Eiser, een Senegalese nationaliteit dragende man, vreesde vermoord te worden door zijn oom vanwege zijn weigering om met zijn nicht te trouwen. Na conflicten en mishandeling door zijn oom vluchtte hij uit Senegal en vroeg asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees zijn aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat Senegal als veilig land van herkomst werd aangemerkt en de problemen met zijn oom niet zwaarwegend genoeg werden geacht.
De rechtbank oordeelde dat de aanwijzing van Senegal als veilig land onvoldoende gemotiveerd was en dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door de aanvraag in de versnelde procedure af te wijzen. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen bescherming van de Senegalese autoriteiten kon krijgen en dat zijn terugkeer naar het huis van zijn oom de oprechtheid van zijn vrees ondermijnde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, wees de asielaanvraag zelf af als ongegrond en bepaalde een vertrektermijn van vier weken naar Senegal. Tevens vernietigde zij het opgelegde inreisverbod. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.