ECLI:NL:RBDHA:2025:22813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen de mondelinge aanzegging verlaten COa-locatie
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 26 november 2025, wordt het beroep van eiseres tegen de mondelinge aanzegging van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) behandeld. Eiseres, die op 13 juni 2025 te horen kreeg dat zij en haar kind de opvanglocatie moesten verlaten, heeft beroep ingesteld tegen deze aanzegging. De rechtbank oordeelt dat zij onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Dit oordeel is gebaseerd op de overweging dat de mondelinge aanzegging niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank stelt vast dat de verplichting om de opvang te verlaten voortvloeit uit een eerder besluit van het COa van 14 mei 2025, waarin de beëindiging van de verstrekkingen aan eiseres werd vastgesteld. Eiseres had niet tijdig een rechtsmiddel aangewend tegen dit besluit, waardoor de mondelinge aanzegging slechts een mededeling was van een reeds genomen besluit. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter onderbouwing van haar oordeel. De uitspraak wordt gedaan zonder zitting en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.