ECLI:NL:RBDHA:2025:23007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens late besluitvorming minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 1 augustus 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Awb en het Besluit Proceskosten bestuursrecht werd het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van professionele juridische hulp werd een vergoeding van €453,50 toegekend, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 en een vast puntbedrag. De uitspraak werd gedaan door rechter O. Veldman op 24 september 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker.