Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER, welke bij besluit van 14 oktober 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 22 januari 2025 kennelijk ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht voorlopig toegewezen en dit definitief bevestigd, omdat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt aan de voorwaarden voor vrijstelling te voldoen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening echter afgewezen, omdat er reeds een uitspraak op het beroep is gedaan in een andere zaak met hetzelfde zaaknummer.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, terwijl de vrijstelling van griffierecht definitief wordt toegewezen.