Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[cliënt] ,
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 november 2025.
Standpunten ter zitting
Beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 10 november 2025 een beschikking gegeven naar aanleiding van een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaar, zoals bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd). Het verzoek betreft een cliënt, geboren in 1949, die momenteel verblijft in een zorgaccommodatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de cliënt niet aanwezig wilde zijn bij de mondelinge behandeling, maar wel bij de uitspraak. De advocaat van de cliënt heeft betoogd dat er geen sprake is van verzet en dat de cliënt zich bewust is van haar situatie, maar dat er geen alternatieven zijn. De psycholoog en arts hebben verklaard dat de cliënt geen fysiek verzet vertoont, maar wel aangeeft naar huis te willen. De rechtbank heeft de situatie beoordeeld en geconcludeerd dat de cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening en psychische stoornis, maar dat er geen sprake meer is van actief verzet tegen opname. De rechtbank oordeelt dat de zorg in het vrijwillig kader kan worden voortgezet en dat niet voldaan is aan de criteria voor het verlenen van een rechterlijke machtiging. Het verzoek is afgewezen.