Op 1 februari 2024 heeft een restaurant een aanvraag ingediend voor een vergunning voor verblijf en arbeid (GGVA) voor een specialiteitenkok in de Aziatische keuken. De minister heeft deze aanvraag afgewezen op basis van een negatief advies van het UWV. Eiseres, de kok, heeft bezwaar gemaakt en later beroep ingesteld tegen deze afwijzing. De rechtbank heeft op 27 november 2025 geoordeeld dat de minister terecht op het UWV-advies heeft vertrouwd en dat de afwijzing van de aanvraag gerechtvaardigd was. De rechtbank concludeert dat eiseres niet aan de voorwaarden voldeed, met name wat betreft de vacaturemelding en wervingsinspanningen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.