Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
in beginseltoewijsbaar is.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De vrouw vordert betaling van 400 gouden Bahar-e-Azadi munten op grond van een Iraans vonnis uit 2021, waarin de man tot betaling is veroordeeld. De rechtbank stelt vast dat partijen in Nederland in gemeenschap van goederen zijn getrouwd en dat de vordering tot betaling van de munten binnen deze huwelijksgemeenschap valt.
Hoewel aan de voorwaarden voor erkenning en tenuitvoerlegging van het Iraanse vonnis volgens artikel 431 lid 2 Rv Pro is voldaan, leidt dit niet tot toewijzing van de vordering. De rechtbank overweegt dat de vordering en de schuld van partijen elkaar binnen de gemeenschap tegen elkaar moeten worden weggestreept.
De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat de vordering aan haar persoonlijk is verknocht. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De vordering wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de 400 gouden munten af omdat deze valt binnen de huwelijksgemeenschap van partijen.