Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M.J. Bronsveld, griffier.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om zijn aanvraag voor een WIA-uitkering af te wijzen, omdat hij volgens het UWV 0,00% arbeidsongeschikt is. De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat bij financiële geschillen zoals deze, een spoedeisend belang alleen snel wordt aangenomen als er sprake is van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood. Verzoeker stelt dat hij geen inkomsten heeft en niet kan rondkomen van de Wajong-uitkering van zijn echtgenote, maar onderbouwt niet dat er sprake is van een acute noodsituatie zoals dreigende schulden of ontruiming.
Het UWV geeft aan dat er geen aanwijzingen zijn voor een acute financiële noodsituatie en wijst op mogelijke toeslagen voor de echtgenote. De voorzieningenrechter concludeert dat het spoedeisend belang ontbreekt en wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.