ECLI:NL:RBDHA:2025:22991

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
NL25.31739
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Besluit tot instelling van het besluitmoratorium
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag tijdens besluitmoratorium

Eiser diende op 15 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van zes maanden, zoals voorgeschreven in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet, werd opgeschort door een besluitmoratorium van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025.

Omdat eiser de Syrische nationaliteit heeft en zijn aanvraag vóór 14 juni 2025 is ingediend, was het besluitmoratorium van toepassing. Hierdoor herstartte de beslistermijn op 14 juni 2025 en eindigde deze op 13 oktober 2025. Eiser stelde de minister op 24 juni 2025 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de beslistermijn, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.

Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling twee weken zijn verstreken voordat beroep kan worden ingesteld. Omdat dit niet het geval was, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31739

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 15 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 oktober 2024.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw [1] moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. De beslistermijn zou daarom op 13 april 2025 eindigen.
3. Op de asielaanvraag van is eiser het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [2] van toepassing. Eiser stelt namelijk dat hij de Syrische nationaliteit heeft. Ook heeft verweerder nog geen besluit genomen op de asielaanvraag en is de asielaanvraag ingediend voor 14 juni 2025. Verder is niet gebleken dat eiser valt onder één van de in artikel 4 van Pro het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium. Dat betekent dat de beslistermijn met het besluitmoratorium was opgeschort voor de duur van dit besluitmorarorium . Dit was van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De wettelijke beslistermijn is daarom herstart op 14 juni 2025. De beslistermijn eindigde daarom op 13 oktober 2025.
4. Eiser heeft verweerder op 24 juni 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Dit heeft als gevolg dat op het moment van het instellen van het beroep niet werd voldaan aan de vereisten waaraan op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb moet zijn voldaan voordat beroep kan worden ingesteld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 december 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538