ECLI:NL:RBDHA:2025:23009
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsrecht vanwege beschermenswaardig familieleven tussen zoon en moeder
Eiser, een Bulgaarse gemeenschapsonderdaan met psychische en medische klachten, woont sinds zijn 18e in Nederland samen met zijn moeder die eveneens gezondheidsproblemen heeft. De minister heeft zijn verblijfsrecht ingetrokken omdat eiser niet economisch actief is en geen voldoende middelen heeft, en stelde dat er geen beschermenswaardig familieleven bestond.
De rechtbank oordeelt dat tussen eiser en zijn moeder een bijzondere, symbiotische relatie bestaat die verder gaat dan normale familiebanden. Eiser is afhankelijk van zijn moeder voor functioneren en sociale contacten, terwijl hij haar als mantelzorger ondersteunt. Deze wederzijdse afhankelijkheid vormt een beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
Daarnaast heeft de minister het jongvolwassenenbeleid niet betrokken bij de beoordeling, wat onzorgvuldig is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak en het jongvolwassenenbeleid. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege het bestaan van een beschermenswaardig familieleven en het niet betrekken van het jongvolwassenenbeleid.