ECLI:NL:RBDHA:2025:22879

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
NL25.4438
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in beroep tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER, welke bij besluit van 14 oktober 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 22 januari 2025 kennelijk ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht voorlopig toegewezen en dit definitief bevestigd, omdat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt aan de voorwaarden voor vrijstelling te voldoen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening echter afgewezen, omdat er reeds een uitspraak op het beroep is gedaan in een andere zaak met hetzelfde zaaknummer.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, terwijl de vrijstelling van griffierecht definitief wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.4438

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R. Dhalganjansing),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.
Bij besluit van 22 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van zijn verzoek wegens betalingsonmacht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door verzoeker overgelegde formulier heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.4435, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 1 december 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.