ECLI:NL:RBDHA:2025:22931
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en te late indiening
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, diende op 19 juli 2025 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. De minister wees deze aanvraag op 19 augustus 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij vanwege bedreigingen door de vader van zijn minderjarige ex-vriendin en werkloosheid in Marokko was gevlucht.
De rechtbank oordeelde dat het eerste asielmotief geloofwaardig was, maar het tweede niet. De minister vond de verklaringen over de relatie en de bedreigingen onvoldoende samenhangend en aannemelijk. Eiser had geen documenten overgelegd ter onderbouwing en gaf geen verschoonbare reden voor het ontbreken daarvan. Ook was zijn aanvraag te laat ingediend zonder geldige reden.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging had. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens kreeg eiser een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 0 dagen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.