Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
€ 907,-.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin werd geoordeeld dat verzoekster niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt. Na het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening heeft de minister het bezwaar gegrond verklaard, waarna verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening introk en de minister verzocht werd te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren, waarna deze aangaf bereid te zijn de proceskosten van €907,- te vergoeden. Gezien de tegemoetkoming van de minister en de intrekking van het verzoek, achtte de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenveroordeling kennelijk gegrond en wees dit toe.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, aangezien tegen deze beslissing geen hoger beroep of verzet mogelijk is. De proceskostenveroordeling is gebaseerd op de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,- aan verzoekster.