ECLI:NL:RBDHA:2025:2274

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 januari 2025
Publicatiedatum
18 februari 2025
Zaaknummer
24_10069
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Leiden over een omzettingsvergunning voor haar huurwoning. Na een bezwaarprocedure werd haar bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en constateerde dat het griffierecht niet of niet tijdig was betaald. Ondanks een aangetekende aanmaning om binnen twee weken het griffierecht te voldoen, bleef betaling uit en gaf verzoekster geen reden voor het niet betalen.

Op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Awb, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/10069

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 januari 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder

Inleiding

1.1.
Met de e-mail van 24 november 2024 is geantwoord op een aantal vragen van verzoekster over de het ontbreken van een omzettingsvergunning voor haar huurwoning.
1.2.
Met de beslissing van 27 december 2024 is het bezwaar van verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk verklaart.
1.3.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingediend en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.4.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht de betrokkene niet kan worden toegerekend. [2]
3. Bij aangetekende nota van 28 december 2024 is verzoekster verzocht om het griffierecht te betalen, en is aangegeven dat als verzoekster de nota niet binnen twee weken betaalt, het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De voorzieningenrechter constateert dat het verschuldigde griffierecht door verzoekster niet is voldaan en dat de termijn om dit te doen inmiddels is verstreken. Ook heeft verzoekster geen reden aangedragen waarom zij heeft nagelaten het griffierecht te betalen. Vanwege het uitblijven van de betaling verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
2.Artikel 8:82, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.