Eiser, een Syrische Druzen met een Dominicaans paspoort, diende op 13 juli 2025 een asielaanvraag in in Nederland. De minister wees deze aanvraag op 28 juli 2025 af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser veilig kon terugkeren naar Dominica. Eiser betwistte dat hij daadwerkelijk de Dominicaanse nationaliteit bezit en stelde dat het paspoort mogelijk illegaal is verkregen.
Tijdens de zitting op 6 november 2025 werd een e-mail van de Dominicaanse ambassade besproken, waarin werd aangegeven dat zonder naturalisatiecertificaat het paspoort mogelijk illegaal is verkregen en een strafbaar feit betreft. De rechtbank oordeelde dat het onzorgvuldig is om het onderzoek van de Dominicaanse autoriteiten niet af te wachten alvorens een besluit te nemen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen en vernietigde het besluit. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na afronding van het onderzoek naar het paspoort. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd eiser een proceskostenvergoeding toegekend.