ECLI:NL:RBDHA:2025:22883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 5 september 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 13 oktober 2025 opgeheven. De rechtbank behandelde het beroep op 28 november 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De beoordeling richtte zich op de vraag of de bewaring onrechtmatig was geweest in de periode tussen het sluiten van het eerdere onderzoek op 17 september 2025 en de opheffing op 13 oktober 2025. De rechtbank concludeerde dat de maatregel tot het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was en dat de voortzetting ervan daarna eveneens rechtmatig was. Eiser verbleef na 13 oktober 2025 in strafrechtelijke detentie, zodat er geen sprake was van onrechtmatige vrijheidsberoving.
Eiser voerde aan dat de grondslag van de bewaring onjuist was na de beschikking op zijn asielaanvraag van 25 september 2025 en dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld. De rechtbank verwierp deze stellingen, onder meer omdat de asielbeschikking de bewaring verlengde op grond van artikel 59b, derde lid, Vreemdelingenwet en de minister voldoende voortvarend had gehandeld met vertrekgesprekken en lopende procedures.
De rechtbank zag geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.