ECLI:NL:RBDHA:2025:22958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de minister van Asiel en Migratie op 1 mei 2024. De minister moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië gold een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 16 juni 2025 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen, maar de rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling te vroeg was omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en hoefde daarom ook niet te oordelen over een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 17 september 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.