ECLI:NL:RBDHA:2025:22946

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
NL25.49267, NL25.49272, NL25.49284
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank behandelt de zaak zonder zitting en constateert dat de minister nog niet heeft beslist, ondanks eerdere termijnen opgelegd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling heeft de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd en nieuwe termijnen gesteld, variërend van vier tot twintig weken afhankelijk van herstelverzuim en nader onderzoek. De rechtbank constateert dat het dossier mogelijk nog niet compleet is, maar gelet op het tijdsverloop en de opgelegde termijnen, stelt zij een nieuwe beslistermijn van vier weken na bekendmaking van deze uitspraak.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-, als prikkel voor tijdige besluitvorming. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en biedt eisers de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: De minister wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen en een dwangsom opgelegd bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49267, NL25.49272, NL25.49284

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],
[naam], V-nummer: [nummer],
[naam], V-nummer: [nummer],
gezamenlijk eisers,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1.1.
Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In de procedure in hoger beroep heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 januari 2025 (NL24.43944, NL24.44115, NL24.44168) vernietigd voor zover zij de minister heeft opgedragen om voor 1 april 2026 alsnog een besluit bekend te maken. De Afdeling heeft dit vervangen door een nadere termijn van vier weken na de dag van verzending van de uitspraak van de rechtbank, door acht weken als de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen aanbiedt, door zestien weken als hij nader onderzoek aanbiedt en door twintig weken als hij zowel gelegenheid tot herstel van verzuimen als nader onderzoek aanbiedt. [2] De minister heeft nog niet beslist op de aanvragen.
3. Het beroep is kennelijk ontvankelijk en gegrond.
4. De rechtbank stelt vast dat het dossier (mogelijk) nog niet compleet is, omdat de minister de bij de aanvraag ingediende documenten nog moet beoordelen, van plan is een herstelverzuim te sturen voor nadere documenten of informatie, of in afwachting is van een reactie op die herstelverzuimbrief. Dit betekent dat de minister in principe binnen acht weken een besluit op de aanvraag bekend moet maken. Echter, het gaat in deze zaak om een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen. Mede gelet op de beslistermijn die de Afdeling in de hoger beroepsprocedure heeft opgelegd en het tijdsverloop sindsdien, bepaalt de rechtbank daarom dat de minister binnen vier weken een beslissing op de aanvraag moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
5. Eisers hebben gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, hij een dwangsom van
€ 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. [3] De rechtbank overweegt dat deze dwangsom redelijk is. De dwangsom is bedoeld als prikkel om het bestuursorgaan te bewegen een besluit te nemen. In de meeste gevallen is een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- daarvoor voldoende. Als het bestuursorgaan een weigerachtige houding heeft, kan de rechtbank het bedrag van de dwangsom verhogen. In dit geval ziet de rechtbank daartoe geen aanleiding.
6. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [4]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de gezamenlijke proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 8:55d. tweede lid, van de Awb.
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.