Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 15 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van zes maanden, zoals voorgeschreven in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet, werd opgeschort door een besluitmoratorium van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025.
Omdat eiser de Syrische nationaliteit heeft en zijn aanvraag vóór 14 juni 2025 is ingediend, was het besluitmoratorium van toepassing. Hierdoor herstartte de beslistermijn op 14 juni 2025 en eindigde deze op 13 oktober 2025. Eiser stelde de minister op 24 juni 2025 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de beslistermijn, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.
Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling twee weken zijn verstreken voordat beroep kan worden ingesteld. Omdat dit niet het geval was, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.