‘purge’ van de fabriek voor de productie van natriumcarbonaat en natriumwaterstofcarbonaat wordt gebruikt als grondstof voor de productie van natronloog.
Paragraaf 1.4, genaamd
‘Feasibility Study Investment and Operating Costs’bevat de volgende tabel:
2.11.
Amerikaans octrooi 3,184,287 (hierna: US 287), aangevraagd op 5 oktober 1961 en verleend op 18 mei 1965 voor een
‘process for the production of soda ash from underground trona deposits’, is voor de octrooien stand van de techniek. US 287 openbaart een werkwijze op het gebied van oplossingsmijnbouw
(‘solution mining’)voor de on-site
(‘in situ’)productie van natriumcarbonaat uit trona. De werkwijze van US 287 beoogt de vorming van een onoplosbare barrière aan het begin van de ondergrondse trona-afzetting te voorkomen. Hierbij wordt een deel van de moedervloeistof
(‘mother liquor’)uit een natriumcarbonaat-monohydraatkristallisator gemengd met gebluste kalk (CaOH, calciumhydroxide) in een
causticizerom een waterige oplossing van natriumhydroxide (NaOH, natronloog) te produceren die 3 tot 10% natriumhydroxide omvat. Het natronloog wordt vervolgens teruggevoerd naar het op te lossen trona om een oplossing van natriumcarbonaat te produceren. US 287 heeft in de verleningsprocedure van EP 579 voorgelegen en wordt genoemd in paragraaf [0017] van de beschrijving. Bij US 287 behoort de volgende figuur:
2.12.
Amerikaans octrooi 5,283,054 (hierna: US 054), aangevraagd op 30 maart 1993 en verleend op 1 februari 1994 voor een
‘process for producing sodium salts from brines of sodium ores’, is voor de octrooien stand van de techniek. US 054 openbaart een werkwijze om uit een oplossing van natriumcarbonaat en natriumwaterstofcarbonaat (verkregen uit een ondergrondse trona-afzetting) waardevolle producten zoals
soda ashte maken. De werkwijze omvat het verhitten en indampen van de oplossing, het omzetten van bicarbonaat naar carbonaat met natronloog, afkoelen om kristallen te laten neerslaan, deze af te scheiden en opnieuw te verhitten om uiteindelijk soda ash te produceren. Het natronloog wat daarbij wordt gebruikt, wordt apart gemaakt door een deel van de grondstof (trona, natriumcarbonaat) met kalk (CaO of Ca(OH)2) te behandelen (zie abstract en kolom 8, r. 55-68).
2.13.
Tot de stand van de techniek behoort het handboek van Garrett. [3] In het hoofdstuk ‘Sodium Hydroxide (Caustic Soda) Production’ (pp. 453-454) is onder meer het volgende opgenomen:
2.14.
Tot de stand van de techniek behoort ook de encyclopedie van Ullmann [4] . Hierin is in het eerste hoofdstuk, genaamd
‘Sodium Hydroxide’(pp. 5-6), onder meer het volgende opgenomen:
Other Processes.The causticization of sodium carbonate solution is the oldest method of producing sodium hydroxide and was the only method available until the introduction of electrolysis. Although it had almost disappeared from use, it is now of special interest for companies with access to synthetic sodium carbonate from the Solvay process or to natural sodium carbonate (e.g., trona, Na3H(CO3)2 . 2 H2O). In this process, a hot, ca. 12 % solution of sodium carbonate is mixed with quicklime. The calcium carbonate that precipitates according to the equation.
Na2CO3+CaO+H2O
2 NaOH+CaCO3
is removed, and the ca. 12 % solution of sodium hydroxide is evaporated in several stages. The impurities that precipitate, mainly NaCl and Na2SO4, are filtered off. Further details on the causticization of sodium carbonate are given in [11].

3.Het geschil

in conventie:
3.1.
Solvay c.s. vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A.
voorwaardelijk: provisionele vordering
1. indien en voor zover de procedure om welke reden dan ook zou worden vertraagd, in het bijzonder wanneer een gedaagde niet in de procedure verschijnt, gedaagden bij voorlopige voorziening voor de duur van de procedure in de hoofdzaak ex artikel 223 Rv te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze te wijzen vonnis, iedere directe dan wel indirecte (betrokkenheid bij) inbreuk op Europees octrooi EP 2 878 579 in Nederland te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,= (zegge: honderdduizend euro) voor iedere dag of gedeelte van een dag dat een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt of — ter vrije keuze van eiseressen — van EUR 10.000,= (zegge: tienduizend euro) voor iedere ton (gewichtsmaat) of deel daarvan aan inbreukmakend product waarmee een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt;
B.
voorwaardelijk: incidente vordering tot inzage
1. indien een of meer gedaagden de inbreuk op Europees octrooi EP 2 878 579 in Nederland betwisten maar niet de Bescheiden zoals gedefinieerd onder randnummer 5.2 van de dagvaarding bij conclusie van antwoord in het geding brengen, gedaagden te bevelen om binnen zeven (7) dagen na het in deze te wijzen vonnis inzage te verstrekken in deze Bescheiden door middel van het verstrekken van afschriften daarvan aan eiseressen, al dan niet onder oplegging van maatregelen ter waarborging van vertrouwelijkheid zoals uiteengezet in randnummers 5.8-5.10 van de dagvaarding, althans op een in goede justitie te bepalen wijze overeenkomstig artikel 843a lid 2 Rv jo. 1019a Rv althans artikel 22 Rv;
2. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 10.000,= (zegge: tienduizend euro) voor iedere overtreding door een gedaagde van de overeenkomstig het sub 1 gevorderde op te leggen bevelen, dan wel, ter vrije keuze van eiseressen, voor iedere dag dat een gedaagde in strijd mocht handelen met deze bevelen;
3. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de redelijke en evenredige kosten van het voorwaardelijke incident — zodat betaling door een van de gedaagden de andere gedaagden zal kwijten — conform artikel 1019h Rv, daaronder tevens begrepen de nakosten, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van het vonnis gewezen in onderhavige procedure zullen zijn voldaan, gedaagden daarover zonder nadere sommatie hoofdelijk wettelijke rente zullen zijn verschuldigd.
C.
in de hoofdzaak
1. gedaagden te bevelen, met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze te wijzen vonnis, iedere inbreuk op Europees octrooi EP 2 878 579 in Nederland te staken en gestaakt te houden, op straffe van hoofdelijke verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,= (zegge: honderdduizend euro) voor iedere dag of gedeelte van een dag dat een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt of - ter vrije keuze van eiseressen - van EUR 10.000,= (zegge: tienduizend euro) voor iedere ton (gewichtsmaat) of deel daarvan aan inbreukmakend product waarmee een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt;
2. gedaagden te bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van het in deze te wijzen vonnis, iedere onrechtmatige handeling jegens eiseressen te staken en gestaakt te houden, in het bijzonder door het in Nederland direct of indirect bevorderen, faciliteren van, deelnemen aan en/of profiteren van de inbreuk op Europees octrooi EP 2 878 579, op straffe van hoofdelijke verbeurte van een dwangsom van EUR 100.000,= (zegge: honderdduizend euro) voor iedere dag of gedeelte van een dag dat een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt of — ter vrije keuze van eiseressen — van EUR 10.000,= (zegge: tienduizend euro) voor iedere ton (gewichtsmaat) of deel daarvan aan inbreukmakend product waarmee een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt;
3. gedaagden te bevelen, binnen 21 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, aan het adres van de advocaat van eiseressen opgave te doen ten aanzien van:
(a) de volledige namen en adressen van alle binnenlandse en buitenlandse afnemers waaraan gedaagden de inbreukmakende producten heeft geleverd, met een specificatie van de verkoopprijs en de hoeveelheid geleverde inbreukmakende producten, en de datum van levering;
(b) de volledige namen en adressen van alle binnenlandse en buitenlandse leveranciers van wie gedaagden de inbreukmakende producten heeft verkregen, met voor iedere leverancier een specificatie van de producten, de koopprijs en het aantal geleverde producten, en de datum van levering;
(c) het aantal van alle inbreukmakende producten die vervaardigd, gedistribueerd en/of in voorraad gehouden zijn door gedaagden;
(d) de door gedaagden genoten winst ten gevolge van de inbreukmakende handelingen, gespecificeerd per inbreukmakend product dat is verkocht en/of geleverd;
een en ander gestaafd door middel van alle relevante ondersteunende documenten, waaronder maar niet beperkt tot goed leesbare orders, orderbevestigingen, facturen en afschriften van andere in- en verkoopbescheiden, en bevestigd in een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een onafhankelijke registeraccountant die ertoe strekt dat hij aan de hand van de boeken van gedaagden heeft vastgesteld dat de hiervoor genoemde hoeveelheid geleverde producten, de in- en verkoop prijzen van de inbreukmakende producten en de opgave van de genoten winst juist is, althans een opgave die de rechtbank Den Haag passend acht;
4. gedaagden te bevelen, binnen zeven (7) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, alle inbreukmakende producten die gedaagden hebben geleverd terug te nemen van al haar afnemers, onder restitutie van de betaalde koopprijs en vergoeding van de aan terugzending verbonden transportkosten;
5. gedaagden te bevelen, binnen 2 (twee) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, een rectificatiebrief te sturen op haar gebruikelijke briefpapier en in haar gebruikelijke lettertype, ondertekend door een statutair bevoegd vertegenwoordiger, naar al haar afnemers, met uitsluitend de volgende inhoud en onder toezending van een gelijktijdig afschrift van iedere rectificatiebrief met bewijs van verzending aan de advocaten van eiseres:
RECTIFICATION:
The District Court of The Hague, the Netherlands, by decision of [date
of decision], has ordered us to make the following statement:
We have infringed the Dutch part of the European patent EP 2 878 579 of Solvay SA, established in Brussels, Belgium by dealing in infringing sodium products.
The District Court has ordered us to immediately cease and desist from any infringement of this patent, including the production of and trade in the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products. The District Court also ordered us to recall the in the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products and to refund the purchase price and to reimburse the transportation costs.
In view of the above, we may no longer trade and produce the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products for the remainder of the life of EP 2 878 579, which will be in force through 11 November 2034. We have requested our customers to return the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products sold or delivered by us.
With all due respect,
[name of defendant]
[signature]
[name of person authorized under articles of association]
[date]
dan wel een mededeling die de rechtbank in goede justitie vaststelt;
6. gedaagden te bevelen, binnen één (1) dag na betekening van het in deze te wijzen vonnis, het navolgende bericht op de homepage van hun websites te plaatsen en geplaatst te houden, op een duidelijke en onmiddellijk zichtbare en leesbare wijze, in alle talen waarin de website beschikbaar is, met uitsluitend de volgende inhoud:
RECTIFICATION
The District Court of The Hague, the Netherlands, by decision of [date
of decision], has ordered us to make the following statement:
We have infringed the Dutch part of the European patent EP 2 878 579 of Solvay SA, established in Brussels, Belgium by dealing in infringing sodium products.
The District Court has ordered us to immediately cease and desist from any
infringement of this patent, including the production of and trade in the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products. The District Court also ordered us to recall the in the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products and to refund the purchase price and to reimburse the transportation costs.
In view of the above, we may no longer trade and produce the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products for the remainder of the life of EP 2 878 579, which will be in force through 11 November 2034. We have requested our customers to return the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products sold or delivered by us.
With all due respect,
[name of defendant]
[signature]
[name of person authorized under articles of association]
[date]
dan wel een mededeling die de rechtbank in goede justitie vaststelt;
7. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 10.000,= (zegge: tienduizend euro) voor iedere overtreding door een gedaagde van de overeenkomstig het sub 3 tot en met 6 gevorderde op te leggen bevelen, dan wel, ter vrije keuze van eiseressen, voor iedere dag dat een gedaagde in strijd mocht handelen met deze bevelen;
8. gedaagden te veroordelen tot vergoeding aan eiseressen van de door eiseressen geleden en nog te lijden schade ten gevolge van de door gedaagden gepleegde inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 2 878 579 en de door gedaagden gepleegde onrechtmatige handelingen, en (althans, ter vrije keuze van eiseressen: of) tot het afdragen aan eiseressen van de door gedaagden gemaakte en nog te maken winst ten gevolge van de inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 2 878 579 en de door gedaagden gepleegde onrechtmatige handelingen, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
9. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de redelijke en evenredige kosten van deze procedure — zodat betaling door een van de gedaagden de andere gedaagde zal kwijten — conform artikel 1019h Rv, daaronder tevens begrepen de nakosten, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van het vonnis gewezen in onderhavige procedure zullen zijn voldaan, gedaagden daarover zonder nadere sommatie hoofdelijk wettelijke rente zullen zijn verschuldigd.
3.2.
Aan haar vorderingen legt Solvay c.s. ten grondslag dat Kazan c.s. inbreuk maakt op werkwijzeconclusie 11 van het Nederlandse deel van EP 579 in samenhang met conclusies 1, 5, 6, 8, 9 en 10 (waarnaar kenmerk 11.6 van conclusie 11 verwijst). Zij gebruikt het rechtstreeks door toepassing van de in conclusie 11 geclaimde werkwijze verkregen natriumcarbonaat- en natriumwaterstofcarbonaat in Nederland voor haar bedrijf, brengt dat daar in het verkeer, of verkoopt dat verder, levert dat af of verhandelt het anderszins, dan wel biedt zij dit voor een of ander aan, voert het in of heeft dat daartoe in voorraad. Tevens handelt Kazan c.s. onrechtmatig jegens Solvay c.s. door de inbreuk te bevorderen, te faciliteren, daaraan deel te nemen en daarvan te profiteren, aldus Solvay c.s.
in reconventie:
3.3.
Na vermindering van eis vordert Kazan c.s. dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A.
primair
1. het Nederlandse deel van EP 579 en EP 138 vernietigt;
2. voor recht verklaart dat het op [prioriteitsdatum] niet-nieuw en/of niet-inventief was om:
natronloog met een sterkte van ten minste 25% te produceren uit een purge stream afkomstig van een natriumcarbonaat kristallisator, door ten minste 50 mol%van het natrium in de purge stream om te zetten tot natronloog door een reactie met aan de purge stream toegevoegde kalk (lime), waarbij de hoeveelheid kalk en de hoeveelheid onttrokken waterzo
gekozen warden dat in het tijdens deze reactie ontstane vaste precipitaat (mud) de verhouding tussen natriumcarbonaat en de som van natriumchloride en/of natriumsulfaat maximaal 2 is;en
de zo geproduceerde natronloog (optioneel) te (her)gebruiken in het productie proces upstream van de natriumcarbonaat kristallisator.
B.
subsidiair
voorwaardelijk, namelijk voor het geval de rechtbank EP 579 en EP 138 (zodra verleend) (geheel of gedeeltelijk) geldig acht, voor recht verklaart dat Kazan c.s. een recht van voorgebruik toekomt met betrekking tot het Nederlandse deel van deze octrooien en dat Solvay c.s. niet gerechtigd is om dit octrooi in Nederland jegens Kazan c.s. in te roepen,
C.
zowel primair als subsidiair
met veroordeling van Solvay c.s. in de volledige en evenredige kosten van de procedure zowel in conventie als in reconventie conform art. 1019h Rv.
3.4.
Aan haar vorderingen legt Kazan c.s. primair ten grondslag dat EP 579 en, na vermeerdering van eis, in de slipstream daarvan ook octrooiaanvrage EP 138 niet nieuw zijn ten opzichte van de EIA-rapporten, althans niet nieuw en inventief zijn in het licht van de algemene vakkennis, niet nieuw zijn ten opzichte van US 287 en US 054 en/of niet inventief zijn in het licht van US 287 en/of US 054. Subsidiair voert zij aan dat Kazan c.s. een recht van voorgebruik toekomt met betrekking tot het Nederlandse deel van EP 579 en EP 138.
in conventie en in reconventie:
3.5.
Solvay c.s. en Kazan c.s. hebben over en weer verweer gevoerd. Op de inhoud daarvan zal hierna zo nodig worden ingegaan.

4.De beoordeling

bevoegdheid

4.1.
De rechtbank is ten aanzien van Kazan, Ciner IVDT, We Soda TR, We Soda UK en Kew Soda internationaal bevoegd kennis te nemen van de vorderingen in conventie op grond van artikel 6 lid 1 Brussel I bis-Vo [5] jo. artikel 6 aanhef en onder e Rv [6] . Ten aanzien van Traxys volgt die bevoegdheid uit artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Deze bevoegdheid is beperkt tot Nederland en is door Kazan c.s. ook niet bestreden. Kazan c.s. heeft immers niet betwist dat zij het gesteld inbreukmakende product in Nederland op de markt brengt en evenmin dat zij feitelijk uitvoering geeft aan de voorbehouden handelingen in Nederland. [7]
4.2.
De bevoegdheid om kennis te nemen van de reconventionele vorderingen tot vernietiging van de Nederlandse delen van EP 579 en EP 138 en de primair en subsidiair gevorderde verklaringen voor recht en - voor zover daar in het verweer in conventie een beroep op wordt gedaan – van het beroep op nietigheid van het Nederlandse deel van EP 579, volgt uit artikel 24 lid 4 Brussel I bis-Vo.
4.3.
De relatieve bevoegdheid berust op artikel 80 lid 2 sub a resp. artikel 80 lid 1 sub a ROW 1995 [8] .
prealabel
4.4.
Hiervoor is onder het procesverloop aangegeven dat Kazan c.s., naar aanleiding van een in de akte houdende reactieve producties zijdens Solvay c.s. opgenomen voetnoot waarin werd aangegeven dat Kazan c.s. geen inventiviteitsaanval heeft geponeerd op basis van (een van) de EIA-rapporten, aan de rechtbank -
‘om misverstanden te voorkomen’- heeft aangegeven dat de veronderstelling van Solvay c.s. onjuist is, nu zij meent dat de uitvinding volgens EP 579 in het licht van de EIA-rapporten ook voor de hand ligt. In een uitgebreide correspondentie die hierop volgde (zie 1.1.), heeft Solvay c.s. tegen dit – volgens haar nieuwe – standpunt bezwaar gemaakt. In de kop van haar pleitnotities heeft Kazan c.s. opgenomen:
‘tevens akte houdende voorwaardelijke grondslagvermeerdering’, terwijl in voetnoot 57 van die pleitnotities wordt vermeld:
‘Zoals toegelicht in de correspondentie, vult Ciner hierbij (voor zover nodig) op dit punt haar (conventionele) verweer resp. de grondslag van haar (reconventionele) nietigheidsvordering aan’.
4.5.
De inventiviteitsaanval op basis van de EIA-rapporten wordt als tardief terzijde gesteld. Solvay c.s. heeft het gelijk aan haar zijde waar zij stelt dat Kazan c.s. daarmee zodanig laat op de proppen is gekomen, dat Solvay c.s. daardoor in haar verdediging wordt geschaad.
4.6.
Kazan c.s. heeft in haar conclusie van antwoord uitsluitend een niet-nieuwheidsargument gevoerd op basis van de EIA-rapporten. Solvay c.s. heeft in haar conclusie van antwoord in reconventie zowel in de inleiding als bij de weerlegging van het niet-nieuwheidsargument aangegeven dat Kazan c.s. op basis van deze rapporten geen inventiviteitsaanval heeft geponeerd. Kazan c.s. heeft in deze procedure op geen enkel moment de grondslag van haar eis vermeerderd door ook gebrek aan inventiviteit uitgaande van de EIA-rapporten aan haar verweer en vorderingen ten grondslag te leggen. Kazan c.s. heeft dat ook niet gedaan in haar akte vermeerdering van eis van 24 mei 2023, waarin zij de vernietiging van twee aanvullende octrooi(aanvrag)en (verleend octrooi EP 3 196 165 en octrooiaanvrage EP 3 971 138 A1) en een nieuwe Gillette-verklaring vorderde en het verweer tegen de inbreuk uitbreidde met een recht van voorgebruik, een en ander met een beroep op de argumenten die zij reeds ten aanzien van EP 579 had aangevoerd. Terecht wijst Solvay c.s. erop dat Kazan c.s. in paragraaf 5 van deze akte zelf uitdrukkelijk heeft aangegeven zich uitsluitend op gebrek aan nieuwheid ten opzichte van de EIA-rapporten te beroepen. De EIA-rapporten worden alleen gebruikt om haar niet-nieuwheid argumenten te onderbouwen, niet voor een betoog ten aanzien van inventiviteit.
4.7.
Eerst in de correspondentie naar aanleiding van de akte houdende reactieve producties zijdens Solvay c.s. heeft Kazan c.s. duidelijk gemaakt dat die rapporten naar haar mening ook relevant zijn voor uitvindingshoogte. Dit had Kazan c.s. echter veel eerder kunnen en moeten doen. De procedure bevond zich ten tijde van de mondelinge behandeling in een eindfase en er was voor partijen geen gelegenheid meer hierover een ordentelijk debat te kunnen voeren. Van Solvay c.s. kan immers niet verwacht worden dat zij in haar schriftelijke pleitnotities of tijdens de mondelinge behandeling reageert op een inventiviteitsargument dat door Kazan c.s. in de processtukken geheel niet is gevoerd. Het beroep van Kazan c.s. op gebrek aan inventiviteit ten opzichte van de EIA-rapporten wordt dan ook niet toegelaten in de procedure.
de technische achtergrond van het octrooi
4.8.
Soda ash– als chemische benaming beter bekend als natriumcarbonaat met molecuulformule Na2CO3 – is een van de meest gebruikte alkali-grondstoffen ter wereld. Het wordt vooral gebruikt in industrieën op het gebied van glas, chemie en detergenten, en ook voor de productie van natriumwaterstofcarbonaat, in molecuulformule weergegeven als NaHCO3. Natriumwaterstofcarbonaat, ook wel natriumbicarbonaat genoemd, is een ander belangrijk alkali-product en wordt toegepast in menselijke voeding, diervoeding, rookgasbehandeling en de chemische industrie.
4.9.
In het verleden werd natriumcarbonaat geëxtraheerd uit de as van planten die groeien op een natriumrijke bodem. De Engelse naam
soda ashverwijst naar deze oude productiewijze (een zo’n specifieke plant die in het mediterrane bekken veel voorkwam betrof de struikvormige plant
Salsola soda).
4.10.
Tegenwoordig wordt het merendeel van de
soda ashgeproduceerd door synthese met behulp van het zogenaamde
Solvay process. In dit proces, dat op industriële schaal wordt toegepast sinds de tweede helft van de 19e eeuw, wordt natriumcarbonaat geproduceerd uit natriumchloride (NaCl) en calciumcarbonaat (CaCO3). Calciumcarbonaat is het belangrijkste bestanddeel van kalksteen.
4.11.
Naast synthese is het mogelijk om
soda ashte winnen uit natuurlijk voorkomende afzettingen van carbonaatrijke mineralen. Men noemt zulke
soda ashook wel
‘natural soda ash’.In het bijzonder gaat het daarbij om het mineraal
‘trona’. Trona-afzettingen zijn in het verleden door het indampen van meren of zeeën ontstaan. Trona bestaat als hoofdbestanddeel uit kristallen van natriumcarbonaat (Na2CO3), natriumbicarbonaat (NaHCO3) en gebonden watermoleculen. De molecuulformule voor deze kristalstructuur is: Na2CO3.NaHCO3.2H2O. Trona heeft ook diverse andere bestanddelen, waaronder natriumchloride (NaCl), natriumsulfaat (Na2SO4), rood ijzeroxide (Fe2O3) en diverse organische elementen en onoplosbare elementen. Deze worden in het kader van het winnen van
soda ashgezien als onwenselijke verontreinigingen.
4.12.
In gebieden waar veel trona voorkomt, heeft de winning van natural
soda ashbelangrijke voordelen ten opzichte van de Solvay werkwijze. Het is minder vervuilend en economisch voordeliger. In Amerika werd in 1938 in Wyoming een gigantische trona voorraad ontdekt. Sinds die ontdekking is het Solvay proces vrijwel in onbruik geraakt. In Kazan, in Turkije, bevindt zich ook een grote trona voorraad.
4.13.
Trona kan op twee manieren uit de grond gewonnen worden. Het kan als vaste stof gedolven worden met traditionele mijn- of dagbouw. Na het winnen van de vaste trona, wordt het mineraal opgelost in water voor verdere bewerking. Voor deze zaak is relevant het winnen van trona met oplossingsmijnbouw
(‘solution mining’). Hierbij wordt de trona onder de grond opgelost in een oplosmiddel op waterbasis (‘mijnwater’). De resulterende vloeistof wordt vervolgens uit de grond gepompt. Wanneer de trona eenmaal is opgelost in water, kan men de
soda ashdaaruit terugwinnen, bijvoorbeeld door middel van kristallisatie.
4.14.
Voordat men de opgeloste trona laat kristalliseren, wordt vaak een calcinatie of neutralisatie stap uitgevoerd. Trona bestaat, als gezegd, uit twee hoofdbestanddelen:
soda ash(Na2CO3) en natriumbicarbonaat (NaHCO3). De
soda ashheeft commercieel een grotere waarde. Het is tamelijk eenvoudig om natriumbicarbonaat om te zetten in het meer waardevolle
soda ash. Deze reactie heet calcinatie. In zijn meest eenvoudige vorm wordt calcinatie toegepast door verhitting. Het is ook mogelijk om de omzetting te bewerkstelligen door middel van een chemische reactie met natronloog
(NaOH, caustic soda). Dit wordt ook wel neutralisatie genoemd.
4.15.
Op de prioriteitsdatum was een groot aantal verschillende kristallisatietechnieken bekend waarmee de
soda ashgewonnen kan worden uit een oplossing die Na2CO3 bevat: monohydraat kristallisatie, decahydraat kristallisatie en sesquicarbonaat kristallisatie. Het octrooi beschrijft dat de meest toegepaste werkwijze om natriumcarbonaat terug te winnen uit het opgeloste trona, het monohydraatproces is. In dit proces wordt ontgonnen trona-erts gecalcineerd tot ruw natriumcarbonaat en vervolgens uitgeloogd met water. De resulterende waterige oplossing wordt gezuiverd en toegevoerd aan de kristallisator waar zuivere natriumcarbonaat-monohydraatkristallen worden gekristalliseerd. Na kristallisatie worden de gevormde kristallen (als vaste stof) gescheiden van de overblijvende vloeistof. Die overblijvende vloeistof wordt de
‘mother liquor’genoemd. Ondanks het kristallisatieproces zal de
mother liquorin de regel nog opgeloste carbonaatzouten bevatten en deze wordt daarom doorgaans teruggevoerd naar een punt in het proces
‘upstream’aan de kristallisator. Daar wordt de
mother liquorvermengd met een verse toevoerstroom
(‘feed stream’)uit de mijn.
4.16.
Het recirculeren van de
mother liquorheeft tot gevolg dat de concentratie van de verontreinigingen (zie 4.11.) steeds hoger wordt. Bij iedere cyclus wordt de
soda ashdoor de kristallisator gesepareerd, maar de verontreinigingen blijven achter in de vloeistof. Op een gegeven moment loopt de concentratie zo hoog op dat het risico bestaat dat ook de verontreinigingen (NaCl en natriumsulfaat, Na2SO4) neerslaan met de soda ash. Om de concentratie van onzuiverheden in het proces te beperken, is het nodig om een deel van de
mother liquor(i.e. de stroom die de kristallisator verlaat) weg te spoelen, in het Engels
‘to purge’. De spoelstroom, in het Engels de
‘purge stream’, wordt gewoonlijk geloosd in een verdampingsbekken
(‘evaporative pond’)of residubekken
(‘tailingspond’). In dat geval wordt de spoelstroom een afvalstroom
(‘waste stream’).
4.17.
Het gevolg is dat een aanzienlijke hoeveelheid alkali (zoals natriumcarbonaat en/of natriumwaterstofcarbonaat) die zich in de spoelstroom bevindt, verloren gaat. Het opslaan van grote hoeveelheden spoelwater in verdampingsvijvers leidt ook tot milieuproblemen. Onder meer om te voorkomen dat alkali verloren gaat, claimt EP 579 een werkwijze voor de productie van natriumcarbonaat of natriumwaterstofcarbonaat (conclusie 11) die tevens een werkwijze voor het behandelen van de
purge streamomvat.
vakpersoon
4.18.
Kazan c.s. heeft zich over de (imaginaire) gemiddelde vakpersoon die kennis neemt van EP 579 niet uitgelaten. De professoren [naam 1] en [naam 2] echter, hebben beiden in hun eerste verklaring wel iets gezegd over de kwalificaties die deze vakpersoon dient te bezitten. Beiden menen zij dat de vakpersoon een
process engineeris met een brede kennis van en ervaring met
processing technologyen, zo heeft professor [naam 2] toegevoegd,
chemical engineering, meer specifiek begrip van en ervaring op het gebied van de productie van
soda ashmet een gedegen praktische kennis en inzicht in oplosbaarheids- en kristallisatietechnieken. De vakpersoon kan een enkele persoon zijn of een klein team met een of meer collega’s met ervaring op het gebied van chemische extractie technieken uit erts. Professor [naam 1] meent dat dat team in het bijzonder ervaring zou hebben op het gebied van
hydrometallurgy,
soda miningen
oresmaar daar zijn Solvay c.s. en professor [naam 2] het niet mee eens, waarna Kazan c.s. of [naam 1] daarop niet meer heeft gereageerd. Aldus zal door de rechtbank van de beschreven vakpersoon, zonder de bijzondere ervaring op het gebied van
hydrometallurgy,
soda miningen
oresworden uitgaan.
Het octrooi - claim construction
4.19.
Om hierna te kunnen beoordelen of er inbreuk wordt gemaakt op het ingeroepen octrooi EP 579 en of dit octrooi en het ook aangevallen octrooi EP 138 geldig zijn, dient, nu partijen daarover bepaald van mening verschillen en op dit punt uitgebreid is gedebatteerd, eerst te worden gekeken naar de beschermingsomvang van het octrooi. Deze omvang wordt op grond van artikel 69 van het Verdrag inzake de verlening van Europese Octrooien (Europees Octrooiverdrag – EOV) bepaald door de conclusies, waarbij de beschrijving en de tekeningen dienen tot uitleg van die conclusies. Daarbij dient op grond van artikel 1 van het Protocol inzake de uitleg van artikel 69 EOV het midden te worden gehouden tussen een uitleg die de beschermingsomvang uitsluitend bepaalt aan de hand van de letterlijke tekst van de conclusies (en als zouden de beschrijving en de tekeningen alleen maar mogen dienen om de onduidelijkheden welke in de conclusies zouden kunnen voorkomen op te heffen) en een uitleg waarbij de conclusies alleen als richtlijn dienen (en als zou de bescherming zich ook mogen uitstrekken tot datgene wat de octrooihouder, naar het oordeel van de deskundige die de beschrijving en de tekeningen bestudeert, heeft willen beschermen). De uitleg moet daarentegen tussen deze twee uitersten het midden houden, waarbij zowel een redelijke bescherming aan de aanvrager als een redelijke rechtszekerheid aan derden wordt geboden. Bij de uitleg van de conclusies komt het er uiteindelijk steeds op aan hoe de gemiddelde vakpersoon deze zou lezen. Deze beginselen voor de uitleg van een octrooiconclusie zijn zowel van toepassing bij de beoordeling van de inbreuk als bij de geldigheid van een Europees octrooi. [9]
4.20.
Onafhankelijke conclusie 1 betreft een werkwijze om
caustic soda(natronloog) te maken, van/uit een spoelstroom van een
soda ashproductieproces [10] .De
caustic soda(natronloog) kan vervolgens weer gebruikt worden elders in de
soda ashproductiefaciliteit om
soda ashte maken of als eindproduct verkocht worden. Conclusie 1 beschrijft de werkwijze om uit de spoelstroom van een
soda ashproductieproces
caustic sodate produceren in de stappen f) t/m j). Conclusie 11 betreft een werkwijze voor de productie van
soda ashuit een natriumcarbonaat/natriumwaterstofcarbonaatoplossing die afkomstig is van een natriumcarbonaat/natriumwaterstofcarbonaatbron zoals
trona. De laatste stap in conclusie 11 is stap e) die ziet op het behandelen van de spoelstroom volgens conclusie 1.
4.21.
De werkwijze volgens conclusie 1 (en dus ook stap e) van conclusie 11) van EP 579 bestaat zoals gezegd uit verschillende stappen. In de eerste stap, de
caustificatie-stap f(kenmerk 1.4), wordt ten minste 50 mol.% van het natrium van het in de (relatief veel onzuiverheden bevattende [11] ) spoelstroom aanwezige natriumcarbonaat of natriumwaterstofcarbonaat gecaustificeerd met ongebluste kalk (CaO). In oplossing wordt CaO direct omgezet in gebluste kalk (Ca(OH)2) (zie paragrafen [0055] en [0059]). De caustificatie-reacties die plaatsvinden zijn hieronder weergeven, waarbij de gebluste kalk reageert met natriumcarbonaat [2a] dan wel natriumwaterstofcarbonaat [2b]:
[1] CaO + H2O  Ca(OH)2.
[2a] Na2CO3 + Ca(OH)2  CaCO3↓ + 2 NaOH
[2b] NaHCO3 + Ca(OH)2  CaCO3↓+ NaOH + H2O
Het gevormde calciumcarbonaat, dat slecht oplosbaar is in water, kristalliseert grotendeels uit tot/slaat grotendeels neer als calciumcarbonaatslib (CaCO3). De overgebleven waterige oplossing bevat naast natronloog (NaOH, bijvoorbeeld 10%, volgens paragrafen [0065] en [0066]), onder meer nog 4,5% natriumcarbonaat en aan verontreinigingen natriumchloride (NaCl) en natriumsulfaat (Na2SO4).
De caustificatie-stap wordt gevolgd door een stap tot het afscheiden van het calciumcarbonaatslib (
separatie-stap g)(kenmerk 1.5).
In de daarop volgende
concentratie-stap h)(kenmerk 1.6) wordt de oplossing geconcentreerd door verdamping van water. Hierdoor neemt de concentratie van alle aanwezige stoffen in de oplossing toe, waarbij een oplossing ontstaat, die ten minste 25% natronloog bevat, en waarbij (een groot deel van) het resterende natriumcarbonaat en natriumchloride en/of natriumsulfaat uitkristalliseert/neerslaat.
Die vaste stof (slib) kan dan eenvoudig verwijderd worden uit de natronloog-oplossing in een
tweede separatie-stap i(kenmerk 1.8)) en eventueel verder benut. Bij voorkeur wordt een deel van het geconcentreerde natronloog vervolgens weer teruggevoerd naar de
soda ashkristallisator
(stap j)(kenmerk 1.9).
Kenmerken 1.7 en 1.7.1 claimen dat het toevoegen van kalk in stap f) en het verwijderen van water in stap h) dusdanig worden afgestemd dat de gewichtsverhouding van natriumcarbonaat tot de som van het natriumchloride en/of natriumsulfaat in de gekristalliseerde vaste stof ten hoogste 2 bedraagt.
4.22.
Partijen verschillen met name van mening over de uitleg van kenmerken 1.4 (de caustificatie-stap f), 1.6 (concentratie-stap h) en 1.7/1.7.1. Wat kenmerk 1.4 betreft meent Kazan c.s., onder verwijzing naar de encyclopedie van Ullmann (vgl. 2.14.), dat het hier beschreven proces een standaard reactie is waarmee men
caustic sodamaakt uit de purge/spoelstroom van
soda ash. Solvay c.s. daarentegen is van mening dat het bijzondere aan deze stap is de condities voor het proces resulterend in een synergetisch effect waarbij ten minste 50 mol.% van het in natriumcarbonaat en/of natriumwaterstofcarbonaat aanwezige natrium, wordt omgezet in natronloog en het calciumcarbonaat als slib neerslaat waarbij een belangrijk deel van de verontreinigingen (i.h.b. natriumchloride en -sulfide) in het slib terecht komt, zodat zuiverder natronloog ontstaat.
4.23.
De toelichting van Solvay c.s. is steekhoudend. Kazan c.s. ziet er naar het oordeel van de rechtbank aan voorbij dat volgens de leer van het octrooi met de methode van conclusie 1 het uit de stand van de techniek bekende proces om natronloog te maken, op verschillende punten wordt verbeterd te weten:
  • efficiëntere omzetting van de in de spoelstroom aanwezige soda ash en natriumbicarbonaat in natronloog (paragraaf [0082]) met
  • reductie van het verlies van ‘
  • efficiënte verwijdering van onzuiverheden uit de spoelstroom (NaCl en NaSO4), (paragrafen [0025], [0096], [0113]-[0115])
  • minder waterverbruik (paragraaf [0097])
Dit volgt uit het feit dat van die in kenmerk 1.4 beschreven caustificatie-stap f de omzetting van ten minste 50 mol% natrium van natrium(waterstof)carbonaat in natronloog, onderdeel uitmaakt, en dat dit samenhangt met de kenmerken 1.6 (concentratie-stap h), 1.8 (tweede separatie-stap i) en 1.7/1.7.1. die bepalen dat (daartoe) de hoeveelheid in stap f toe te voegen kalk en de hoeveelheid in stap h te verdampen water zodanig geschiedt dat er uiteindelijk een geconcentreerde natronloog-oplossing ontstaat die ten minste 25% natriumhydroxide bevat en er een vaste stof neerslaat waarin natriumcarbonaat aanwezig is in een specifieke verhouding van hooguit 2 ten opzichte van de totale hoeveelheid natriumchloride en/of natriumsulfaat. Omdat calciumhydroxide slecht oplosbaar is, wordt de caustificatie
ratevooral bepaald door de concentratie van natronloog. In paragrafen [0064] – [0067] (zie 2.7) is beschreven met welke tegenstrijdige effecten daarbij rekening moet worden gehouden. De uitvinding leert om bij stap f) de hoeveelheid water en kalk zo te regelen dat de natronloogoplossing na caustificatie-stap f maximaal zo’n 11% natriumhydroxide bevat (en in elk geval niet meer dan 13 à 14%). Dit hangt volgens paragraaf [0067] ook samen met de samenstelling van de spoelstroom waarvan de totale alkaliniteit bij voorkeur ongeveer 16-17% is. Daarmee kan bij de omzetting zo’n 85% rendement worden behaald en ontstaat bij stap f) de natronloogoplossing van ongeveer 10-11% natriumhydroxide. In de derde zin van paragraaf [0067] wordt uitgelegd dat een hogere alkaliniteit resulteert in een hogere natriumhydroxide concentratie (en dus minder energieverbruik bij waterverwijdering via verdamping om na concentratie een natronloog percentage van minimaal 25% te bereiken), maar tegelijkertijd ervoor zorgt dat het rendement van de omzetting daalt omdat er meer natriumcarbonaat verloren gaat als neerslaande vaste stoffen. De maatregelen van conclusie 1 tezamen maken vergeleken met de in de stand van de techniek bekende methoden, een bijzonder efficiënte verwijdering van onzuiverheden mogelijk, zo blijkt uit paragraaf [0025], [0096] en tabellen 5-8 van de beschrijving van EP 579. De voorbeelden 1 t/m 6 van het octrooi laten zien dat ongeveer 80-90% aan natriumchloride en ongeveer 80-95% aan natriumsulfaat door kristallisatie uit het verkregen natronloog wordt verwijderd met de opeenvolgende stappen. [12] Het verlies van natrium(waterstof)carbonaat in de gekristalliseerde vaste stof is bij de geclaimde methode relatief beperkt (ten opzichte van uit de stand van de techniek bekende methoden) tot 10-15% van de inhoud van de oorspronkelijke spoelstroom (vgl. examples 1 en 2 – paragraaf [0089] e.v., i.h.b. paragraaf [0097]).
inbreuk
4.24.
Kazan c.s. heeft niet betwist dat de door haar toegepaste werkwijze en het daarmee rechtstreeks verkregen product onder de beschermingsomvang van conclusie 11 (en via stap e) dus ook onder de beschermingsomvang van conclusie 1) van EP 579 vallen. Kazan c.s. heeft ook niet betwist dat zij het rechtstreeks verkregen voortbrengsel, Soda Ash, in Nederland op de markt brengt. Kazan c.s. betwist slechts dat het Nederlandse deel van EP 579 nietig is wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit.
prioriteit
4.25.
Of EP 579 een geldig beroep kan doen op prioriteit op basis van EP13192428 van 12 november 2013, zoals Solvay c.s. stelt maar Kazan c.s. betwist, kan in deze procedure in het midden blijven. Kazan c.s. verbindt immers geen kenbare conclusies aan haar stelling dat EP 579 geen geldige prioriteit toekomt, in die zin dat in dat geval andere prior art relevant zou worden voor de beoordeling van de nieuwheid of inventiviteit van EP 579.
nieuwheid
4.26.
Het meest prominente verweer dat Kazan c.s. voert is dat conclusies 1 en 11 van EP 579 niet nieuw zijn in het licht van de onder 2.10. genoemde EIA-rapporten.
4.27.
Een uitvinding is niet nieuw indien alle kenmerken daarvan, expliciet of impliciet, op directe en ondubbelzinnige wijze aan een gemiddelde vakpersoon, gebruikmakend van de algemene vakkennis, worden geopenbaard in één enkele vindplaats behorend tot de stand van de techniek.
4.28.
Voor de toepassing van de bovengenoemde toets - ook wel de
gold standardgenoemd - zijn in de rechtspraak van de Kamers van Beroep bij het Europees Octrooibureau (EOB) diverse criteria ontwikkeld voor de toetsing van nieuwheid in specifieke situaties [13] , die ook wel in nationale jurisdicties, waaronder Nederland, worden toegepast. Deze criteria zijn hulpmiddelen. Uiteindelijk is doorslaggevend of, in de specifieke omstandigheden van het geval, aan de eis van een directe en ondubbelzinnige openbaarmaking (de
gold standard) is voldaan.
EIA-rapporten openbaar toegankelijk?
4.29.
Partijen verschillen ten aanzien daarvan allereerst van mening of die rapporten op de relevante datum openbaar toegankelijk waren. Solvay c.s. heeft dit alleen erkend voor het juli 2013 Caustic Soda EIA-rapport zonder bijlagen maar betwist dat het januari 2012 Soda Ash Production EIA-rapport en de januari 2013 Caustic Soda vergunningsaanvraag (vgl. 2.10. onder i) en ii)) publiek beschikbaar waren. Deze kwestie kan echter in het midden blijven omdat hierna zal blijken dat de rechtbank van oordeel is dat de kenmerken 1.4, 1.6, 1.7/1.7.1 en 1.8 van conclusie 1 van EP 579 niet direct en ondubbelzinnig in genoemde rapporten zijn geopenbaard, waarbij de focus ligt op de Caustic Soda vergunningsaanvraag van januari 2013 en het Caustic Soda EIA-rapport van juli 2013. Het januari 2012 rapport heeft immers betrekking op de productie van een soda ash fabriek (vgl. 2.10.). De advocaten van Kazan c.s. hebben ter zitting ook aangegeven dat het juli 2013 rapport voor de beoordeling van nieuwheid van conclusie 1 van EP 579 volstaat.
4.30.
De beoordeling van de nieuwheid kan ook beperkt worden tot conclusie 1. Als die conclusie nieuw wordt bevonden, geldt dat immers ook voor conclusie 11 die conclusie 1 als stap e) heeft geïncorporeerd.
kenmerk 1.4
4.31.
Het juli 2013 Caustic Soda EIA-rapport openbaart niet direct en ondubbelzinnig dat bij de caustische behandeling ten minste 50 mol% van het natrium van natriumcarbonaat en/of natriumwaterstofcarbonaat uit de spoelstroom wordt omgezet in natriumhydroxide. In het rapport wordt weliswaar geopenbaard dat gebluste kalk reageert met vloeistof uit de purgestroom, maar de efficiency waarmee dat gebeurt, i.h.b. het mol% natrium van natriumcarbonaat en/of natriumwaterstofcarbonaat dat caustisch wordt omgezet, wordt dat niet. De vakpersoon kan dit ook niet rechtstreeks en ondubbelzinnig afleiden uit het rapport, aangezien de specifieke hoeveelheden natriumcarbonaat en natriumwaterstofcarbonaat zelf daarin niet worden geopenbaard. De andersluidende stelling van Kazan c.s. is gebaseerd op een paragraaf in het juli 2013-rapport waar gezegd wordt dat
‘lime purity was accepted as 85% and process efficiency as 90%’(vgl. 2.10.). Partijen leggen deze passage ieder op een andere manier uit. Volgens Kazan c.s. volgt hieruit dat 90 mol% van het natrium uit het natriumcarbonaat en/of waterstofcarbonaat wordt omgezet. Kazan c.s. wijst erop dat uit Garret (figuur 13-6) blijkt dat de
caustifizationefficientie ook uitgedrukt kan worden in het percentage
soda ashdat is omgezet (anders dan de in het octrooi opgenomen definitie). Solvay c.s. betoogt, onder verwijzing naar haar deskundige [naam 2] , dat die term verwijst naar de efficiëntie van kalkgebruik, d.w.z. naar het percentage kalk dat gereageerd heeft en niet naar de conversie van natriumcarbonaat. Solvay c.s. heeft er daarbij op gewezen dat [naam 2] aan de hand van berekeningen heeft aangetoond dat het rapport een aantal inconsistenties vertoont, ook met betrekking tot de conversie van natriumcarbonaat omdat er geen overtollig kalk ten opzichte van natriumcarbonaat wordt gebruikt, hetgeen volgens Solvay c.s. nodig zou zijn om de door Kazan c.s. beweerde 90 mol% omzetting te bereiken. [naam 2] stelt dit vast op basis van het uit tabel 1.4-1 blijkende getal van 65 ton vast calciumcarbonaat dat wordt geproduceerd door het proces. Kazan c.s. stelt daar tegenover dat die 65 ton geen vast calciumcarbonaat is omdat de tabel vermeldt dat het een
‘by-product’betreft en uit figuur 1-4 blijkt dat uit de
mud washereen
caustic by-productvan slibachtig calciumcarbonaat zou komen dat nog 40% water bevat. Die 40% zou nog van de ‘droge’ 65 ton afgetrokken moeten worden, waarna de eigen berekeningen van haar deskundige [naam 1] volgens Kazan c.s. zouden kloppen. Hoe dit alles ook zij, na de ampele discussie tussen partijen hierover ter zitting volgt in ieder geval dat er twee interpretaties pleitbaar zijn. De aangehaalde paragraaf anticipeert kenmerk 1.4 niet direct en ondubbelzinnig omdat minst genomen niet gezegd kan worden dat de interpretatie van Kazan c.s. de enig mogelijke lezing van die paragraaf is. [14]
kenmerk 1.6, 1.7/1.7.1 en 1.8
4.32.
Het juli Caustic Soda EIA-2013 rapport openbaart evenmin direct en ondubbelzinnig het kenmerk van het concentreren van natronloog tot een sterkte van ten minste 25% natriumhydroxide waarbij een gekristalliseerde vaste stof wordt gevormd van natriumcarbonaat en natriumchloride en/of natriumsulfaat, noch openbaart het rapport de afscheiding daarvan uit de oplossing van natronloog. Deze in conclusie 1 opgenomen stap is bedoeld om de verontreinigingen, i.h.b. NaCl, uit de natronloog te verwijderen. Solvay c.s. wijst erop dat in tabel 1.4-1 alleen wordt vermeld dat 35 ton
‘salt solution’wordt verkregen en dat de vakpersoon weet dat een oplossing geen kristallen bevat zodat de tabel niet aantoont dat natriumchloride als gekristalliseerde vaste stof wordt geopenbaard. Daarnaast zegt de tabel niets over de aanwezigheid van natriumcarbonaat of de samenstelling (lees: sterkte) van natronloog, aldus Solvay c.s.
4.33.
Kazan c.s. heeft hier slechts tegenover gesteld dat de term
‘salt solution’in tabel 1.4-1 wat ‘ongelukkig’ is gekozen, maar dat de vakpersoon begrijpt dat als je natronloog met daarin natriumchloride gaat indampen, het natriumchloride neerslaat en dat dan niet kurkdroog is maar een
‘sludge-like’ ‘by-product’oplevert zoals in het rapport beschreven staat. In figuur 4-1 staat bovendien in het stroomschema een centrifuge beschreven waarmee een vaste stof gescheiden wordt van vloeistoffen. Ter zitting heeft Kazan c.s. desgevraagd aangegeven dat het waterpercentage in die sludge dan circa 2-10% bevat waarvoor de genoemde 35 ton nog moet worden gecorrigeerd. Dat er ook natriumcarbonaat zou neerslaan mag dan niet geopenbaard zijn, maar is voor iemand met een goed begrip van scheikunde duidelijk, aldus Kazan c.s.
4.34.
Dit betoog is echter ten enenmale onvoldoende om aan te kunnen nemen dat kenmerk 1.6 in het juli 2013 rapport direct en ondubbelzinnig is geopenbaard. In het rapport wordt niet beschreven dat de te verkrijgen geconcentreerde natronloog-oplossing ten minste 25% natriumhydroxide bevat en evenmin is het voor de vakpersoon direct en ondubbelzinnig duidelijk dat natriumcarbonaat met natriumchloride en natriumsulfaat als een gekristalliseerde vaste stof in die stap neerslaan en daarna uit de natronloog-oplossing verwijderd worden.
kenmerk 1.7/1.7.1
4.35.
Ten aanzien van kenmerk 1.7/1.7.1 heeft Kazan c.s. zelf erkend dat de gewichtsverhouding niet in het juli 2013 rapport is geopenbaard. [15]
kenmerk 1.8
4.36.
Nergens in de Caustic Soda EIA-rapporten is opgenomen dat de door kristallisatie neergeslagen vaste stof die natriumcarbonaat, natriumchloride en natriumsulfaat bevat, ook nog eens wordt afgescheiden.
slotsom nieuwheidsaanval op basis van de EIA-rapporten
4.37.
Het vorenstaande betekent dat de nieuwheidsaanval ten aanzien van conclusie 1 op basis van het juli 2013 Caustic Soda EIA-rapport niet slaagt. Dit geldt in het verlengde daarvan evenzeer voor conclusie 11.
nieuwheid ten opzichte van US 287 en US 054
4.38.
De nieuwheidsaanval vanuit de documenten US 287 en US 054 heeft, zoals Solvay c.s. terecht opmerkt, weinig om het lijf nu Kazan c.s. bij conclusie van antwoord /eis in reconventie in feite zelf al aangeeft, zonder dit gedegen te weerleggen [16] , dat in ieder geval kenmerk 1.6 welke ziet op het verkrijgen van een geconcentreerde oplossing van natronloog met een sterkte van ten minste 25% natriumhydroxide in US 287 en US 054 niet wordt geopenbaard, zodat deze prior art reeds om die reden niet nieuwheidsschadelijk is.
inventiviteit
inventiviteit ten opzichte van US 287
4.39.
Het oude Amerikaanse octrooi US 287 ziet op de technische problemen op het gebied van oplossingsmijnbouw die worden veroorzaakt door de trage oplossingssnelheid van trona in water. Hierbij wordt een deel van de moedervloeistof uit een natriumcarbonaat-monohydraatkristallisator gemengd met gebluste kalk in een
causticizerom een waterige oplossing van natronloog te produceren van tussen de 3% en 10% natriumhydroxide, bij voorkeur 3,3% en 7,3%, welk natronloog vervolgens wordt teruggevoerd naar het op te lossen trona in de mijnschacht om daar meer trona te ‘mijnen’.
4.40.
Behalve het hiervoor genoemde ontbreken van de concentratiestap van US 579, is er in US 287 ook geen sprake van het behandelen van een spoelstroom in de zin van conclusie 1 van EP 579. Kazan c.s. heeft in de conclusie van antwoord / eis in reconventie geen deugdelijke
problem-and-solution-approachuitgewerkt noch anderszins inzichtelijk gemaakt dat en waarom de werkwijze van EP 579 op voor de hand liggende wijze uit de stand van de techniek zou voortvloeien. Zij heeft slechts gesteld dat het technisch effect van de concentratiestap [17] erin bestaat dat geconcentreerd natronloog minder onzuiverheden bevat en dat het antwoord op het objectief technische probleem dan gegeven wordt door de encyclopedie van Ullmann, namelijk dat door de natronloog te concentreren natriumchloride en natriumsulfaat neerslaan.
4.41.
Solvay c.s. heeft bij conclusie van antwoord in reconventie aangevoerd dat ook de kenmerken 1.4, 1.6, 1.7/1.7.1 en 1.8/1.8.1 in US 287 niet worden geopenbaard. Solvay c.s. merkt US 287 dan ook niet aan als een realistisch uitgangspunt voor een inventiviteitsbeoordeling van EP 579. Zelfs als wel van US 287 zou worden uitgegaan, zou de vakpersoon niet op de geclaimde synergetische voordelen bevattende maatregelen van EP 579 komen, aldus nog steeds Solvay c.s., omdat US 287 niet het behandelen van een spoelstroom openbaart terwijl US 287 de vakpersoon juist niet op het spoor zet van genoemde concentratie van natronloog van tenminste 25% (van kenmerk 1.6) omdat volgens Solvay c.s. een hogere concentratie geen aanvaardbare resultaten oplevert bij het oplossen van trona en dus indruist tegen de leer van US 287. Zij wijst daarbij op figuur 1 en de beschrijving daarvan (kolom 4, regels 23-47). De verwijzing van professor [naam 1] naar het in de encyclopedie van Ullmann genoemde proces resulteert in een oplossing van natriumhydroxide met een sterkte van 12%, hetgeen nog niet de helft is van het vereiste concentratie van 25% natriumhydroxide.
4.42.
Kazan c.s. heeft dit alles niet bestreden. Niet in de akte houdende eisvermeerdering en ook niet in haar (reactieve) pleitnotities. Haar inventiviteitsaanval uitgaande van US 287 wordt dan ook als ongegrond verworpen.
inventiviteit ten opzichte van US 054
4.43.
Zoals hiervoor al werd opgemerkt, wordt de concentratie-stap in US 054 niet geopenbaard. Kazan c.s. heeft ten aanzien van een vermeend gebrek aan inventiviteit niet meer gesteld dan dat enig voordeel van deze concentratiestap, zoals de zuiverheid, op voor de hand liggende wijze uit de stand van de techniek voortvloeit. Zij heeft ook hier geen
problem-and-solution-approachuitgewerkt. Solvay c.s. is bij antwoord in reconventie niettemin uitvoerig op de gestelde niet-inventiviteit ten opzichte van US 054 ingegaan waarbij zij heeft aangegeven dat behalve de genoemde concentratiestap ook andere kenmerken van conclusie 1 van EP 579, zoals de behandeling van een spoelstroom, in US 054 niet direct en ondubbelzinnig worden geopenbaard. Solvay c.s. is daarbij ook ingegaan op de synergetische effecten van de maatregelen volgens de conclusies 11 en 1 van het octrooi en heeft zelf een
problem-and-solution-approachuitgewerkt. Ook in de pleitnotities is Solvay c.s. nog uitgebreid op de inventiviteit ingegaan. Kazan c.s. heeft in de akte vermeerdering van eis noch in de (reactieve) pleitnotities echter nog serieus aandacht besteed aan de ‘aanval’ op basis van US 054. Bij die stand van zaken kan niet gezegd worden dat Kazan c.s. aan haar stelplicht heeft voldaan zodat haar stelling als niet onderbouwd wordt verworpen.
Garret en Ullmann
4.44.
Kazan c.s. hebben gesteld dat het handboek van Garrett (vgl. 2.13.) en de encyclopedie van Ullmann (vgl. 2.14.) goede voorbeelden zijn van algemene vakkennis op het relevante gebied op de prioriteitsdatum. Onder verwijzing naar de eerste verklaring van professor [naam 1] , betoogt Kazan c.s. – kort gezegd – dat de vakpersoon op de eerste datum zou begrijpen hoe men natronloog maakt uit
soda ashen dat daarbij het zogenoemde
common ion effect [18] gebruikt wordt om onzuiverheden uit de natronloog-oplossing te verwijderen.
4.45.
Solvay c.s. hebben aan de hand van de rapporten van professor [naam 2] bestreden dat de uitvinding op basis van Garrett en Ullmann voor de hand lag. De rechtbank volgt haar daarin. Garrett en Ullmann openbaren niet het produceren van natronloog uit een spoelstroom van een
soda ashproductiefaciliteit. Ook wordt het caustisch behandelen van een spoelstroom niet geopenbaard. Evenmin wordt in die publicaties geopenbaard hoe het verlies van aanzienlijke hoeveelheden alkali te voorkomen alsmede het onverwacht efficiënte verwijderen van bepaalde onzuiverheden (NaCl en Na2SO4). De kenmerken 1.7, 1.7.1 en 1.8 ontbreken. Kazan c.s. heeft ook onvoldoende gemotiveerd weersproken dat het common ion effect in de geclaimde methode van ondergeschikt belang is bij het verwijderen van onzuiverheden uit een spoelstroom omdat de samenstelling van een spoelstroom daarvoor te complex is. Evenmin is gemotiveerd bestreden dat de caustificatie stappen f) en g) in samenhang met stappen h) en i) in conclusie 1 van EP 579 een verrassend synergetisch effect laten zien waardoor het verwijderen van onzuiverheden uit een spoelstroom veel efficiënter is dan het common ion effect zou kunnen doen vermoeden, zoals hiervoor in r.o. 4.23. reeds is overwogen. Tegelijkertijd wordt daarbij het verlies van natriumcarbonaat in de gekristalliseerde stof beperkt.
slotsom geldigheid
4.46.
Slotsom uit al het voorgaande is dat conclusies 11 en 1 van EP 579 geldig zijn. De daarvan afhankelijke conclusies zijn dat daarmee ook. Nu de inbreuk niet anders is bestreden dan door het voeren van het geldigheidsverweer, ligt het onder 3.1. sub C.1 genoemd gevorderde inbreukverbod voor toewijzing gereed. Gelet daarop behoeft de subsidiaire grondslag (onrechtmatig handelen) geen behandeling. Bij die stand van zaken zal de in reconventie primair gevorderde vernietiging van het Nederlandse deel van EP 579 worden afgewezen. Nu Kazan c.s. daartoe geen andere argumenten heeft aangevoerd dan die ter onderbouwing van haar vordering tot vernietiging van EP 579 en EP 138 voor de gevoerde discussie in de al afgeronde conclusiewisseling niet (relevant) afwijkt van het moederoctrooi, slagen de vorderingen evenmin voor zover die zien op deze
divisional.
recht van voorgebruik
4.47.
Daarmee komt de rechtbank toe aan het subsidiaire beroep op een recht van voorgebruik. Dit beroep slaagt niet. Kazan c.s. heeft verzuimd aan te tonen dat zij de geoctrooieerde werkwijze reeds voor de prioriteitsdatum, althans, indien die datum niet geldig zou zijn, voor 12 november 2014, in of voor haar bedrijf toepaste, of aan die toepassing een begin van uitvoering had gegeven. Het beroep van Kazan c.s. is tweeledig. In de eerste plaats stelt zij vóór de relevante datum in onder meer Nederland
soda ashte hebben verkocht. Die
soda ashwas echter, zo betoogt Kazan c.s. zelf, afkomstig uit een andere productiefaciliteit (Eti) dan waar het in de conventionele inbreukprocedure (Kazan) om draait. Ten aanzien van de
soda ashdie vervaardigd is in Eti, geeft Kazan c.s. bovendien zelf aan dat Solvay c.s. “terecht” niet stelt dat die binnen de beschermingsomvang van het octrooi valt (voetnoot 7 in haar conclusie van antwoord), zodat dit alleen daarom al niet relevant is. Wat de productiefaciliteit in Kazan betreft (die eerst na oplevering van de fabriek in 2018 commercieel actief is geworden) heeft Kazan c.s. zich beroepen op de EIA-rapporten, waarvan hiervoor nu juist is komen vast te staan dat die niet nieuwheidsschadelijk zijn voor de werkwijze van EP 579, zodat, zonder toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien hoe de werkwijze in de fabriek in Kazan, aangenomen al dat die overeenstemt met de inhoud van de EIA-rapporten van vijf jaar voordien, tot een begin van uitvoering van die werkwijze zouden kunnen leiden. Solvay c.s. heeft een en ander ampel in haar conclusie van antwoord in reconventie uiteengezet (paragrafen 6.1 t/m 6.37), waarna Kazan c.s. op haar stellingen in het geheel niet meer is teruggekomen, ook niet tijdens de mondelinge behandeling, hetgeen bepaald van haar had mogen worden verwacht. Gelet hierop wordt het beroep op voorgebruik als ongegrond verworpen.
(neven)vorderingen
4.48.
De onder 3.1. sub A genoemde provisionele voorziening behoeft geen behandeling nu op de hoofdzaak wordt beslist. De onder 3.1. sub B voorwaardelijk genoemde vordering tot inzage behoeft evenmin behandeling, nu de voorwaarde waaronder de vordering is ingesteld (betwisting van octrooiinbreuk) niet is vervuld.
4.49.
Teneinde executieproblemen te voorkomen, en indachtig het feit dat het in deze procedure gaat om inbreuk in Nederland, zal het onder 3.1 sub C.3, C.4 en C.5 gevorderde worden toegewezen op de wijze als in het dictum te melden. De termijn waarbinnen Kazan c.s. de opgave dient te doen (zie onder 3.1. sub C.3), zal worden bepaald op drie maanden na betekening van dit vonnis.
4.50.
De onder 3.1. sub C.3 genoemde vordering tot controle door en waarmerking van een registeraccountant van de opgave zal, ter voorkoming van executieproblemen en gelet ook op het ter zake gevoerde verweer, niet worden toegewezen. Voor zover hetgeen met betrekking tot de registeraccountant wordt gevorderd neerkomt op een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt, is dit in wezen een opdracht voor het geven van een vorm van
assurance. De rechtbank is ermee bekend dat een (register)accountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is, die
assuranceniet kan geven.
4.51.
Het gevorderde onder 3.1 sub C.6 wordt, gelet op het niet weersproken verweer van Kazan c.s. dat de belangen van Solvay c.s. met een rectificatiebrief aan de Nederlandse afnemers al voldoende zijn gediend, afgewezen.
4.52.
De gevorderde dwangsommen zullen worden gemaximeerd op de hierna te vermelden bedragen.
proceskosten
4.53.
Partijen zijn het er blijkens hun proceskostenafspraak over eens dat in deze zaak een bedrag van € 200.000,- als redelijk en evenredig in de zin van artikel 1019h Rv is te achten. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Kazan c.s. dan ook worden veroordeeld dit bedrag aan Solvay c.s. te voldoen. De rechtbank zal deze kosten ponds-ponds-gewijs over de conventie en de reconventie verdelen.

5.De beslissing

De rechtbank:
in conventie:
5.1.
gebiedt Kazan c.s., met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, iedere inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 2 878 579 in Nederland te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,-- (zegge: honderdduizend euro) voor iedere dag of gedeelte van een dag dat een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt of - ter vrije keuze van Solvay c.s. - van € 10.000,-- (zegge: tienduizend euro) voor iedere ton (gewichtsmaat) of deel daarvan aan inbreukmakend product waarmee een gedaagde het bevel geheel of gedeeltelijk niet nakomt, zulks met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 5.000.000.--;
5.2.
gebiedt Kazan c.s. binnen 3 maanden na betekening van dit vonnis, aan het adres van de advocaat van Solvay c.s. opgave te doen ten aanzien van:
(a) de volledige namen en adressen van alle afnemers in Nederland waaraan Kazan c.s. de inbreukmakende producten heeft geleverd, met een specificatie van de verkoopprijs en de hoeveelheid geleverde inbreukmakende producten, en de datum van levering;
(b) de volledige namen en adressen van alle binnenlandse en buitenlandse leveranciers van wie Kazan c.s. de inbreukmakende producten heeft verkregen, met voor iedere leverancier een specificatie van de producten, de koopprijs en het aantal geleverde producten, en de datum van levering;
(c) het aantal van alle inbreukmakende producten die vervaardigd, gedistribueerd en/of in voorraad gehouden zijn door Kazan c.s.;
(d) de door Kazan c.s. genoten winst ten gevolge van de inbreukmakende handelingen, gespecificeerd per inbreukmakend product dat is verkocht en/of geleverd,
een en ander gestaafd door middel van alle relevante ondersteunende documenten, waaronder maar niet beperkt tot goed leesbare orders, orderbevestigingen, facturen en afschriften van andere in- en verkoopbescheiden;
5.3.
gebiedt Kazan c.s. binnen 2 weken na betekening van dit vonnis al haar afnemers in Nederland (niet zijnde consumenten) van inbreukmakende producten schriftelijk te verzoeken deze aan Kazan c.s. te retourneren, tegen aanbieding van terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van de aan terugzending verbonden transportkosten;
5.4.
gebiedt Kazan c.s. binnen 2 weken na betekening van dit vonnis, een rectificatiebrief te sturen op haar gebruikelijke briefpapier en in haar gebruikelijke lettertype, ondertekend door een statutair bevoegd vertegenwoordiger, naar al haar afnemers in Nederland, met uitsluitend de volgende inhoud en onder toezending van een gelijktijdig afschrift van iedere rectificatiebrief met bewijs van verzending aan de advocaten van eiseres:
RECTIFICATION:
The District Court of The Hague, the Netherlands, by decision of [date
of decision], has ordered us to make the following statement:
We have infringed the Dutch part of the European patent EP 2 878 579 of Solvay SA, established in Brussels, Belgium by dealing in infringing sodium products.
The District Court has ordered us to immediately cease and desist from any infringement of the Dutch Part of this patent, including the production of and trade in the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products. The District Court also ordered us to recall the in the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products and to refund the purchase price and to reimburse the transportation costs.
In view of the above, we may no longer trade and produce the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products for the remainder of the life of EP 2 878 579 in the Netherlands, which will be in force through 11 November 2034. We have requested our customers to return the infringing sodium carbonate and sodium bicarbonate products sold or delivered by us.
With all due respect,
[name of defendant]
[signature]
[name of person authorized under articles of association]
[date]
5.5.
veroordeelt Kazan c.s. tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 10.000,-- (zegge: tienduizend euro) voor iedere overtreding door een gedaagde van de onder 5.2. t/m 5.4. genoemde bevelen, dan wel, ter vrije keuze van eiseressen, voor iedere dag dat een gedaagde in strijd mocht handelen met deze bevelen, zulks met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 500.000,-;
5.6.
veroordeelt Kazan c.s. tot vergoeding aan Solvay c.s. van de door haar geleden en nog te lijden schade ten gevolge van de door Kazan c.s. gepleegde inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 2 878 579 althans, ter vrije keuze van Solvay c.s., tot het afdragen aan Solvay c.s. van de door Kazan c.s. gemaakte en nog te maken winst ten gevolge van de inbreuk op het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 2 878 579, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
5.7.
veroordeelt Kazan c.s. hoofdelijk, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure ex artikel 1019h Rv, tot dusverre aan de zijde van Solvay begroot op € 100.000,--, daaronder tevens begrepen de nakosten, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zullen zijn voldaan, gedaagden daarover zonder nadere sommatie hoofdelijk wettelijke rente zullen zijn verschuldigd;
5.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
in reconventie:
5.10.
wijst de vorderingen af;
5.11.
veroordeelt Kazan c.s. hoofdelijk, des de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure ex artikel 1019h Rv, aan de zijde van Solvay c.s. tot dusverre begroot op € 100.000,--, bij niet of niet-volledige betaling voor die tijd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van de voldoening;
5.12.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 5.11. opgenomen proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen, mr. M. Knijff en mr. M.E. Kokke en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.

Voetnoten

1.Ten tijde van de mondelinge behandeling was EP 138 nog niet verleend, hoewel al wel een
2.Het rapport in de oorspronkelijke Turkse taal is overgelegd als productie GP10.C en telt 808 pagina’s. De overgelegde selectie in de Engelse vertaling telt 8 pagina’s.
3.Donald E. Garrett, "
4.Ullmann's Encyclopedia of Industrial Chemistry, Wiley (2007), bijlage CA-8 bij het rapport van professor [naam 1] (GP03)
5.Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
6.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
7.Gerechtshof Den Haag 15 november 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2327, r.o. 5.17
8.Rijksoctrooiwet 1995
9.EPO EBA 11 december 1989, G 2/88, OJ 1990, 93, paragraaf 2.5; Court of Appeal of the Unified Patent Court (CoA UPC):
10.De spoelstroom bevat volgens kenmerken 1.3.1 en 1.3.2 van conclusie 1 natriumcarbonaat en/of natriumwaterstofcarbonaat in een hoeveelheid van ten minste 7% totale alkaliniteit, uitgedrukt als equivalentgewicht natriumcarbonaat en ten minste 1 gew.% van een natriumzout gekozen uit natriumchloride, natriumsulfaat en mengsels daarvan.
11.Zie voetnoot 10 hierboven
12.Het octrooi beschrijft dat de uitvinding ook significante hoeveelheden aan andere oplosbare onzuiverheden uit de spoelstroom verwijderd. Deze onzuiverheden worden apart geclaimd in (de niet-ingeroepen) conclusie 4.
13.Zie bijvoorbeeld Guidelines for Examination in the European Patent Office, March 2024 edition, Part G, Chapter VI, in het bijzonder G.VI.4, G.VI.7 en Case Law of the Boards of Appeal, Tenth Edition July 2022, I.C, in het bijzonder I.C.6.3.
14.Vgl. Hof Den Haag 16 april 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1066, r.o. 4.63 (Philips v. Wiko); Hof Den Haag 7 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1065 (Philips v. Asutek c.s.)
15.Vgl. paragraaf 32 bijlage CA-13 bij het rapport van [naam 1] .
16.Paragraaf 122 conclusie van antwoord / eis in reconventie; paragraaf 141 eerste rapport [naam 1] (GP03); paragraaf 181 tweede rapport [naam 1] (GP15)
17.Naast het volgens Kazan c.s. bestaande effect genoemd in paragraaf 118 van haar conclusie van antwoord / eis in reconventie (voor niet-verdunde natronloog bestaat wel een commerciële markt)
18.Het common ion effect houdt - kort gezegd - in dat als een oplossing twee (of meer) zouten met een gemeenschappelijk ion bevat, de oplosbaarheid van de zouten in het algemeen lager wordt.