Een restaurant diende een aanvraag in voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GGVA) voor eiseres als specialiteitenkok in de Aziatische keuken. De minister wees de aanvraag af op basis van een negatief arbeidsmarktadvies van het UWV.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht op het UWV-advies mocht vertrouwen. De vacaturemelding was niet tijdig gedaan, aangezien deze slechts twee weken voor de aanvraag was geplaatst, terwijl de wettelijke termijn vijf weken bedraagt. Daarnaast waren de wervingsinspanningen onvoldoende onderbouwd en niet aantoonbaar gericht op kandidaten binnen de Europese Unie.
Eiseres stelde dat het UWV onvoldoende had gecommuniceerd over gewijzigde regels en dat er onduidelijkheid was over de vacaturemelding, maar de rechtbank achtte deze argumenten niet doorslaggevend. Ook werd geoordeeld dat het horen in bezwaar niet noodzakelijk was omdat de geconstateerde gebreken niet hersteld konden worden.
Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De rechtbank handhaaft het terugkeerbesluit en veroordeelt eiseres niet tot betaling van griffierecht wegens betalingsonmacht.