Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] ,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Den Haag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, wordt het beroep van een Ugandese drieling en eiser 1 tegen de afwijzing van hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) beoordeeld. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag afgewezen op 16 december 2020, en na bezwaar is deze afwijzing op 15 december 2023 gehandhaafd. De rechtbank heeft op 2 juli 2025 de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van eisers, referent en een tolk aanwezig waren. De minister was afwezig.
De rechtbank concludeert dat de drieling niet voldoende bewijs heeft geleverd van hun identiteit en de familierechtelijke relatie met hun biologische ouders. Er zijn tegenstrijdige verklaringen over de biologische ouders en de minister heeft terecht geoordeeld dat de feitelijke gezinsband met referent niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank oordeelt dat de minister niet verplicht was om DNA-onderzoek aan te bieden, gezien de tegenstrijdigheden in de verklaringen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat de eisers ongelijk krijgen en er geen proceskostenveroordeling plaatsvindt.