Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Deze aanvraag is afgewezen door de minister van Asiel en Migratie omdat eiser niet voldeed aan het vereiste van vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf. Er is een verblijfsgat vastgesteld tussen 19 augustus 2022 en 24 augustus 2022, doordat de aanvraag voor verblijf als kennismigrant pas op 24 augustus 2022 door verweerder is ontvangen.
Eiser voerde aan dat de aanvraag al op 16 augustus 2022 was verzonden en dat het evenredigheidsbeginsel en de hoorplicht waren geschonden. De rechtbank oordeelde dat voor de vaststelling van rechtmatig verblijf de datum van ontvangst van de aanvraag doorslaggevend is en dat het verzendbewijs onvoldoende bewijs biedt dat de aanvraag eerder was ontvangen. Tevens oordeelde de rechtbank dat de gevolgen van het verblijfsgat niet zo onevenredig zijn dat de vergunning alsnog verleend had moeten worden.
Ten aanzien van de hoorplicht stelde de rechtbank vast dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser in de bezwaarfase, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.