Eiseres, van Chinese nationaliteit, heeft een langdurige relatie met een Portugese EU-burger woonachtig in Nederland. Na verblijf in Nederland keerde zij in 2022 terug naar China, waar zij een verblijfsdocument EU/EER aanvraagt als ongehuwde partner van de EU-burger. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres zich niet in Nederland bevindt en stelde dat de duurzame relatie niet was aangetoond.
De rechtbank oordeelt dat het verblijfsrecht op grond van EU-recht ook kan bestaan als de partner zich buiten Nederland bevindt en dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst of sprake is van een duurzame relatie. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd en de overgelegde bewijsstukken buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, beveelt een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres.