ECLI:NL:RBDHA:2025:22985

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
AWB 24/14555 en 24/14557
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag vergunning verblijf en arbeid voor specialiteitenkok in de Aziatische keuken

Op 1 februari 2024 heeft een restaurant een aanvraag ingediend voor een vergunning voor verblijf en arbeid (GGVA) voor een specialiteitenkok in de Aziatische keuken. De minister heeft deze aanvraag afgewezen op basis van een negatief advies van het UWV. Eiseres, de kok, heeft bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld tegen deze afwijzing. De rechtbank heeft op 27 november 2025 geoordeeld dat de minister terecht op het UWV-advies heeft vertrouwd en dat de afwijzing van de aanvraag gerechtvaardigd was. De rechtbank concludeert dat eiseres niet aan de voorwaarden voldeed, met name wat betreft de vacaturemelding en wervingsinspanningen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 24/14555 en 24/14557

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van

[eiseres] , eiseres

[V-Nummer]
(gemachtigde: mr. W. Hoebba),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Samenvatting

1. Een restaurant heeft een aanvraag om een vergunning voor verblijf en arbeid (GGVA) ingediend, zodat eiseres in dat restaurant kan werken als specialiteiten kok in de Aziatische keuken. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat het UWV [1] negatief heeft geadviseerd. De rechtbank is van oordeel dat de minister mocht afgaan op het advies van het UWV. Eiseres krijgt dus geen gelijk.

Procesverloop

2. Op 1 februari 2024 heeft [referent] (hierna: referent) ten behoeve van eiseres een aanvraag voor een GGVA ingediend voor een reguliere arbeidsplaats als specialiteitenkok in de Aziatische keuken. Het UWV heeft op 19 maart 2023 een negatief arbeidsmarktadvies uitgebracht voor arbeid bij referent. De minister heeft vervolgens de aanvraag met het besluit van 21 maart 2024 afgewezen.
2.1.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 maart 2024. Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft het UWV op 30 juli 2024 opnieuw een negatief advies uitgebracht op grond van artikel 8, eerste lid, onder b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Met het bestreden besluit van 23 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
Eiseres is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
2.4.
De rechtbank/de voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorzieningen op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, H. Abdulla als tolk en de gemachtigde van de minister. Namens het UWV was [de persoon] aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

3. Bij de rechtbank ligt ter beoordeling de afwijzing van een aanvraag voor een GGVA voor de functie van specialiteitenkok in de Indiase keuken.
Juridisch kader
4. In artikel 16, eerste lid, onder g, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) is bepaald dat de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 kan worden afgewezen als de vreemdeling niet voldoet aan de beperking, verband houdende met het doel waarvoor hij hier wil verblijven.
4.1.
In artikel 3.31, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) is bepaald dat de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid in loondienst kan worden verleend indien geen afwijzingsgrond van toepassing is uit artikel 16 van de Vw 2000 en de artikelen 8 en 9 van de Wav, tenzij het seizoenarbeid betreft.
4.2.
In artikel 14 van de Vw 2000 is bepaald dat de minister niet besluit over de verlening, verlenging of intrekking van een gecombineerde vergunning dan nadat hij advies heeft gevraagd aan de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wav. Deze instantie adviseert over de vraag of is voldaan aan de Wav als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder f, artikel 18, eerste lid, onder g en artikel 19.
4.3.
Om na te gaan of wordt voldaan aan de Wav, wordt door de minister advies gevraagd aan het UWV.
Vergewisplicht
5. De rechtbank is met de minister van oordeel dat de adviezen van het UWV naar wijze van totstandkoming zorgvuldig zijn en naar inhoud voldoende inzichtelijk en concludent zijn. Het UWV heeft in deze procedure drie keer een advies uitgebracht, namelijk naar aanleiding van de aanvraag, het bezwaarschrift en de beroepsgronden van eiseres. Het UWV heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom tot een negatief advies is gekomen. De minister heeft dit advies kunnen volgen.
Communicatie
6. Eiseres heeft in dit kader aangevoerd dat het UWV aan referent had moeten communiceren dat de regels voor een specialiteiten kok in de Aziatische horeca zijn gewijzigd. Voor referent was er nu bij de aanvraag onduidelijkheid door deze gewijzigde regelgeving.
6.1.
De gemachtigden van de minister en het UWV hebben op de zitting toegelicht dat de wijziging van de regels inhield dat het convenant voor gespecialiseerde koks voor Aziatische horeca op 1 januari 2022 voorlopig was ingetrokken door het kabinet na meldingen over misstanden binnen de Aziatische horecasector. Op basis van de regels in dit convenant konden Aziatische restaurants in Nederland eenvoudiger gespecialiseerde koks van buiten Europa in dienst nemen. De eenvoudigere regels zagen op:
- cultuur- en taaleisen;
- wervingsinspanningen voor werkgevers op één plek op de Europese markt; en
- de indiening van de vacaturemelding. Die moest ten minste drie weken voor de aanvraag van een verblijfsvergunning plaatsvinden.
Deze eenvoudigere regels golden als gevolg van de intrekking niet meer. De ‘voorlopigheid’ van de intrekking zag er volgens de gemachtigde van het UWV op dat het kabinet nog onderzocht of er een nieuw convenant tot stand kon komen met de Aziatische horecasector. Dit is niet gelukt waardoor het convenant vanaf 1 juli 2024 definitief is vervallen. Het vervallen van het convenant betekent niet dat werkgevers geen personeel meer van buiten de Europa Unie naar Nederland zouden kunnen halen. Het reguliere kader, dat geldt voor werkgevers in alle sectoren, is nu ook op de Aziatische horecasector van toepassing. Dit houdt in dat voldaan moet worden aan de voorwaarden van de Wav. Werkgevers in de Aziatische horecasector moeten aantonen voldoende wervingsinspanningen gedaan te hebben om de vacature vervullen met het aanbod binnen de Europese Unie. Ook geldt nu de reguliere termijn van vijf weken voor de vacaturemelding bij het UWV. Dit wordt door het UWV gecontroleerd met een arbeidsmarkttoets. Op zitting is toegelicht dat de basis van de regels niet is gewijzigd met het vervallen van het convenant. Een werkgever in de Aziatische horecasector moest een vacature al melden bij het UWV en wervingsinspanningen doen. De regels hierover zijn slechts aangescherpt. Het UWV heeft ook naar aanleiding van de aanvraag op 29 februari 2024 aan referent een brief gestuurd met het verzoek om aanvullende informatie op te sturen over de vacaturemelding en de wervingsinspanningen. In de bezwaarfase heeft het UWV referent wederom de gelegenheid geboden om aanvullende informatie hierover aan te leveren. Ook staan de regels die voor een werkgever gelden duidelijk uitgelegd op de website van het UWV. Gelet op de gegeven toelichtingen op zitting, is de rechtbank van oordeel dat hetgeen eiseres aanvoert over gebrek aan communicatie geen doel treft.
Vacaturemelding
7. Eiseres voert met betrekking tot de vacaturemelding aan dat er een vacaturenummer is doorgegeven door de referent, te weten [nummer] . Dit nummer is aan referent verstrekt na de vacaturemelding. Eiseres heeft een kopie van de vacaturemelding aan het UWV overgelegd. Het UWV heeft vervolgens onvoldoende onderzoek verricht, omdat zij de vacaturemelding eerst niet konden vinden in hun eigen systemen en later ineens wel. Volgens eiseres heeft de vacaturemelding plaatsgevonden ruim vóór het indienen van de aanvraag met inachtneming van de termijnen.
7.1.
De verplichte vacaturemelding moet tenminste vijf weken voor indiening van een aanvraag voor een GGVA hebben plaatsgevonden bij een Werkgeversservicepunt (WSP) of door middel van een melding van de vacature op werk.nl. [2] Werkgevers in de Aziatische horeca hebben de mogelijkheid om de vacature te melden bij het Servicepunt Aziatische Horeca (SPAH), onderdeel van het WSP.
7.2.
De rechtbank stelt vast dat nergens uit het dossier blijkt dat referent de vacature tijdig, ten minste vijf weken voorafgaand aan de aanvraag, heeft gemeld bij het SPAH of op werk.nl heeft geplaatst. Eiseres verwijst in haar gronden naar vacaturenummer [nummer] welke zou zijn gemeld bij het SPAH. Deze melding heeft als wijzigingsdatum
18 januari 2024. De aanvraag voor een GGVA dateert van 1 februari 2024. Hier zit slechts twee weken tussen.
7.3.
Het UWV heeft toegelicht dat uit navraag bij het SPAH in de primaire fase en in de bezwaarfase niet was gebleken dat de vacature waar eiseres naar verwijst was gemeld bij het SPAH. Later in de beroepsprocedure is pas vernomen dat eiseres de vacature had geplaatst op werk.nl. De gemachtigde van het UWV heeft op zitting toegelicht dat het SPAH een onderdeel is van het UWV en werkgevers adviseert met vragen over het aannemen van personeel uit Azië en het toepassen van de regels rondom werkvergunningen. Ook bemiddelt het SPAH kandidaten. Verder is toegelicht dat werk.nl wel een website is van het UWV, maar dat dit een website voor de werkgevers is. Een werkgever heeft een eigen portaal op werk.nl en het UWV kan niet bij de gegevens die zijn opgeslagen in het portaal van een werkgever. Met het oog hierop, is in artikel 3 van de UWV Beleidsregels uitvoering Wav 2018 vastgelegd dat als een werkgever de vacature op werk.nl plaatst, hij de plaatsing van de vacature dient aan te tonen door het overleggen van bewijsstukken en hijzelf inzage dient te geven op welke wijze hij naar kandidaten heeft gezocht. De rechtbank kan de stelling van eiseres, dat het UWV de ontbrekende gegevens zelf had kunnen opzoeken op werk.nl, daarom niet volgen. De verantwoordelijkheid voor het plaatsen van een vacature op werk.nl ligt immers bij de werkgever. Gelet op het voorgaande lag het op de weg van eiseres en referent om aan te tonen dat de vacature tijdig was geplaatst op werk.nl. Dit is niet gebeurd. Dit betreft ook een gebrek dat naar zijn aard niet hersteld kan worden. De minister heeft daarom ook artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wav terecht aan eiseres tegengeworpen.
7.4.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat ook een termijn van drie weken, dat volgens het oude convenant gold, eiseres niet had gebaat. Tussen de wijzigingsdatum van de vacaturemelding en de aanvraagdatum voor een GGVA zit slechts twee weken.
Wervingsinspanningen
8. Eiseres voert aan dat de referent voldoende bewijzen heeft overgelegd met betrekking tot de door de werkgever gedane wervingsinspanningen. Zo heeft referent bewijzen overgelegd van advertenties op Indeed, werk.nl en werkzoeken.nl. De advertenties zijn in de Nederlandse en Engelse taal gepubliceerd. Hiermee heeft referent aangetoond te werven in zowel Nederland als binnen de Europese Unie. Ook heeft referent bewijzen overgelegd van de reacties op zijn advertenties en de gesprekken die hij heeft gevoerd met de kandidaten, maar hij heeft geen geschikte kandidaten kunnen vinden.
8.1.
Van een werkgever wordt verwacht dat hij alle mogelijkheden benut om aan voldoende personeel te komen uit Nederland of de Europese Unie, het zogenoemde prioriteitgenietend aanbod. De werkgever dient bij de aanvraag bij het UWV zijn wervingsinspanningen aan tonen en verslag doen van de resultaten van die werving. [3]
8.2.
Het is de rechtbank niet gebleken dat referent voldoende wervingsinspanningen heeft gepleegd om voor de functie van specialiteitenkok Indiase keuken kandidaten te vinden uit Nederland of binnen de Europese Unie. Alhoewel referent met verschillende stukken heeft onderbouwd dat hij wervingsinspanningen heeft verricht, heeft het UWV toegelicht dat onduidelijk is wanneer de vacatures op werkzoeken.nl en Indeed zijn geplaatst of voor welke periode deze hebben open gestaan. Niet is gebleken dat de wervingsinspanningen in de drie maanden voorafgaand de datum van indiening van de aanvraag zijn verricht. Verder heeft de referent geen stukken overgelegd dat naar prioriteitgenietend aanbod is gezocht in landen binnen de Europese Unie. Ook blijkt uit de overgelegde stukken in bezwaar dat verschillende kandidaten die hadden gereageerd op de vacature werkervaring hadden in de Indiase keuken. Door referent is volgens het UWV onvoldoende toegelicht waarom de kandidaten die gereageerd hadden, niet geschikt waren voor de functie. Dat referent ook buiten Nederland in de EU/EER landen heeft geworven blijkt nergens uit. De rechtbank volgt de uiteenzetting van het UWV waarom niet met de plaatsing van een advertentie in de Engelse taal op nl.indeed.com het prioriteitgenietend aanbod binnen Europa wordt bereikt. De rechtbank is van oordeel dat ook artikel 8, eerste lid, onder c, van de Wav daarmee terecht door de minister aan eiseres is tegengeworpen.
Horen in bezwaar
9. Eiseres voert aan dat ten onrechte is afgezien van het horen in de bezwaarprocedure. Volgens eiseres waren er voldoende aanknopingspunten om in een hoorzitting de problemen ten aanzien van de werving en de vacaturemelding te bespreken zodat een oplossing kon worden gezocht.
9.1.
Naar aanleiding van de aanvraag van eiseres heeft het UWV eiseres de gelegenheid geboden om ontbrekende informatie na te sturen zodat zij kon aantonen dat zij voldeed aan alle voorwaarden van de Wav. Het UWV heeft de verkregen informatie bestudeerd en verwerkt in het advies van 19 maart 2024. Uit het advies van het UWV van 19 maart 2024 en het besluit van 21 maart 2024 volgt duidelijk aan welke voorwaarden van de Wav eiseres niet voldeed. In de bezwaarfase heeft eiseres wederom de gelegenheid gekregen om aan te tonen dat zij wel aan alle voorwaarden voldeed. Het UWV heeft de verkregen informatie in de bezwaarfase verwerkt in het advies van 30 juli 2024 waarna eiseres haar bezwaar met het bestreden besluit ongegrond is verklaard. Een gehoor had de uitkomst van het bezwaar niet anders kunnen maken omdat de geconstateerde gebreken niet meer naar hun aard hersteld hadden kunnen worden. De rechtbank is van oordeel dat de minister in bezwaar mocht afzien van horen.
Terugkeerbesluit
10. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat de minister ten onrechte het terugkeerbesluit in stand heeft gelaten. Voor de minister bestaat er geen reden om het terugkeerbesluit ongedaan te maken. Het bestreden besluit waarbij het terugkeerbesluit is opgelegd heeft de minister gehandhaafd en eiseres haar beroep tegen het bestreden besluit wordt met deze uitspraak ongegrond verklaard.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Uitvoeringsdienst Werknemersverzekeringen.
2.Artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wav en artikel 3 van de UWV Beleidsregels uitvoering Wav 2018.
3.Artikel 8, eerste lid, onder c, van de Wav.